Je kent het wel: je zit op een niet bepaald druk terras. Je meent toch echt oogcontact te hebben gemaakt met de serveerster van dienst, zo te zien een HBO-studente van een opleiding die in mijn tijd nog niet bestond. Ze maakt geen enkele aanstalt om je te bedienen. Ze staat geleund in de deurpost mooi te wezen, praat met een collega, bekijkt de display van haar mobiel, bekijkt haar nagels, staart in het niets, of ze converseert op de een of andere manier met een bekende aan de overkant van de straat. Ergernis neemt toe. Je maakt - zonder gelijk te beginnen met zwaaien - in je beste lichaamstaal duidelijk dat de serverveerster best mag overgaan tot serveren. De serveerster verstaat jouw lichaamstaal niet, haar lichaamstaal zegt: negeer. Als je uiteindelijk je drankje krijgt aangereikt vanuit een hooghartige houding - 'hoe durft die loser in godsnaam bij mij te bestellen...' - weet je: dit is iemand van de Grenzeloze Generatie.
Van de week stond daarover een artikel in de krant. De Grenzeloze generatie bestaat uit twintigers en dertigers die zijn opgevoed zonder grenzen en met het idee dat ze he-le-maal geweldig zijn. 'Wat een mooie drol heb jij op de bank gemaakt!', 'Wat knap, zoals je de kanarie hebt ontleed!', 'Wat kun jij al goed voor je zelf opkomen, heel goed dat je die vervelende peuter met een knuppel hebt geslagen!' Zoals de beroemde filosoof Angelo Moore al zei: Give A Monkey A Brain And He'll Swear He's The Center Of The Universe. Op de werkvloer vormen zij een pijn in de bips van de oude garde. Nu ben ik zelf inmiddels ook bijna van de oude garde, dus ook ik zou er last van kunnen krijgen. Ik mag dan in sommige opzichten misschien enigszins grenzeloos zijn, maar niet in de opzichten die kenmerkend zijn voor de Grenzeloze Generatie. Eerder andersom zelfs.
Hoe herken je iemand van de Grenzeloze Generatie? Het gaat hier om ambitieuze types (man of vrouw) die recht op hun doel afgaan, zichzelf geweldig vinden en dat ook uitstralen, graag in het middelpunt van de belangstelling staan, snel verveeld en afgeleid zijn, slecht tegen kritiek kunnen, niet gericht zijn op het leveren van kwaliteit, die zich tot ongeloof van hun bazen niet houden aan de fundamentele regels van de bedrijfshiërarchie, ofwel omdat ze zichzelf zo geweldig vinden, ofwel omdat ze niet bekend zijn met grootheden als autoriteit en hiërarchie. Kortom: een tijdbom onder iedere organisatie!
Nog een kenmerk: deze Grenzeloze Generatiegenoten hebben geen idee van service, een dienstverlenende instelling vinden zij een prima karaktertrek voor Aziaten. Daarom is het ook zo'n ramp als je zo'n type aan de telefoon krijgt bij een helpdesk of - god verhoede - als zo iemand je moet bedienen op een terras. Maar als je het weer overkomt dan weet je nu dat ze er ook niets aan kunnen doen. Dat het komt omdat ze behoren tot de Grenzeloze Generatie. En ik verzeker je: dat te weten maakt de situatie een stuk dragelijker!
donderdag 23 juni 2011
woensdag 25 mei 2011
PAARD
Dier, bovendier van Frank Westerman is typisch zo'n boek dat ik leuk vind. Wat geschiedenis, wat geografie, en alles speelt zich ook nog af in Midden-Europa. Wat is er nog meer nodig? Het eigenlijke onderwerp spreekt me minder aan: lippizaners. Ik heb weinig met paarden, en zeker niet met dit soort homoparadepaarden par excellence. Maar wat die dieren dan weer voor doldwaze avonturen beleven door de geschiedenis heen, dat is wel weer donders interessant!De lippizaners en de Spaanse rijscholen - waar de beesten gefokt en getraind worden - waren ten tijde van het Habsburgse rijk echte prestigeobjecten. En eigenlijk nog steeds. Dan heb je het over landen als Kroatië, Slovenië, Tsjechië, Slowakije en natuurlijk Hongarije en Oostenrijk. Kroatië en Slovenië menen beide de oerstoeterij der lippizaners binnen hun grenzen te herbergen. De stadjes staan zich er op voor dat van hun naam het woord lippizaner is afgeleid.
