donderdag 29 april 2010

SKOEP

In het aankomende VluchtelingenWerk Mazagine staat een interview met Bojan Bajic. Hij heeft met zijn gezin een aantal jaren in het AZC op Vlieland gewoond en is op het eiland blijven hangen, of beter gezegd: is er teruggekeerd. Ik weet niet wat er in ons clubblaadje komt te staan, maar ik vermoed dat ik wel een skoep heb.

Want afgelopen weekend was ik zelf op Vlieland en heb daar met Bojan gesproken. En dat leverde zeer nieuwswaardig materiaal op. Ik was er bijvoorbeeld bij toen de burgemeester van Vlieland - de jongste van Nederland, en hij schijnt nog Haan te heten ook! - in de achtertuin een spontane knipbeurt ten deel viel. "Yorick, dit kan echt niet meer, ik ga je knippen" zei Bojan. De burgemeester is snel overgehaald. Hij vindt het wel een grappige gedachte dat nu beide kappers op het eiland denken dat hij bij de ander is geweest. Het is weliswaar bijna donker, maar puur op gevoel weet Bojan er een knappe coupe van te maken. Bojan heeft geleerd te knippen in het vluchtelingenkamp waar hij zat. Je moest toch wat. Kappersvakscholen, wie heeft ze nodig?

Als we wachten tot Bojan is uitgeknipt, krijgen we Kroatische wijn aangeboden, die heel authentiek wordt uitgeschonken uit een colafles. Het lijkt er op dat in die fles eerder slivovitsj heeft gezeten, of het moeten hele rare druiven zijn geweest. Maar lekker is het wel, om niet te zeggen: apart.

Eerst nog even wat achtergrondinformatie over Bojan. Hij heeft met zijn gezin een verblijfsvergunning gekregen op grond van de pardonregeling. Hij is afkomstig uit Dalmatië en dus een kind van de Adriatische kust. Hij was dan ook dolblij toen hij in Nederland - na zijn vlucht - aan zee kwam te wonen. En niet zo maar aan zee, maar volledig omgeven door zee!

De Vlielanders waren in eerste instantie niet blij toen er plannen waren er een AZC te vestigen. Met 1150 lokalo's is 300 asielzoekers op je eiland toch best veel. Dan kan het wel zo zijn dat er 's zomers tienduizenden toeristen komen, maar die gaan ook weer weg. Uiteindelijk kwam het helemaal goed tussen de bewoners van het AZC en de eilanders. Er werd verontwaardigd gereageerd toen het AZC ging verdwijnen. Verontwaardiging over de totale verwitting van het eiland: wie had dat ooit gedacht? Overigens heeft de eigenaar van het voormalige AZC een dusdanig goeie deal met COA bedongen, dat hij genoeg geld opstreek om het duurste hotel van het eiland te bouwen op de plek van het AZC.

Bojan is een ondernemend typje. Hij heeft met zijn grote enthousiasme en sociale talent voor elkaar gekregen dat hij nu de hipste spot van het hele eiland bestiert:
http://www.podiumvlieland.nl/ Een prachtige ijszaak annex theater, waar prachtige films, maar ook allerlei optredens worden vertoond. Over vluchtelingen die het gemaakt hebben gesproken.

's Avonds zitten we met Bojan en burgemeester - die het goede voorbeeld geeft door als eerste te gaan roken - naar café het Praethuys. Vielands meest gevierde zanger treedt er op. Bojan vertelt zijn boeiende levensverhaal. De idiotie van een oorlog. Verlies van levens, verlies van vriendschappen. Maar ook de liefde voor de zee. De liefde voor Dalmatië en de liefde voor zijn nieuwe thuisland: Vlieland.

dinsdag 20 april 2010

ZOT

Van de week kocht ik voor 2 euro bij De Slegte een prachtig boekje: Van de zotten. Een regelrechte aanrader! Er staan teksten in van verschillende Nederlandse cabaretiers en cabaretières. Geweldige liedjes met geweldige teksten. Met het nodige gegnuif en gegniffel heb ik het boekje tot mij genomen. En aangezien ik deze week geen inspiratie had, geef ik een kleine bloemlezing. Heel klein, twee versjes, en niet voor de tere zielen!

