Op de terugweg naar huis steppen twee kindertjes mij tegemoet op van die kleine aluminium stepjes die kortstondig enorm hip waren. Ze zijn vijf en zeven gok ik. Ach, ik zou er zo een paar jaar naast kunnen zitten, maar vooruit. Ze steppen op de stoep met papa op een meter of wat snelwandelend achter ze aan. Beide kindertjes hebben zo'n kleurig kinderhelmpje dat belachelijk groot lijkt voor hun onvolgroeide hoofdjes. Calimero-syndroom, maar wel veilig. Want ze halen toch al gauw 4,75 km per uur en er kan zo maar een tegel los zitten of een hond oversteken. woensdag 1 september 2010
VAL
Op de terugweg naar huis steppen twee kindertjes mij tegemoet op van die kleine aluminium stepjes die kortstondig enorm hip waren. Ze zijn vijf en zeven gok ik. Ach, ik zou er zo een paar jaar naast kunnen zitten, maar vooruit. Ze steppen op de stoep met papa op een meter of wat snelwandelend achter ze aan. Beide kindertjes hebben zo'n kleurig kinderhelmpje dat belachelijk groot lijkt voor hun onvolgroeide hoofdjes. Calimero-syndroom, maar wel veilig. Want ze halen toch al gauw 4,75 km per uur en er kan zo maar een tegel los zitten of een hond oversteken. zondag 22 augustus 2010
GANS

Als ik vanaf mijn huis langs de Vecht naar de tuin fiets, kom ik altijd langs een clubje van een stuk of twintig à dertig tamelijk opgefokte ganzen. Meestal staan ze pontificaal midden op de weg. Als je langs ze fietst steken ze luid gakkend de nekken in de lucht en de snavels omhoog gericht. De aanvalshouding. Niet dat ze je aanvallen, ze doen niets. Hooguit sissen als je ze te na komt.
Het is heel grappig om te zien dat mensen die door dit clubje hangganzen heen willen fietsen steevast bellen met hun fietsbel. Alsof die ganzen dan zullen denken: 'Hé, een fiets, snel aan de kant.' Automobilisten denken op dezelfde manier de ganzen aan de kant te kunnen toeteren. Kansloos! Ganzen begrijpen geen bellen en toeters, maar gaan uiteindelijk heus wel aan de kant als ze anders geraakt worden.
De ganzen schijten met zijn allen de hele weg compleet onder. Schijten kunnen ze als de beste, en dat is ook niet zo gek. Ze worden om de een of andere reden op tamelijk professionele wijze gevoerd. Ik zie af en toe mensen in de auto langskomen, die dan een vuilniszak Turks brood uit de achterbak halen om dat in grote brokken - en als het brood verscheuren lang genoeg heeft geduurd in hele broden - aan de gansjes te voeren. Alsof ze vetgemest moeten worden. Binnen de kortste keer is ook een hele armada van meerkoeten, eenden en meeuwen gearriveerd en begint het gevecht om het brood. Terwijl er toch echt voor iedereen meer dan genoeg is. Maar dat hebben ze natuurlijk niet door.
De ganzen waar het hier om gaat zijn een soort mislukte grauwe ganzen. Net als bij stadsduiven - oorspronkelijk waren dat prachtige uit Spanje afkomstige rotsduiven - zijn ze dusdanig gedegenereerd en vermengd dat je dat nog maar net kunt zien dat het generaties terug grauwe ganzen waren.
Tussen dat clubje opgefokte soort van grauwe ganzen is op de een of andere manier een brandgans verzeild geraakt. Nou ja, een brandgans... Hij heeft veel weg van een brandgans, maar ook dit exemplaar is niet zuiver in zijn genetica. Deze vreemde gans in de bijt wordt door de rest getolereerd, maar niet van harte. Terwijl dit toch echt de sympathiekste gans in van het hele rot. Hij gakt niet naar je als je langs komt fietsen, hij steekt zijn nek niet naar je uit. Toch wordt dit gansje door de rest van de groep volledig genegeerd. Je ziet hem vaak op een, twee meter van de grote groep af staan. Soms zit ie rustig aan de andere kant van de weg, in de wei, terwijl de rest aan de slootkant opgefokt doet. Misschien is dat zijn eigen keuze, distantieert hij zich van dat zootje ongeregeld, maar het gaat me toch aan het hart. Niets menselijks is mij vreemd, en de ganzen ook niet.
woensdag 18 augustus 2010
FAN
Gisteren viel ik tijdens het zappen in een BBC-documentaire over heavy metal. De hele meute kwam voorbij: Ozzy Osbourne, Mötley Crüe, Iron Maiden, Judas Priest, Metallica. Niet echt mijn kopje thee, maar toch leuk om te zien. En ik kan me ook heel goed voorstellen wat er aanspreekt in metal-muziek. dinsdag 17 augustus 2010
PEST