In de verdere en nabije geschiedenis zijn de paardjes bij naderende oorlogsfronten het hele gebied door getransporteerd, in colonne of per trein. Oprukkende Turken, Duitsers, Russen: telkens weer leidde het tot massale lippizaner vluchtelingenstromen. Met name de Russen waren gevreesd, omdat zij - wat nou stamboek? - paarden zagen als potentieel soldatenvoer. Ook tijdens de Joegoslaviëcrisis, een eufemisme voor een gruwelijke massale slachtpartij zoals die in Europa niet meer heeft plaatsgevonden sinds WOII, moesten lippizaners vluchten voor oorlogsgeweld.
Het ging om paarden uit de Kroatische stoeterij Van Lippic die door een Serviër naar Bosnië waren overgebracht toen Kroatië en Servië in oorlog kwamen. Vervolgens raakte ook Bosnië betrokken bij de oorlog en moesten de paarden verder vluchten naar veiliger oorden. Een rare Servische snoeshaan dacht met de Lippizaners te kunnen gaan fokken om veel geld te verdienen. De gestolen paarden waren echter uit het grote lippizaner stamboek geschrapt, en hun nakomelingen ook. Toen bleek dat ze waardeloos waren, werden de paarden aan hun lot overgelaten. De foto's en filmpjes van totaal uitgemergelde en tot kannibalisme gemuteerde wrakken van paarden hadden hun uitwerking. De internationale gemeenschap vond dat er iets moet gebeuren, en dat gebeurde. Uiteindelijk heeft de stalmeester (een Serviër) wat er nog over was van de kudde teruggevoerd naar de stoeterij van Lippic.
Een ander thema dat in het boek een belangrijke rol speelt is erfelijkheid en genetica. De Lippizaners zijn ook voortgekomen uit een fokprogramma waarbij op specifieke kenmerken werd geselecteerd. Daarom is het stamboek van een lippizaner nog steeds zo belangrijk, want dat bepaalt de waarde.
Met de genetica gaat het verhaal naar de prachtige Utrechtse broederstad Brno (Moravië), waar monnik Mendel de basis legde voor de erfelijkheidstheorie, die een verklaring gaf voor de wat Darwin zag in de evolutie van de soorten. En als je het over erfelijkheidsleer hebt kom je vanzelf uit bij excessen van de vorige eeuw: eugenetica, Untermenschen, arische fokprogramma's. Ach ja, waarom zou je geen fokprogramma loslaten op mensen, vermits het doel nobel is? Er worden in Wageningen momenteel lieve kippen gefokt die minder neiging hebben tot kannibalisme en ander agressief gedrag. Zo hebben de kippen een beter leven en het levert per saldo meer vlees op. Zoiets zou je ook een paar generaties met mensen moeten doen: agressie er gewoon uitfokken. Maar ja, ik waag te betwijfelen of dit Kabinet dat plan er doorheen krijgt.
Het boek staat boordevol interessante wederwaardigheden. Voer voor de kroeg! Wist je dat Frieda van Abba een nakomeling is van een nazi-programma in het in WOII neutrale Zweden, gericht op het kweken van raszuivere ariërs? Ja, ik vond het ook vreemd dat het Agnetha niet was, want zeg nu zelf: wie van de twee ziet er het meest arisch uit? En wist je dat in nazi-Duitsland de gebroeders Heck in de Berlijnse zoo op last van de nazi's met een fokprogramma bezig waren om diersoorten terug te fokken naar de oervorm? Een paar van hun best gelukte beesten zijn het konikspaard en het heckrund. Jawel, die lopen nu gezellig rond te struinen bij de Oostvaardersplassen.
Wat ik ook meer dan opmerkelijk vond is dat in de goede oude Sovjet-Unie Stalin had gelast dat Darwin en ook Mendel uit waren en Lamarck in. Een hele school wetenschappers werd - niet voor het eerst en zeker niet voor het laatst - geofferd voor de goede socialistische zaak. Want Lamarck paste veel beter bij het socialistische gedachtegoed, omdat hij er vanuit ging dat soorten veranderlijk zijn, met de giraffe als good practice: als je maar vaak genoeg naar hele hoge blaadjes hapt dan krijg je vanzelf een lange nek. Dat is natuurlijk fijn als je er op uit bent om de socialistische mens te ontwikkelen. 100 keer beter dan een generatie of wat te moeten wachten tot er toevallig een paar mutaties zijn opgetreden die het mensenras verder brengen.
