dinsdag 5 oktober 2010

KRAAK 3

Enige tijd terug schreef ik een verslag van een treffen tussen krakers en ME. Drie paarden zijn daarbij gewond geraakt. Hier het relaas van een van hen.

Het is al weer een paar dagen geleden gebeurd, maar ik bevind me nog steeds in het ziekenhuis. In mijn rechterflank zijn de nodige hechtingen aangebracht. En diep, want het was een behoorlijke jaap. Bloeduitstortingen, kneuzingen... Best pijnlijk allemaal. Hoe het precies gekomen is weet ik niet. Het is het risico van het vak. Beroepsrisico. Je bent getraind om zo'n groep in te rennen. En dat doe je dan ook, het is je taak! Met zijn zessen op een rij in volle galop op de meute af, een muur van paardenvlees. Prachtig! Die krakers hebben op zich niet eens een hekel aan ons. Ze houden meer van mensen dan van dieren. Voor mij, als ME-paard, hebben ze nog wel enig respect, maar voor een politieagent...

Het was een heftig dagje vrijdag. We hadden de weken daarvoor een aantal keren geoefend, maar in het echt is het toch altijd weer totaal anders. En we oefenen het grootste deel op gras. Is trouwens maar goed ook, over bestraatte wegen rennen is niet echt goed voor je aanhechtingen. Ik heb sindsdien weer doorlopend zo'n artritisgevoel in mijn knieën en zo. Maar ja, dat hoort er gewoon een beetje bij. En nu heb ik natuurlijk ook niet de lichtste ruiter, en vooruit, ook ik word een dagje ouder.

Het aanvalsplan waarop we hebben geoefend hebben we naar eer en geweten uitgevoerd. We moesten eerst op de massa inrijden en dan, vlak voor de grote botsing, als een idioot stoppen en rechtsomkeert maken. Twintig meter terug, een pirouetje, en dan op de plaats halt en de menigte boosaardig aankijken. Bij het pirouetje raakte ik nog per ongeluk nog iemand op zijn voet. Met mijn volle gewicht er op, dat zal die jongen gevoeld hebben. Ik kon er echt niets aan doen, ik werd slecht gestuurd. Veel tijd en ruimte om te corrigeren is er niet.

Er wordt me wel eens gevraagd: 'Vind je dat nou niet eng, zo'n demonstrerende menigte inrennen?', maar nee: ik vind het niet eng. Niet meer. Je raakt het grotendeels kwijt, alhoewel het volstrekt tegen je natuur in gaat. Het is er volgens mij gewoon uitgefokt, die angst. Al drie generaties is onze familie in dienst bij de politie, en mijn zoon, die gaat het ook weer doen.

Ik weet nog wel de eerste keer dat ik op zo'n massa moest inrijden. We hadden al jaren van oefening achter de rug. Omgaan met stress-situaties, rook, knallen, joelende mensen. Maar dat is toch iets anders dan in te rennen op een groep totaal opgefokte idioten die niet te beroerd zijn een klinker naar je te gooien. Dat gaat hard tegen hard. Mijn hele lijf, mijn hele wezen schreeuwt: wegwezen!!! Maar toch, je doet wat je moet doen. Het is tenslotte je baan. Ik krijg wel tips van de familie. Mijn vader heeft me aangeraden gewoon mijn ogen dicht te doen, maar dat is een keer goed mis gegaan.

Het is elke keer weer spannend: je gaat met je vrienden, waar je al zo veel mee hebt meegemaakt, in een werkelijk prachtige en ook goed gepantserde trailer naar de plek van de actie. Het spannende is dat je nooit van tevoren weet wat er gaat gebeuren. En da's eigenlijk maar goed ook. Want ik heb al wat leed gezien. Een oom van mij is kreupel geworden. Normaal gesproken is dat einde oefening voor een paard. Of einde oefening, gewoon het definitieve einde. Als paardenbiefstuk bij de betere slager. Maar niet bij ons soort paarden. Die oom, die woont hier vlakbij, bij de seniorenpaarden. En die worden daar tot hun dood als vorsten behandeld!