Op de tennisclub in Bavel
sloeg ik ballen op het gravel
vroeg er zo'n Bredase dame
of ik zin had in een game
ik zei: goed! Want ik dacht dakket
wel kon winnen met mijn racket
ingesmeerd met vaseline
stond ze bij de baseline
en opeens sloeg die Bredase
een verschrikkelijke ace
ik dacht: zo, dat is een grove
is het zomaar fifteen-love
na een stelletje onheuse
harde klappen stond het deuce
hup! daar kwam weer zo'n onkiese
oorverdovende service
die was uit! helaas de fiere
maar partijdige umpire
bleek een blinde en een trage
en zij stond op advantage
kijk maar uit, jij ouwe zak, want
ik ga meppen met mijn backhand
de umpire zei toen kattig:
dame, game, set en match

Frank van Pamelen

Ongenuanceerd anti-kinderlied - Katinka Polderman
ze willen altijd aandacht
en ze schijten in hun broek
ze staan op elke straathoek
te kluiven op een liga-koek
ze roepen om het hardste:
' ik ben knap, ik ben al vijf!'
't wordt tijd voor een klein brandje
in het kinderdagverblijf

ze maken stomme grapjes:
'Ik verhuis naar Walibi!'
't is puur behaagzucht wat ze doen
wij roepen: 'wat een fantasie!'
ze willen graag een cavia
een hamster of konijn
om de pootjes uit te trekken
het mag ook een zusje zijn

en ik heb heus wel begrip
al is het niks voor mij
voor zo'n rompje in de bosjes
of zo'n armpje op de hei

ze willen graag een kusje
op hun mond en anders niet
die zit vol met snot en smurrie
en met korsten Olvarit
ze weten alles beter
'Tss, Saturnus hééft geen maan!'
waarom gebeurt het nooit eens hier
maar altijd in Beslan?

en ik kan er echt niet bij
dat er pedofielen zijn
dat je geil wordt van zo'n mini-Hitler
met een mandarijn

mijn kind wordt niet zo'n monster
't wordt weldenkend, lief en blij
vriendelijk, bescheiden
want mijn kind lijkt vast op jou

donderdag 15 april 2010

RUS

Vorige week zat ik op een prachtige, hooguit net iets te koude avond in mijn tuintje aan de Vecht. Samen met M., een vluchteling uit Afghanistan. Eten, drinken en ouwehoeren. Ik ken M. vanuit het Intercultureel Theehuis, waar hij eerst als bezoeker kwam en sinds een paar maanden als collega-vrijwilliger komt. Opvallend is dat hij zich het gebruik van het woord gezellig al heel behoorlijk heeft eigen gemaakt. Gedurende de avond zegt hij zeker acht keer hoe gezellig het wel niet is. Toch heeft zijn 'gezellig' denk ik een hele andere inbedding dan mijn 'gezellig'. Niets is zo relatief als gezelligheid.

M. heeft zijn verblijf in Nederland te danken aan de pardonregeling. En dat in combinatie met een flinke dosis geluk. Of geluk...? Hij zat al in detentie om uitgezet te worden, maar ironisch genoeg heeft hij het aan de Schipholbrand te danken dat zijn uitzetting niet is doorgegaan. Voor en na de detentie heeft hij jaren als illegaal in Nederland gewoond, lange tijd in een kraakpand.

De reden voor zijn vlucht is dat hij alcoholische dranken verkocht in zijn restaurant in Kabul. Daar wordt de gemiddelde Taliban niet blij van. Het is navrant dat hij nu in Nederland ondanks een chronische hepatitis toch door blijft drinken. Niet veel, maar gewoon lekker. Misschien dat een arts in zijn interculturele communicatie moet weten dat een welgemeend 'U kunt beter geen alcohol drinken, meneer' niet werkt. Als je er volgens de sharia voor moet worden gedood, dan is zo'n doktersadvies natuurlijk een lachertje.