Wat ook een interessante notie is in het boek, is dat mensen geneigd zijn om veel emotioneler te reageren als dieren wat wordt aangedaan dan als dat gebeurt bij mensen. De foto's uit Congo van de bruut neergeschoten berggorilla's die werden vervoerd op enorme brancards, gemaakt van wat in het woud voorhanden was, haalden overal ter wereld de voorpagina's. En kwaad dat iedereen was! Dit kan echt niet, zulke prachtige beesten, zo zeldzaam, en dan dit! Die miljoen hutu's, hema's, tutsi's die in de regio vermoord zijn, dat is heeft dan toch weer een heel andere impact. Te veel om te bevatten. Tsja, het zijn rare beesten, die mensen...
donderdag 28 april 2011
AUTOBIO
Dinsdag ben ik naar de film The autobiography of Nicolai Ceausescu geweest in het filmmuseum. Aan de hand van propagandabeelden en filmpjes uit de collectie van de familie Ceausescu zelf krijg je in drie uur tijd een goed beeld van de waanwereld waarin meneer de dictator leefde. Grootheidswaanzin, daar krijg je vanzelf last van als iedereen voor je klapt en buigt, als al je grootheidswaanzinnige plannen worden uitgevoerd en als bevriende leiders je verwelkomen met een ceremonie waarbij vergeleken de opening van de Olympische Spelen kinderspel is.
Ik vind dictators en de manier waarop ze leven en hun dictatorschap weten te bestendigen interessant. In het boek Dictator voor beginners - een handboek voor tirannen in spe staat beschreven hoe een dictator te werk moet gaan. Het boek geeft antwoord op vragen als
• Hoe onderdruk je de vrijheid van meningsuiting en de vrije pers?
• Hoe organiseer je een coup?
• Hoe ontwerp je een nieuwe vlag?
• Hoe begin je een nieuwe religie?
• Hoe regeer je een land?
• En hoe kom je er uiteindelijk veilig mee weg?
Ceausescu heeft zijn eigen antwoorden op deze vragen gevonden. Alleen op de laatste vraag had hij te laat een antwoord gevonden.
De film levert prachtige beelden op, zo gedateerd dat je je nauwelijks meer kan voorstellen dat zoiets echt heeft bestaan. Je moet wel enige achtergrondkennis hebben om alles te kunnen volgen, want er wordt nergens aanvullende informatie gegeven over het vertoonde. De film is chronologisch opgebouwd. Je ziet Ceausescu de eerste schreden zetten op het pad naar het dictatorschap. Na zijn verbale aanval tegen Rusland, dat Tsjecho-Slowakije heeft bezet na de Praagse Lente, wordt hij als afvallig Oostblokker in genade aangenomen door het westen, met bezoekjes aan Nixon en de Windsortjes tot gevolg. In zijn speeches kan hij sowieso de boel behoorlijk op scherp zetten, zeker als hij de papieren versie van de toespraak loslaat en uithaalt naar de uitbuiters op deze aarde in termen die je leert op de School ter lering der Socialistische Doctrine.
Als de tachtiger jaren naderen worden de beelden steeds treuriger en schrijnender. Het geloof in De Juiste Weg lijkt af te nemen, de beelden worden fletser, het volk oogt ongezonder en meer uitgeleefd, het weer is ook slechter. De personages worden bekender: Gorbatsjov, Jaruzelski. De grootheidswaan wordt groter: Ceausescu laat het Huis van het Volk bouwen, het op het Pentagon na grootste gebouw ter wereld.
Na afloop van de film kwam ik te spreken met twee Roemenen die 20, 30 jaar geleden gevlucht zijn (of zijn verkocht aan Nederland om aan buitenlandse deviezen te komen). De vrouw vond de film een aanfluiting, omdat Ceausescu er veel te positief uit kwam. Maar ja, wat verwacht je dan van een autobiografie, daarin laat je natuurlijk niet de jou onwelgevallige beelden zien. De man vond de film een prachtig tijdsbeeld geven. Hij was enigszins geëmotioneerd. Hij is concertpianist en komt uit een adellijke familie. Hij heeft de verschrikkingen van de Ceausescu-dictatuur aan den lijve ondervonden.
Toevallig - nou ja, toevallig - heb ik net Kameraad Baron van Jaap Scholten gelezen. Dat boek gaat over de vernietiging van de Transsylvanische aristocratie in Roemenië. De verantwoordelijke man voor die vernietiging was niemand minder dan Ceausescu, die eerder al de collectivisatie van de landbouw had doorgevoerd. Zou de pianist ook tot de Transsylvanische aristocratie behoord hebben?
De pianist kent het boek, en hij blijkt inderdaad tot de oude aristocratie te behoren: de adellijke familiestamboom gaat terug tot 1500. Hij heeft echter weinig behoefte om over deze Roemeense episode uit zijn leven te praten, hij heeft zijn hart verpand aan Nederland. En hij tapt liever moppen. Roemeense moppen in het Nederlands. Roemeense moppen zijn net als Nederlandse moppen: niet leuk en niet te onthouden. Een leerzame avond!