Voor mij is het nog lang niet zo ver. Eerst beter worden en dan moet ik ongetwijfeld weer snel aan de bak. Ze zullen ons nodig hebben, de komende tijd. In de trailer werd gefluisterd dat er 200 kraakpanden ontruimd gaan worden aankomend jaar. Ik ben er bijna klaar voor!

KREEFT

We lopen over een smal pad dat aan beide zijden is omgeven door rietlanden, elzenbos en water. De Ankeveense Plassen. Het is een prachtig pad. Alleen is het jammer dat zo veel senioren uitgerekend vandaag op dit pad moeten fietsen. Passeren is er nauwelijks mogelijk.

Al wandelend zie ik in mijn ooghoek een rood bewegend iets. Een schorpioen lijkt het zo op het eerste gezicht, maar dat kan niet. Het beest heeft mij ook gezien. Als ik hem nader is het direct klaar voor de aanval, de scharen gaan hoger in de lucht naarmate ik dichter bij kom. Echt een agressief baasje. Het is een soort zoetwaterkreeft. Een prachtige metallic roodbruine zoetwaterkreeft van een centimeter of 15. Maar wel een met karakter.

Ik neem een paar foto's vanaf ongeveer het gezichtspunt van de kreeft zelf. Hij gaat elke keer in de aanval met zijn scharen als het koordje van het fototoestel in zijn buurt komt. Ik houd hem het koordje voor en hij pakt het stevig vast met een schaar. Ik kom overeind en de kreeft laat niet los. Ik til hem op en roep vriendin, die doorgelopen is, dat ze moet kijken.

Als ze zich omdraait heeft de kreeft al losgelaten. Ik zie het niet. Ik hoor krak als ik met mijn bergschoen op hem ga staan. Dat geluid ken ik uit visrestaurants, waar je speciaal gereedschap krijgt om een krab te opereren, inclusief een speciaal krakertje waarmee je de poten van het dier, waar het meeste vlees in zit, kunt kraken. Dat geluid. De kreeft probeert snel weg te komen, maar heeft nu duidelijk een balansprobleem. Als een op hol geslagen tank waarvan een rupsband is afgelopen schuift hij het riet in. Ik durf niet te kijken hoe het met hem gaat. Het zit me de rest van de wandeling niet echt lekker, dit ongelukje.


Als we aan het einde van het pad zijn gekomen staat er een bordje dat aangeeft dat er linksaf een eetetablissement moet zijn. En dat je er gerookte paling en kreeft kunt eten die beiden uit deze plas afkomstig zijn. Blijkbaar zit er genoeg kreeft die lekker genoeg is om als lokale delicatesse te dienen. Maar het klaarblijkelijke feit dat deze kreeften gevangen en gegeten worden maakt het niet minder erg dat ik een van hen per ongeluk heb verminkt - misschien zelfs vermoord - met mijn lompe bergschoen.

Een paar uur later zitten we op een terras wat te drinken. We wachten op ons eten. Ik heb gamba's met frites en salade besteld. Als de gamba's worden geserveerd realiseer ik me dat dat niet zo'n goede keus was. Ze vertonen veel te veel gelijkenis met hun Ankeveense soortgenoten. Het moment van lichte walging is echter snel voorbij. De gamba's smaken voortreffelijk!

zaterdag 2 oktober 2010

KRAAK 2

Gisteren liep ik met twee Tsjechische vrienden in de kennelijke staat waarin toeristen toch zo vaak menen te moeten verkeren door Amsterdam. Ons doel was een café op de Spuistraat. Vanaf de Singel liepen we een steeg in waar muziek te horen was. Live-muziek leek het. Het zag er knap druk uit, daar aan het einde van het steegje. Naderbij gekomen stuitten we op krakers, waarvan ruim de helft het bekende uniform droeg van zwarte kleding, capuchon op en sjaal voor de mond. Het zag er desondanks best gezellig uit. We voegden in en gingen mee in de processie, die tijdelijk tot stilstand was gekomen bij een vers gekraakt pand op de hoek van het steegje en de Spuistraat, en nu weer langzaam verder trok richting krakersbolwerk Vrankrijk.