Uit recent onderzoek blijkt dat er in bejaardenhuizen heel wat wordt gesard, getreiterd, gekleineerd en gekoeioneerd. Pesten houdt sommige bejaardenhuizen volledig in hun greep. Bejaarden worden genegeerd, ze krijgen geen taart als iedereen taart krijgt, hun rollator wordt steeds in de lift gezet, ze krijgen voortdurend neerbuigende opmerkingen naar hun hoofd.
Wat zo wreed is - maar ook zo voorspelbaar - is dat het zowel aan de kant van de pesters als van de gepesten om dezelfde personen gaat die 60 jaar eerder op school respectievelijk dat sadistische jongetje met zijn achterbakse wrede berekenende gedrag en het kind van de rekening waren. Als je op de lagere school gepest wordt dan staat je in het bejaardenhuis dus denkelijk de nodige ellende te wachten. En dan is de kans groot dat je tussendoor, in je werkzame leven, ook een klotentijd hebt. Opvallend is dat bij kinderen gepestheid al is terug te zien in hun lichaamshouding: pest me, sla me! Dat raak je niet zo snel weer kwijt.
BOM

Soms komen er op tv programma's voorbij – of eigenlijk is het eerder zo dat jij voorbij komt aan programma's – waarvan je denkt: hoe verzint iemand dit? Dat had ik onlangs. Hoe het programma heet weet ik niet. Het is een serie waarin verschillende elitetroepen uit historische oorlogen en veldslagen het tegen elkaar opnemen. Het is een soort idols voor oorlogsfetisjisten, met veel wapentuig en explosies. De nadruk ligt op eigenschappen als fitheid, doorzettingsvermogen en wreedheid, maar vooral op hoe goed je je wapens weet te hanteren.
In deze aflevering gaat de Waffen-SS de strijd aan met de Vietcong. Nu moet je niet denken dat beide teams ergens op een mooi wedstrijdterrein tegen elkaar ten strijde trekken. Er is gekozen voor een wedstrijd die het goed doet op tv. De effectiviteit van de wapens die beide partijen indertijd gebruikten, wordt op spectaculaire wijze vergeleken en beoordeeld door een deskundige jury. En effectiviteit gaat in dit geval om zo veel mogelijk dood en verderf. Boem! Kledder! Bakfiets!
Zowel de Vietcong als de Waffen-SS hebben een vertegenwoordiger die alle wapens demonstreert. Ze zijn allebei heel blij met de hun toegedichte rol en bovendien uitzonderlijk goed gecast. De SS-er spreekt Engels met een duidelijk Duits accent. Hij ziet er uit alsof hij regelrecht in de eerste lijn afstamt van een opper-Nazi. Hij is duidelijk trots op al die geniale wapens die zo ontzettend goed in staat zijn om mensen uit elkaar te rijten of te doorboren.
De Vietconger ziet er uit alsof hij zo weer aan de slag zou willen gaan om bijvoorbeeld een leuke val met geslepen bamboestengels in elkaar te knutselen. Hij is een afgetrainde Vietnamees die ook uitermate trots is op hun wapentuig, hun inventiviteit in het gebruik er van en vooral op het feit dat de Vietcong drie moderne westerse legers hebben overwonnen. Je mag dan de underdog zijn, maar met een beetje goede wil kan je iedere vijand aan.
Handwapens, mitrailleurs en mijnen worden in opeenvolgende sessies vergeleken en beoordeeld. Er is gekozen voor opstellingen met levensgrote poppen die als slachtoffer dienen. De poppen gaan echt bloeden als je raak schiet en ze hebben precies dezelfde eigenschappen als een mensenlichaam, zodat goed kan worden beoordeeld of de wapens werken.
Aan het einde van elke sessie wordt gekeken hoeveel schade de kogels of bommen hebben aangericht. Dat leidt tot enthousiasme bij deelnemers en jury: "Kijk, drie keer dwars door het hoofd! Die gast is ontzettend dood!" "Zag je dat, hij ligt helemaal in tweeën!" "Heeft iemand gezien waar zijn benen zijn neergekomen?" Het spectaculairst is toch wel de mijn die in de nabijheid van een varkenskarkas tot ontploffing wordt gebracht. Na de knal is er vrijwel niets meer van over en tot tientallen meters in de omtrek dwarrelen minuscule stukjes varken neer.
Ook de uitleg van de wapens verraadt rare obsessies. De Waffen-SS gebruikt een mijn die voor maximaal effect eerst een metertje opspringt alvorens te ontploffen. Met smaak worden anekdotes opgediend over de angst onder Engelse soldaten voor dit moorddadige wapen. Je was als je het - God verhoede - overleefde in ieder geval ontmand.
Jammer genoeg heb ik de einduitslag niet gezien, dus ik kan niet vertellen wie er gewonnen heeft. Het pleit natuurlijk wel voor de Vietcong dat ze in tegenstelling tot de Waffen-SS nog nooit zijn verslagen. Ach, wat zal het ook, dit waren nog maar de voorrondes. Wie zouden er doordringen tot de finale? Ik tip Al Qaida.
woensdag 14 juli 2010
KOOTJE
dinsdag 6 juli 2010
BROEI 2