Ik vind dictators en de manier waarop ze leven en hun dictatorschap weten te bestendigen interessant. In het boek Dictator voor beginners - een handboek voor tirannen in spe staat beschreven hoe een dictator te werk moet gaan. Het boek geeft antwoord op vragen als
• Hoe onderdruk je de vrijheid van meningsuiting en de vrije pers?
• Hoe organiseer je een coup?
• Hoe ontwerp je een nieuwe vlag?
• Hoe begin je een nieuwe religie?
• Hoe regeer je een land?
• En hoe kom je er uiteindelijk veilig mee weg?
Ceausescu heeft zijn eigen antwoorden op deze vragen gevonden. Alleen op de laatste vraag had hij te laat een antwoord gevonden.
De film levert prachtige beelden op, zo gedateerd dat je je nauwelijks meer kan voorstellen dat zoiets echt heeft bestaan. Je moet wel enige achtergrondkennis hebben om alles te kunnen volgen, want er wordt nergens aanvullende informatie gegeven over het vertoonde. De film is chronologisch opgebouwd. Je ziet Ceausescu de eerste schreden zetten op het pad naar het dictatorschap. Na zijn verbale aanval tegen Rusland, dat Tsjecho-Slowakije heeft bezet na de Praagse Lente, wordt hij als afvallig Oostblokker in genade aangenomen door het westen, met bezoekjes aan Nixon en de Windsortjes tot gevolg. In zijn speeches kan hij sowieso de boel behoorlijk op scherp zetten, zeker als hij de papieren versie van de toespraak loslaat en uithaalt naar de uitbuiters op deze aarde in termen die je leert op de School ter lering der Socialistische Doctrine.
Als de tachtiger jaren naderen worden de beelden steeds treuriger en schrijnender. Het geloof in De Juiste Weg lijkt af te nemen, de beelden worden fletser, het volk oogt ongezonder en meer uitgeleefd, het weer is ook slechter. De personages worden bekender: Gorbatsjov, Jaruzelski. De grootheidswaan wordt groter: Ceausescu laat het Huis van het Volk bouwen, het op het Pentagon na grootste gebouw ter wereld.
Na afloop van de film kwam ik te spreken met twee Roemenen die 20, 30 jaar geleden gevlucht zijn (of zijn verkocht aan Nederland om aan buitenlandse deviezen te komen). De vrouw vond de film een aanfluiting, omdat Ceausescu er veel te positief uit kwam. Maar ja, wat verwacht je dan van een autobiografie, daarin laat je natuurlijk niet de jou onwelgevallige beelden zien. De man vond de film een prachtig tijdsbeeld geven. Hij was enigszins geëmotioneerd. Hij is concertpianist en komt uit een adellijke familie. Hij heeft de verschrikkingen van de Ceausescu-dictatuur aan den lijve ondervonden.
Toevallig - nou ja, toevallig - heb ik net Kameraad Baron van Jaap Scholten gelezen. Dat boek gaat over de vernietiging van de Transsylvanische aristocratie in Roemenië. De verantwoordelijke man voor die vernietiging was niemand minder dan Ceausescu, die eerder al de collectivisatie van de landbouw had doorgevoerd. Zou de pianist ook tot de Transsylvanische aristocratie behoord hebben?
De pianist kent het boek, en hij blijkt inderdaad tot de oude aristocratie te behoren: de adellijke familiestamboom gaat terug tot 1500. Hij heeft echter weinig behoefte om over deze Roemeense episode uit zijn leven te praten, hij heeft zijn hart verpand aan Nederland. En hij tapt liever moppen. Roemeense moppen in het Nederlands. Roemeense moppen zijn net als Nederlandse moppen: niet leuk en niet te onthouden. Een leerzame avond!
donderdag 21 april 2011
EXPAT
Bij mij bezoek aan Jordanië heb ik me laten onderdompelen in het expatwereldje van Amman. Of expatwereldje, zeg maar gerust expatwereld. Jordanië is in de regio het land - en Amman de stad - waar de meeste ambassades en bedrijven gevestigd zijn. Er zijn dus ook erg veel expats. In de rijkere wijken (met name Abdoun) zijn zwaar beveiligde ambassades en enorme patserhuizen met weelderige tuinen en ook met beveiliging.
Zo'n expatgemeenschap leent zich bijzonder goed voor een soap. Het deed me denken aan Desperate Housewives: mannen die de helft van de tijd in het buitenland zijn of gewoon weg, vrouwen die zich bezighouden met het vervoeren van hun kroost van voetbalclub naar International High School naar pianoles, met het organiseren van liefdadigheden en uitjes voor de eigen gemeenschap (barbecueweekend in de woestijn) en natuurlijk veel feesten en partijen, om wat voor reden dan ook. Veel van de expats hebben trouwens een chauffeur die met de kinderen rondrijden.