De processie was tamelijk rumoerig. Zeker voor een processie. Er werden slogans gescandeerd als 'kraken gaat door!' Je raakt toch snel begeesterd in dit soort omstandigheden. Massa's. Ik kon het niet laten af en toe vrolijk mee te roepen.

Ik ben ook best voor kraken. Althans, als je kraken als middel ziet om speculatie, leegstand en woningschaarste tegen te gaan. Het is de overheid in ieder geval nooit gelukt nog nooit gelukt die problemen op te lossen. Ik heb alleen wel een ontzettende hekel aan krakers. Humorloze hardliners met vieze honden. Maar de krakersscène heeft - dat moet gezegd - ook een hoop moois opgeleverd. Ik noem hier alleen Tivoli, ACU, de Vrije Vloer.

Door megafoons klonken onverstaanbare boodschappen in blik. Er was een geluidsinstallatie waaruit muziek klonk die ik niet zo goed vond passen bij krakers. Ik ben bevooroordeeld. Het was eigenlijk best gezellig. We hebben nog wat gebabbeld met mensen links en rechts. Het ging er gemoedelijk aan toe. Net als in de tachtiger jaren, gezellig met zijn allen demonstreren voor de goede zaak. Er liepen ook wat kindertjes tussen zo her en der, waarschijnlijk - net als wij - per ongeluk daar verzeild geraakt. Een politieagent die vanuit het raam van het politiebureau toekeek kreeg handenvol middelvingers te verwerken. Die krakers hebben heel duidelijk een autoriteitsprobeem. Millions of dead cops viel er te lezen op een propagandashirt.

We liepen inmiddels een beetje voor de troepen uit. Die krakers zijn niet echt in staat om er een stevig marstempo in te houden. Marek was nog wat plaatjes aan het schieten toen schijnbaar uit het niets zes ME-paarden met dito ruiter verschenen. Ineens werden de paarden groter en groter, net als dingen die dichterbij komen. Als in een beetje een lullige Nederlandse remake van een aanvalsscène uit In de Ban van de Ring reden de paarden knoeperd hard op de massa in. De bereden ME-ers zwaaiden met extra lange gummiknuppels in de lucht. Een muur van op hol geslagen paardenvlees.

De paarden liepen wat mensen onder de voet - ook Marek, die nog vrolijk foto's aan het nemen was, zich niet bewust van wat er in de rug naderde. Het ging net goed, maar hij kreeg toch een flinke beuk. Er klonken knallen. Direct na het contact met het enthousiaste publiek maakten de paarden rechtsomkeert, om na 30 meter terugtrekken met zijn zessen tegelijk een pirouette te draaien en tot stilstand te komen, de verbouwereerde krakers tegenover zich. Eén pirouette was precies op de voet van een jongeman die een meter bij me vandaan stond.

Ineens stond een compleet peloton ME - of weet ik veel, een mannetje of 50 - klaar. Waar die nou weer zo plots vandaan kwamen? Dat met die paarden was louter ter intimidatie, dit was de echte aanval. Er volgde een charge van ME-ers, die als een kudde berserkers op de massa injoegen met gummi's en schilden vooruit. Een perfect geplande aanval, waarvoor op een besloten training eindeloos is gerepeteerd. En wat was nou helemaal de aanleiding? Een megafoon, een paar honderd mensen die vreedzaam demonstreren, af en toe een rotje, een klein kraakje, verder niets. We vluchtten snel een steegje in, waarmee het ooggetuigenverslag is beëindigd.

We zaten op een paar honderd meter van de veldslag een biertje te drinken. In de verte zag je zwaailichten en een helikopter vloog laag rond. Toen we teruggingen naar de warzone om te zoeken naar trofeeën, bleek het er stevig aan toe te zijn gegaan. Auto's met kapotte ruiten en krassen, een verfbommetje, traangaspatronen, opengebroken stukjes straat, waar klinkers waren uitgenomen om als munitie te dienen. Ook vonden we de flyer van de demo, die daar bij bosjes lagen. De kop luidde: "Kraken crimineel? Kom ons maar halen!" Was getekend het Actie Comité Amsterdamse Boefjes.

zondag 19 september 2010

DUIKBOOT

Je geheugen is een raar ding. Herinneringen vormen verhalen in je hoofd. Je kleurt ze in met je eigen palet. Je schrijft gaten dicht, je brengt waar nodig logica aan, je vult hier en daar wat gaten op met niet-gedane maar wel mooie waarnemingen, zaken waardoor je er minder goed uitkomt verdoezel je, gloriemomenten worden benadrukt. Als je ze opschrijft zijn ze vastgelegd. Jouw waarheid staat op papier.

Hoe kom ik hier nu op? Aan de beantwoording van die vraag is het nodig een verhaal te vertellen. In mijn studietijd volgde ik college over politieke geografi
e. De docent was een van de grondleggers van die stroming en had in de jaren '70 een baanbrekend politiek-geografisch artikel gepubliceerd. Veel later is hij een beetje van het pad afgeraakt en in de jaren '90 gaf hij aan de Universiteit Utrecht een beperkt aantal uren per jaar college in het vak waar hij zijn sporen in had verdiend. Een bijvakje voor de studenten die het interessant vonden, meer was het niet.

En mijn interesse had het. De colleges waren leuk. De docent vertelde prachtige
spannende verhalen waarin James Bond nooit ver weg was en waarin politiek en geografie elkaar raakten. Soms met vergaande gevolgen. Een van de verhalen ging over de Falklandoorl
og, een nogal vreemde oorlog: Engeland vond het nodig om vanwege een onbeduidend eiland waar voornamelijk schapen wonen een echte oorlog te beginnen. Het ging uiteraard om
de zeer strategische ligging (geografie!) van de Falklandeilanden, precies op een doorgaande duikbootroute. Ik
had niet gedacht dat duikboten zo vast zaten aan een route, als waren het trolleybussen. Hoe het precies zat met de strategische ligging weet ik niet meer, en ik kan me eigenlijk geen ander voorbeeld herinneren dat onze docent gaf. Het was niet bepaald mijn productiefste studiejaar.

Wat ik nog wel weet is dat toen de docent het lokaal binnenkwam, een van de studentes een spontane hartverzakking kreeg. Ze trok helemaal wit weg. Het was overduidelijk dat ze zich niet op haar gemak voelde in de aanwezigheid van deze docent. Later bleek waarom.

Een paar weken eerder fietste deze studente op een avond langs het Ledig Erf en zag tegenover de geldautomaten (die er inmiddels niet meer zijn), aan de kop van de Twijnstraat tegen een goed gevuld fietsenrek, een wat oudere man liggen die werkelijk stomdronken was. Het leek er op dat hij in gevecht was geraakt met zijn fiets bij zijn pogingen het slot te openen. Hij had zich bij de nederlaag neergelegd. Hij was nog wel bij kennis, maar niet in staat te lopen. Hij zwaaide met zijn armen, op zoek naar houvast, want zelfs als je ligt heb je in zo'n staat houvast nodig. Hij had een spitse neus en een snor die in het midden geelbruin was van de nicotine die er in de loop der jaren langs was gewaaid. Aan zijn mosgroene corduroy broek, lichtblauwe trui met V-hals en beige lange regenjas te zien was hij geen zwerver. Hij had meer iets van een verstrooide psycholoog. Niet laten liggen dus.