Tijdens mijn bezoek ben ik met de Nederlandse club wezen fietsen door de Jordaanvallei en langs de Dode Zee. De geweldige fietstocht werd afgesloten met een fantastische barbecue, verzorgd door een viertal Bedoeïenen. En die kunnen barbecueën! Met een ander expatclubje zijn we naar een duur hotel nabij de Dode Zee geweest met een tropisch buiten-zwemparadijs er bij, en een meneer die elke keer je waterpijp stopte. Op de BritClub - bij de Britse ambassade dus - kon worden gezwommen, gevoetbald, getennist, gezopen en gepraat met westerlingen van all over the world. Ook die club was zwaar beveiligd. Ik ben nog bij de ambassadeur thuis geweest, en hun huis - dat ook door U, belastingbetaler, wordt betaald - mocht er best wezen. Mijn flatje paste in de woonkamer. Uiteraard heeft elk gezin zijn eigen huishoudster (of drie), een meestal Filippijnse maid. Want al dat woestijnzand moet wel elke dag worden weggepoetst, en de auto moet minstens twee keer per week in het sop.
Zoals het een expat betaamt zijn we elke ochtend wezen koffiedrinken bij Starbucks en we hebben ons bijna ongans gegeten in de meeste exclusieve restaurants van het land. Het beste sushirestaurant waar ik ooit ben geweest - laat het Marianne Thieme niet horen, maar ik heb blauwvintonijn gegeten... - en het beste Arabische restaurant: Fakhr El-Din. Bediend door een gedienstige tiental obers - een voor het brood, vijf voor de koude gerechten, een voor de waterpijp, een voor de raki, een voor de betere gesprekken, een reserve-ober - kregen we de meest fantastische gerechten voorgeschoteld, waaronder patéachtig rauw gekruid schapenvlees, lever en prachtige aubergines. Ik keek uit op een tafel met zes prachtige exotische jongevrouwen, prinsessen uit sprookjes van duizend en een nachten, met stilettohakken, strakke leren (latex?) broeken en prachtige ogen en wenkbrauwen, om over de rest maar te zwijgen. En als ze dan ook nog zo zinnenprikkelend de waterpijp ter hand nemen... Heerlijk gegeten kortom.
Het is natuurlijk heerlijk om als nietsvermoedende toerist verzeild te raken in de geneugten van het expatleven. Toch vraag ik me af of ik daar voor de langere termijn ook gelukkig van zou worden. Ik hou best van leuke dingen doen en lekker eten, maar het heeft toch allemaal van dat grote-jongensachtige. De mannen van de wereld die weten hoe het allemaal moet en die in het geheel niet gegeneerd zijn om met volle teugen te genieten van het goede leven. Leve de man van de SNV... En er mag natuurlijk best wel wat tegenover staan, dat je in zo'n verweggig land werkt, van je familie en vrienden en Heimat verlaten. Een leuk huis met een leuke tuin en wat bedienend personeel, een zwembad want het is er best warm vaak, een goede school voor de kids, een stoere SUV, een leuk salaris om leuke dingen mee te doen met je expatvrinden. Tsja... Ik ben er nog niet klaar voor, voor het waarachtige expatleven, maar het was lekker om eens van te proeven.
Zo'n expatgemeenschap leent zich bijzonder goed voor een soap. Het deed me denken aan Desperate Housewives: mannen die de helft van de tijd in het buitenland zijn of gewoon weg, vrouwen die zich bezighouden met het vervoeren van hun kroost van voetbalclub naar International High School naar pianoles, met het organiseren van liefdadigheden en uitjes voor de eigen gemeenschap (barbecueweekend in de woestijn) en natuurlijk veel feesten en partijen, om wat voor reden dan ook. Veel van de expats hebben trouwens een chauffeur die met de kinderen rondrijden.
Tijdens mijn bezoek ben ik met de Nederlandse club wezen fietsen door de Jordaanvallei en langs de Dode Zee. De geweldige fietstocht werd afgesloten met een fantastische barbecue, verzorgd door een viertal Bedoeïenen. En die kunnen barbecueën! Met een ander expatclubje zijn we naar een duur hotel nabij de Dode Zee geweest met een tropisch buiten-zwemparadijs er bij, en een meneer die elke keer je waterpijp stopte. Op de BritClub - bij de Britse ambassade dus - kon worden gezwommen, gevoetbald, getennist, gezopen en gepraat met westerlingen van all over the world. Ook die club was zwaar beveiligd. Ik ben nog bij de ambassadeur thuis geweest, en hun huis - dat ook door U, belastingbetaler, wordt betaald - mocht er best wezen. Mijn flatje paste in de woonkamer. Uiteraard heeft elk gezin zijn eigen huishoudster (of drie), een meestal Filippijnse maid. Want al dat woestijnzand moet wel elke dag worden weggepoetst, en de auto moet minstens twee keer per week in het sop.Zoals het een expat betaamt zijn we elke ochtend wezen koffiedrinken bij Starbucks en we hebben ons bijna ongans gegeten in de meeste exclusieve restaurants van het land. Het beste sushirestaurant waar ik ooit ben geweest - laat het Marianne Thieme niet horen, maar ik heb blauwvintonijn gegeten... - en het beste Arabische restaurant: Fakhr El-Din. Bediend door een gedienstige tiental obers - een voor het brood, vijf voor de koude gerechten, een voor de waterpijp, een voor de raki, een voor de betere gesprekken, een reserve-ober - kregen we de meest fantastische gerechten voorgeschoteld, waaronder patéachtig rauw gekruid schapenvlees, lever en prachtige aubergines. Ik keek uit op een tafel met zes prachtige exotische jongevrouwen, prinsessen uit sprookjes van duizend en een nachten, met stilettohakken, strakke leren (latex?) broeken en prachtige ogen en wenkbrauwen, om over de rest maar te zwijgen. En als ze dan ook nog zo zinnenprikkelend de waterpijp ter hand nemen... Heerlijk gegeten kortom.
Het is natuurlijk heerlijk om als nietsvermoedende toerist verzeild te raken in de geneugten van het expatleven. Toch vraag ik me af of ik daar voor de langere termijn ook gelukkig van zou worden. Ik hou best van leuke dingen doen en lekker eten, maar het heeft toch allemaal van dat grote-jongensachtige. De mannen van de wereld die weten hoe het allemaal moet en die in het geheel niet gegeneerd zijn om met volle teugen te genieten van het goede leven. Leve de man van de SNV... En er mag natuurlijk best wel wat tegenover staan, dat je in zo'n verweggig land werkt, van je familie en vrienden en Heimat verlaten. Een leuk huis met een leuke tuin en wat bedienend personeel, een zwembad want het is er best warm vaak, een goede school voor de kids, een stoere SUV, een leuk salaris om leuke dingen mee te doen met je expatvrinden. Tsja... Ik ben er nog niet klaar voor, voor het waarachtige expatleven, maar het was lekker om eens van te proeven.
vrijdag 11 maart 2011
BROOD
Gisteren zag ik bij Pow News de PVV-er Richard de Mos van de fractie Den Haag. De goedlachse De Mos - een pitbullsmoking zou hem een stuk beter bij hem passen dan een echt pak - kreeg daar vragen over de actie tegen - jawel - allochtone broodgooiers. In Den Haag is er grote overlast van meeuwen - 'ongewenste bruine tapijtvloeren' - die wordt veroorzaakt doordat ze massaal gevoerd worden. Door allochtonen nog wel. En wat doe je om dat te voorkomen? Volgens het persbericht ga je dan natuurlijk extra surveilleren en torenhoge bestuurlijke boetes uitdelen.
Soms vraag je je werkelijk af of men bij de PVV nou zo slim is of zo dom. Als je in je persbericht met als titel 'PVV wil broodgooiers keihard aanpakken' durft te zeggen dat 'pas als iedereen zich houdt aan de regels van de stad, de broodnodige integratie verder bevorderd (zal) worden!', dan moet je ofwel gegrinnikt hebben toen je dat bedacht, ofwel het moet je niet eens opgevallen zijn. Maar de gedachte dat iedereen zich eerst netjes aan de regels moet houden en dat daarna pas de broodnodige integratie verder bevorderd zal worden: het is te stuitend voor woorden.
Wat niet in het persbericht staat maar wat gisteren bij monde van De Mos in Pow News werd gezegd: de verregaande hetze richt zich niet tegen allochtone broodgooiers. Nee, het gaat expliciet om islamitische broodgooiers die uit naam van de Koran het overgebleven brood uitdelen aan de dieren. De Mos heeft de Koran goed gelezen en weet dat daarin staat: Gij zult geen etenswaren weggooien.
Wat niet in het persbericht staat maar wat gisteren bij monde van De Mos in Pow News werd gezegd: de verregaande hetze richt zich niet tegen allochtone broodgooiers. Nee, het gaat expliciet om islamitische broodgooiers die uit naam van de Koran het overgebleven brood uitdelen aan de dieren. De Mos heeft de Koran goed gelezen en weet dat daarin staat: Gij zult geen etenswaren weggooien.