De studente heeft zich met haar vriend over de man ontfermd en hem ondersteund op zijn wankele weg richting het terras van café Ledig Erf, waar een taxi klaarstond. Hij verontschuldigde zich als een klein kind, steeds herhalend dat het hem speet dat hij er zo aan toe was en zij hier getuige van moest zijn. Althans, ze veronderstelde dat dat de strekking was van de half in jenever opgeloste woorden die hij losliet. Hij was helaas niet dronken genoeg om niet door te hebben dat dit een situatie was om zich dood voor te schamen. De taxi-chauffeur nam hem na de nodige vijven en zessen in genade aan in zijn taxi, dit ondanks een behoorlijk kans dat hij de achterbank kon gaan poetsen. Als een plunjezak viel de man op de achterbank. Moeizaam richtte hij zich op. Hij prevelde voordat de deur dicht ging nog een verontschuldiging naar zijn redder. De taxi trok snel op en de dronken man bewoog als een duikelaar mee op de middelpuntvliedende krachten die de auto op hem losliet.

Terug in de collegezaal. Inderdaad, die man is de docent van vandaag. De studente die hem een paar weken daarvoor van de straat heeft opgeraapt zit helemaal vooraan in een groep van een mannetje of twintig. Politieke geografie is niet meer die grote stroming die ze eens was. De man moet haar in ieder geval zien, en de vraag is of hij die avond wel dronken genoeg was om zijn redder in nood niet meer te herkennen. Het eerste college-uur gebeurt er niets - geen blik, geen opmerking, geen schrik - wat doet vermoeden dat hij haar herkent. We overtuigen haar er tijdens het academisch kwartiertje van dat meneer echt zo lazarus moet zijn geweest dat hij haar van zijn levensdagen niet meer herkent.

En dat is ook zo. De hele verdere collegeserie loopt zoals dat gaat met zo'n vak. Oude maar interessante verhalen, opnieuw opgelepeld door een oude legende die in elk handboek over de geografie in Nederland voorkomt. Maar toch komt hij vooral over als een beetje een sneue, vermoeide, eenzame man.
Op de dag van het tentamen zitten we met hooguit 25 man in de zaal. Onze docent heeft nog een student-surveillant meegenomen. Dat is op zich vreemd, want voor zover wij al van zins zijn om samen te werken of af te kijken, of er nu een of twee surveillanten zijn, dat is sowieso onmogelijk. Later wordt duidelijk waarom de student er bij is. Dan kan de docent op zijn gemak een sigaretje roken en een paar jenevertjes wegtikken. Als hij terugkomt loopt hij wat onvast en om hem heen hangt een niet te missen aura van rook en jenever.

Steeds meer studenten zijn klaar met het examen. De blaadjes worden ingeleverd. Ook ik ben zo ver. Ik loop zo'n beetje de deur uit als de studente haar blaadjes inlevert, waarop de docent haar met een vraagteken op zijn hoofd aanspreekt met zijn vriendelijke doorrookte stem: "Kan het zijn dat wij elkaar niet al eens eerder hebben gezien?"

Dit verhaal klopt. Sommige details zijn verzonnen, maar eigenlijk ook weer niet. De eigen waarnemingen zijn minder helder dan de waarneming uit tweede hand. De tweede hand vertelde me het verhaal van de bewuste avond. In mijn hoofd is daarvan om de een of andere reden een kort filmpje opgeslagen met een bijzonder exacte en gedetailleerde weergave van de avond waarop de man zo dronken werd. Als een uiterst heldere droom. Ik weet op welke kruk hij heeft gezeten in café de Poort, en wat hij dronk: kopstootjes, nogal wiedes. Hij had een donkerblauwe sjaal om die avond. Ook de rest van de kleren en de plaats waarop hij neerstortte zijn echt, terwijl die details me nooit zijn verteld en ik ze nooit heb gezien. Maar mijn gedachten hebben ze gezamenlijk tot een nieuwe realiteit omgevormd. En het verhaal is daarom volledig waar. Op de laatste zin na dan.

vrijdag 17 september 2010

TWITTER HET MAAR!

VluchtelingenWerk is sinds een maand of wat actief op Twitter. Natuurlijk wordt Twitter door VluchtelingenWerk vooral gebruikt om onze boodschap het land in te sturen. Ook op twitter zijn we meer van het zenden dan van het ontvangen. Terwijl Twitter ook heel interactief te gebruiken is. Onzes ondanks krijgen we toch reacties.

De berichten op Twitter zijn voor iedereen te zien. En iedereen mag er zijn ding meedoen: retweeten, reageren en meer. De reacties vanuit onze eigen linkse kerk zijn natuurlijk louter positief. Zij retweeten onze berichten regelmatig of koppelen er een meer persoonlijke boodschap aan. Er zijn echter ook mensen die elk bericht aangrijpen om hun eigen puntte maken. Maar dat zijn wel punten uit een totaal andere kerk. We hebben zelfs een personal twitter-stalker! Als je bijvoorbeeld twittert dat onze nieuwe directeur bescherming van vluchtelingen erg belangrijk vindt krijg je als reactie: "Voor jullie eigen werkgelegenheid. Welk jaarsalaris krijgt de nieuwe directeur?" En als je twittert dat het idioot is dat er iemand is uitgezet naar Somalië dan krijg je als reactie: "Aanslag op Pim Fortuyn en Theo van Gogh: toch vluchten Nederlanders niet naar Mogadishu. Donder op met jullie spelletjes."

Andere interessante aan ons gerichte berichten zijn bijvoorbeeld "Stop met jullie verkooppraatjes. Hebben jullie onze maatschappij nog niet genoeg opgezadeld met enorme kostenposten?" of "VluchtelingWerk ( http://twitter.com/VluchtelingWerk ) is al sinds 1989 onlosmakelijk verbonden met de schimmige Postcodeloterij, een zéér lucratieve Linkse Kerk constructie." Kortom: hele positieve en constructieve bijdragen.

Als je op Twitter een beetje volgt wat er allemaal wordt gezegd over vluchtelingen en asielzoekers dan vallen een paar dingen op. De term vluchteling heeft een veel positiever bijklank dan asielzoeker. Vluchtelingen zijn bijvoorbeeld mensen die Limburg ontvluchten vanwege de verkiezingsuitslag, of personen die vanwege de bankencrisis persona non grata zijn geworden. Asielzoeker wordt gebruikt voor mensen die zielig zijn, vies, achterbaks, gewelddadig etc. Asielzoeker is op twitter een scheldwoord: "Wat een vokking asielzoeker!" En dat hoeft dan dus helemaal niet te betekenen dat het ook echt om een asielzoeker gaat. Seks met een asielzoeker komt op Twitter veel aan bod en slaat op wilde en exotische seks - niet per se met een asielzoeker overigens - met een grote kans op een al dan niet exotische SOA. Asielzoeker wordt ook gebruikt voor allerhande dieren die zielig zijn: "Last van een asielzoeker in mijn huis, het wordt nu echt herfst." Met een foto van een lief klein spinnetje er bij. Maar er zijn ook genoeg oprechte tweets van oprechte personen die oprecht bij de vluchtelingenproblematiek betrokken zijn: "NL had 5 jaar geleden meer dan 50asielzoekcentras. Waarom hebben ze dat niet meeer? omdat alle asielzoekers aan degrens al zijn doodgevriest."

De afdeling humor mag ook niet ontbreken in dit overzicht. De tweet die echt al maanden over Twitter rondwaart en telkens als je dacht dat je er vanaf was weer nieuw leven ingeblazen wordt met retweets is de volgende: "Aan een asielzoeker vragen of hij al spaart voor zijn uitzet is nooit grappig." De grappen zijn vaak bijzonder actueel. Gister werd het volgende bericht getwitterd naar aanleiding van de schrikbarende bezuinigingen op inburgering: "Bezuiniging op inburgering. Asielzoekers voortaan voor eigen rekening naar de Inburgerking."