Dat vind ik dan wel weer een interessant punt, voor zover dat natuurlijk echt zo is. De PVV ziet wel vaker dingen in de Koran staan waarvan geen moslim het bestaan vermoedde. In ieder geval zie ik hier bij de Vecht geregeld overduidelijk islamitische mannen met hele vuilniszakken brood de troep ganzen voederen. Broden tegelijk gaan het water in, ook wij in Zuilen hebben onze poepoverlast (tapijten, ik zeg het u!). Maar om daar torenhoge bestuurlijke boetes tegenaan te keilen en deze islamitische broodgooiers op voorhand uit te sluiten van zogenaamd broodnodige integratie: ik zou zeggen, laat iedereen oprotten uit Nederland die dit achterlijke standpunt onderschrijft.
dinsdag 8 maart 2011
FILOSOOF
In Nietzsche & Kant lezen de krant van Rob Wijnberg worden de grote thema's uit het nieuws van 2009 bezien met een filosofische bril. Het boek heeft als ondertitel Denkers van vroeger over de dilemma's van nu. Die dekt de lading aardig, met dien verstande dat er ook genoeg denkers van nu worden aangehaald en dat de dilemma's van nu (is 2009) vaak al weer behoorlijk van toen lijken te zijn: wie was Rita Verdonk ook weer, hoe was het ook weer vóór het gedoogkabinet Wilders, wat was het toch prachtig, het gevoel van hoop bij de verkiezing van Obama. Het mooie daarvan is dat je zo ziet dat uit het schier oneindige filosofische aanbod altijd wel iets te peuren valt waarmee de dilemma's van nu te verklaren zijn. En als het dan anders loopt, dan is er wel weer een filosoof die juist dáár een verklaring voor heeft.Neemt niet weg dat het een verademing is het nieuws eens op deze manier geduid te zien, en niet op de hijgerige veroordelende kreterige manier die tegenwoordig zo in zwang is. Het analyseren van de achterliggende diepere gedachten - of de inconsequenties daarin - is veel mooier omdat het inzicht verschaft over hoe individuen of groepen oordelen of dingen doen vanuit een bepaald maatschappijbeeld en bepaalde visies.
Wijnberg, de jonge redacteur van NRC Next en van huis uit filosoof, bouwt het boek op rond thema's als vrijheid, waarheid & macht, identiteit en ongelijkheid. Bijdragen leveren de nodige eye openers op . Bijvoorbeeld over de onderhandelingen over het milieu tussen de grote wereldmachten. Het niet ondertekenen van het Kyoto-protocol door China en de VS is te verklaren als klassiek prisoner's dilemma: eigenbelang, gekoppeld aan misplaatste rationaliseringen leiden tot beslissingen die in ieders nadeel zijn.
De in het boek aangehaalde noties over terrorisme zijn weer zeer actueel met alle ontwikkelingen in de Arabische wereld. Terrorisme, het is maar net welk etiketje je er op plakt. Op de Verenigde Staten blijft dat etiketje in ieder geval niet plakken. Het aangehaalde onderzoek van Pape naar zelfmoordterroristen is veelzeggend. Hij concludeert dat bij 95% van hun aanslagen de motivatie is om moderne democratieën te dwingen om hun militaire troepen terug te trekken uit gebieden die door terroristen worden beschouwd als hun thuisland.
Andere interessante noties die in het boek aan bod komen zijn bijvoorbeeld dat solidariteit voortkomt uit egoïsme; dat je gelovigen nooit mag aanvallen op de onzin waarin ze geloven, terwijl ze zelf alle recht hebben om bijvoorbeeld evolutielastering te bedrijven; dat dieren rechten geven niet kan omdat ze zelf geen weet hebben van die rechten; dat mensenrechten ook maar een suf westers verzinsel is waar legio kanttekeningen bij te plaatsen zijn; dat de Commissie Gelijke Behandeling eigenlijk de Commissie Ongelijke Behandeling zou moeten heten.
Ik denk dat er een wereld te winnen valt als we aan de hand worden genomen door onze grote en minder grote filosofen. Ook de bepaling of iemand vluchteling is of niet lijkt me typisch iets voor filosofen, en zeker niet voor ambtenaren met een checklist.
maandag 7 maart 2011
HECHTING
Als ik het goed heb werd de ov-studentenkaart ingevoerd op 1 januari 1991. Tijdens een van de eerste colleges in dat jaar sprak de docent van dienst ons dan ook toe: "Jullie zijn de eerste groep geografen die gratis kan reizen: naar America, naar Zurich, naar de Krim! En dat allemaal dankzij de Nederlandse overheid! Geografen, maak er gebruik van!" Wij geografen hadden natuurlijk al lang door dat alledrie die plaatsen in Nederland liggen, en dat ze aldus gratis te bereizen waren. Maar de boodschap was helder: als geograaf moest je er op uit, naar plaatsen en regio's, om ze geografisch te duiden! Wij waren de eerste lichting die van dit Sonderangebot gebruik kon maken.