Ook van recente datum is "Goeie software moet zijn als een asielzoeker met heimwee: die wijst zichzelf uit." Maar mijn favoriet is toch wel de volgende tweet die van de week op twitter is gezet:

"Būter brea en brūne soeker
wer dat net sizze kin is een asielzoeker"

En sa ist moar krek!

zondag 5 september 2010

TEKEN

Onlangs zag ik op Facebook de foto's van een Facebookvriendinnetje dat naar Taizé is geweest. Ik ben er zelf in 1986 en '87 geweest met een groep van school. Taizé is een kloostercomplex in Frankrijk waar de ukkemenie vanuit de hele wereld bijeen komt om samen het geloof te belijden, in stilte te bidden, religieuze hits te zingen en te praten over hogere dingen. Het is een wereld op zich. Een wereld met een bijzonder hoog percentage mensen van het type veel te goed voor deze wereld. Alhoewel ik er mijn teen om durf te verwedden dat de meesten die goeiïgheid buiten de muren van Taizé weer snel kwijt zijn.

Toch... Als je thuis kwam na een weekje Taizé dan was het gek genoeg altijd even wennen, die grote boze buitenwereld. Ik was verheugd te zien dat er nog plekken zijn op deze planeet waar zelfs na 25 jaar toch weinig lijkt te zijn veranderd. Foto's van blije jongeren van all over the world. Foto's van jongeren die bij de kerk een bordje tonen met 'silence' er op. Ook wat betreft het eten leek er weinig veranderd: de foto's lieten ondefinieerbaar gaarkeukenvoer van het ergste soort zien. Ik ga er van uit dat ook de oude non - die als een ware komediante bij elk nieuw lied vooraf verstrooid met een stemvork op haar hoofd tikte en vervolgens de steel in haar oor stak om de juiste toon te bepalen - nog steeds zangles geeft.

Een van de begeleiders die mee was, was een vrouw met bijzonder lang en bijzonder dik haar, een snor, een gezicht waar overduidelijk in geen eeuwigheid enig drogisterijproduct op was losgelaten en waar doorlopend zo'n intense blijheid vanaf straalde dat je al van een kilometer afstand kon zien dat je met een oprecht en belijdend christen van doen had. Toch had ze ook iets stars, iets verbetens over zich. Tegen het enge aan, maar een stuk minder eng dan de wijze waarop ze auto reed.

Ze vond het oprecht zielig dat ik nooit Jezus in mijn leven had binnengelaten en zou tot God bidden om Hem ook Mij een teken te laten geven. Dat vond ik prima. Je hebt er hoe dan ook geen last van. Een aantal jaren later kwamen we elkaar al fietsend tegen, ergens op Kanaleneiland. Ze was blij me te zien. Hoe wederzijds was dat? Na wat gebabbel over onder meer mijn huidige relatie tot Jezus scheidden onze wegen. Een paar weken later hoorde ik van een huisgenoot van de studentenflat waar ik toen woonde dat er een raar mens langs was geweest. Ze was op zoek naar mij. Toen ik niet thuis bleek te zijn heeft ze een boodschap voor me achtergelaten, in een verfrommeld envelopje. Daarin zat een bruingeel papiertje dat ergens uitgeknipt was, met een tekst er op. Achterop stond met balpen een groet, en de boodschap dat ze die ene keer achter me aan was gefietst om mijn adres te achterhalen. Gelukkig bleef het bij dit ene gevalletje van reli-stalking.

Op het bruingele papiertje stond een evangelische boodschap. De tekst heb ik zo goed onthouden omdat ik er al snel een soort countryliedje van had gemaakt, met de tekst als telkens terugkerende refrein, afgewisseld met een Sympathy-for-the-devil-achtig whoe-hoeh-koortje. Ik kan het zo weer spelen. De tekst ging als volgt:

You can go to college
You can go to school
But if you ain't got Jesus
You're an educated fool


Ondanks het veelvuldig bidden door mijn eenmalige reli-stalker heb ik nooit Het Teken gekregen en ben ik toch de educated fool geworden waarvoor ik ben gewaarschuwd. En ik ben er geloof ik niet rouwig om. Het blijft me een volkomen raadsel waarom zo veel ogenschijnlijk weldenkende mensen toch werkelijk denken dat God bestaat, en de hele rataplan d'r bij. Maar ach, het zal de kift zijn. Voor hetzelfde geld krijg ik morgen mijn teken.