Ik woonde in die tijd in een heel gezellig studentenhuis met een oververtegenwoordiging aan Limburgers. Toen de ov-kaart net was ingevoerd was het natuurlijk uitproberen geblazen. We deden een wedstrijdje wie de dagelijkse boodschappen het verste weg deed. 's Ochtends ging je rustig in de trein zitten met een boekje naar Maastricht, Leeuwarden, Gulpen, Middelburg of noem het maar, daar ging je dan rustig een kopje koffie drinken om vervolgens inkopen te gaan doen bij de lokale supermarkt. Ten bewijze van waar je geweest was moest je eenmaal thuis de kassabon kunnen overleggen. Vijlen was mijn record.
In die eerste maand waren er ook treinfeesten op de nachttreinroute van Rotterdam via Schiphol naar Utrecht. In de rokerscoupés zat het barstensvol drinkende en blowende studenten die in plassen bier dansten rond meegebrachte ghettoblasters die bijkans stuiterden van de herrie die ze uitbraakten. Ondertussen lagen er mensen te pitten in de babagerekken. De ov-kaart maakte prachtige dingen mogelijk. Je was vrij te gaan en te staan waar je wilde, ook om vier uur 's nachts!
Wat ik ook vaak deed was vanuit Utrecht 's ochtends naar Zandvoort, waar je dan een flink stuk strand nam en door de duinen terugliep, zodat je lekker uitgewaaid - dat was soms hard nodig - op het middagcollege arriveerde. Heerlijk! Ook een goed moment voor retrospectie en introspectie, zo'n strandwandeling, bijvoorbeeld over stukgelopen relaties en van die dingen.
Op een van die tochten kwam naast mij een man meelopen, die amechtig probeerde mijn hoge tempo bij te benen om, daardoor behoorlijk buiten adem, een gesprek aan te knopen. Daar was ik niet van gediend. Ik was hier om uit te waaien en de kop te legen, niet om met wildvreemden te gaan ouwehoeren over dingen in het algemeen. Dus deed ik er nog een tandje bij, maar Meeloper klampte aan en deed dat ook. Hij probeerde een gesprek op gang te brengen, ik sprak niet in volzinnen terug maar volstond met woordeloze klanken als hmm-hmm. Het was best een sympathiek mannetje eigenlijk, hij was de goedheid zelve, zonder dat het dat irritante had wat gelovigen kunnen hebben. Hij hield kippen, dat was helemaal zijn ding. Hij was ook niet gek of zo, althans niet op een verkeerde manier. En hij bood me chocola aan, dat sprak ook in zijn voordeel. Van de reep bewaarde hij het netjes glad gestreken aluminiumfolie - dat deed ie altijd - en dat bracht ie dan weg als er een redelijk stapeltje was, waar naartoe weet ik niet. Hij was gescheiden afval-expert en buitengewoon hardnekkig aanklamper. Ik gaf het op en vertraagde mijn tempo, zodat Meeloper rustig kon meelopen en op adem kon komen. Ik begon nu ook echt mee te doen aan het gesprek.
Meeloper was net geopereerd aan kanker aan zijn darmen of prostaat - ik weet dat het onder de gordel was, maar wat het was? Hij vertelde daar in geuren en kleuren over. Zijn vrouw was ook nog bij hem weggegaan. Die had het niet zo op kanker. Hij was er bijzonder dapper mee omgegaan, dat moet worden gezegd.
Bij het 'keerpunt' moesten we een stukje behoorlijk stijl klimmen, in het rulle mulle zand tegen het duin op. Ik liep zonder problemen het duin op, Meeloper bleef achter. Hij schuifelde heel voorzichtig omhoog, voetje voor voetje. Ik ging terug om hem te helpen. Het bleek dat hij bang was dat de hechtingen losgetrokken zouden worden door de rare bewegingen en inspanningen bij de beklimming. Ik kreeg allemaal enge beelden voor mijn ogen van gapende wonden die nog met een paar draadjes verbonden waren. Ik gaf hem een kontje en begeleidde hem heel voorzichtig naar boven. Ik had ineens ook enige wroeging over mijn marstempo waarmee ik hem van me af had proberen te schudden. Bij het afscheid nemen op station Zandvoort moest ik wegkijken om mijn vochtige oogjes niet te tonen. Ach, het had ook best een zandkorrel of de zeewind kunnen zijn.
Abonneren op:
Posts (Atom)