Bovendien: ik geloof wel. Ik geloof in de werking van religieuze rituelen en bidden. Het geloof als placebo. Een placebo werkt niet omdat er medicijnen zijn die wél werken, maar omdat je gelooft dat het placebo - waarvan je niet weet dat het een placebo is - werkt. En dat geloof behoeft geen stevige fundering. Geloof is als het kusje van je moeder op je zere knie, als het delen van je diepste zieleroerselen met je kat, als het teddybeertje dat je neerlegt bij het afgebrande huis waar gisteren nog drie kindertje woonden. Het slaat welbeschouwd nergens op, maar helpen doet het op de een of andere manier wel.

Mocht het placebo onverhoopt toch niet helpen of bijwerkingen hebben, dan geeft de bijsluiter vaak een verklaring. Als je dacht dat placebo's geen bijsluiter hebben, dan heb je het mis! Placebo's móéten een bijsluiter hebben, want anders hebben ze geen bijwerkingen. Zo werkt dat met placebo's. Zo heeft ook elke religie zijn eigen meer of minder uitgebreide bijsluiter.

Misschien moet ik nog eens terug naar Taizé om de mensen daar te confronteren met deze placebo-theorie. Ik denk dat dat een prachtige ingang zou zijn voor 1001 gesprekken. Zou de wereldlijke ukkemenie er klaar voor zijn?

woensdag 1 september 2010

BOM II

Eerder schreef ik over een boeiend tv-programma waarin de Waffen SS en de Vietcong een wedstrijdje doen: wie heeft de beste wapens en wie weet ze het beste te hanteren? Van de week zag ik het programma weer. Het heet Deadliest Warriors, en dat is precies waar het over gaat: wie zaait de meeste dood en het meeste verderf. De vorige keer dacht ik nog grappig te zijn door Al Qaeda te tippen voor de overwinning. Want die zouden natuurlijk nooit meedoen met zo'n programma. Inmiddels ben ik daar niet meer zo zeker van. Als zelfs Somalische piraten meedoen, wie dan niet? Ieder zichzelf respecterend doodseskader krijgt zo zijn eigen promo-filmpje.

In deze episode namen Somalische piraten het op tegen de milities van het Medellin drugskartel. Waarbij ik eerder nog dacht dat het een programma voor wapenfetisjisten was, weet ik nu dat het voor totaal morbide figuren bedoeld is. Waarbij het mij fascineert dat het ook mij zo fascineert. Zo lekker veel filmisch opgediend geweld, vaak met de super-slowmo beelden van kogelinslagen en gutsend bloed uit varkenslijken.

Beide teams waren weer bijzonder goed gecast. Uit welke jungle trek je twee zulke griezelige types, die er zo trots op zijn dat ze het wreedst zijn van de hele melkweg? Doe de groeten aan Tanja trouwens. En waar haal je in godsnaam een paar Somalische acteurs vandaan die met zoveel trots vertellen over hun gewelddadige kapingen?

Wat kwam er nu weer voorbij? Een drive by shooting vanaf een motor (Medellin) en vanaf een speedboot (piraten). De poppen werden weer tot bloedens toe kapotgeschoten. Het fascinerendste was toch de demonstratie met de machete van de Medellinman. Hoe hak je een levensechte mensenpop zijn ledematen af, om vervolgens een Colombian necktie te strikken: strot doorhouwen en tong door de gapende wond naar buiten trekken. Het handelsmerk van de Medellinmannetjes, en trotst dat ze er op zijn! Of was het de demonstratie enterhaakgebruik door de piraat? De Somali ging als een bezetene een varkenskarkas te lijf met de enterhaak, het werd volledig uit elkaar getrokken en het bloed en vlees vloog in het rond. Dan vraag je je toch af: meneer de Somaliër, is dat niet haram, een varken openrijten? Geloofsslachtafval...

Ik heb weer het einde niet gezien, dus ik weet wederom niet wie nu het dodelijkst was. Maar ach, het gaat mij toch vooral om het spel. Wat mij wel oprecht verbaast: waarom zijn hier nog steeds geen kamervragen over gesteld? Al was het maar door de PvdD.