De verhalen die M. vertelt over zijn leven in Afghanistan, Wit-Rusland en illegaliteit lijken afkomstig uit een spannend jongensboek. Helaas wel een Afghaans jongensboek. En ook nog eens non-fictie. Het is een godswonder dat deze man überhaupt nog leeft. Ik realiseer me dat mijn Nederlandse leventje weliswaar saai is, maar als ik moet kiezen tussen saaiheid en onveiligheid dan weet ik het wel. Saaiheid met een vleugje gezelligheid, dat dan weer wel.

woensdag 7 april 2010

Kanaries

De voetbaltempel van Barcelona, Camp Nou, schijnt in de catacomben een heuse kapel te hebben. Zo kunnen de waarachtig gelovigen onder de spelers zich optimaal prepareren voor de wedstrijd. Ik neem aan dat dit alleen geldt voor het eigen team. Want iedere voetbalkenner weet dat God, als hij van voetbal hield, voor Barcelona zou zijn. En bij een WK uiteraard voor de Goddelijke Kanaries.

Het blijft toch altijd een potsierlijk gezicht: voetballers en andere sporters die zich tot een hoger medium wenden voorafgaand aan een te leveren prestatie. Alsof Ons Lieve Heer niets beters te doen heeft dan zich onledig te houden met aardse zaken als voetbal en 100 meter sprint. Wat maakt het hem uit wie er wint?
Het valt die sporters eigenlijk nauwelijks kwalijk te nemen dat ze het doen. Psychologisch onderzoek heeft allang aangetoond dat het aanroepen van een God je prestaties verbetert. Of aan de hand van de Olympische medaillespiegel kan worden aangetoond welke God nu eigenlijk de beste is gaat misschien weer een stapje te ver.

Al die sporters voelen zich na het neerzetten van een goede prestatie ook weer verplicht om hun God te danken voor zijn bijdrage en steun. Dat vind ik helemaal irritant. Kan Afellay bijvoorbeeld niet eens uit de leader van Studio Sport worden geknipt met dat vingertje richting hemel na een gescoord doelpunt? En dan mag Messi vier keer scoren in een niet onbelangrijke wedstrijd, om na elk doelpunt een kruisje te slaan vind ik toch een zwaktebod. Alsof niet sec dat specifieke bundeltje genen (talent!) in combinatie met een zeer sterke gedrevenheid zo'n fantastische voetballer heeft opgeleverd. Ook, en een heel minuscuul stukje religieus zelfbedrog. Als een korreltje suiker in de slagroom op de taart.

Denken die sporters nou werkelijk dat God ze zal waarderen voor hun stukje gratis en uit zijn verband gerukte promotie? Kunnen de reli-sporters van deze wereld hun bondje met God niet gewoon in volstrekte anonimiteit betuigen? God kennende zou hij dat veel meer waarderen. En van sport houdt de goede man sowieso niet.

Als je het mij zou vragen - dat gebeurt inderdaad veel te weinig - zou ik er voor zijn om elke vorm van religie uit te bannen uit de sport. Ja, inderdaad, net als doping. Het is natuurlijk super-oneerlijk dat de ene sporter - vermeend - hulp van boven krijgt en de andere het helemaal op eigen kracht moet doen. Ach, waar hebben we het helemaal over: als God werkelijk de regie in handen had, zou sport niet eens bestaan.

dinsdag 6 april 2010

KRUIWAGEN

Pasen en Pausen... Het blijft een grappige combinatie. Het is altijd weer leuk, zo'n grappig verklede bejaarde die zinnen als 'Bedankt voor die bloemen' en 'Met de hulp van de Heilige Geest' mal uitspreekt. Tijdens Pasen spreekt de Paus zijn zegen uit aan zijn volgelingen, en hij doet nog wat absoluties links en rechts alsof het allemaal geen geld kost. Je hoeft alleen maar naar de uitzending op tv te kijken of op de radio te luisteren en je bent gezegend en/of je zonden zijn vergeven. Van alle volgelingen? Ja, ook van Berlusconi.

Ook mindere goden als priesters en diakenen kijken met Pasen niet op een zegening meer of minder. Zo zag ik gisteren bij Man Bijt Hond een prachtig filmpje van een inzegening van motorrijders op eerste of tweede Paasdag. Dan begint namelijk het motorseizoen, en het is toch fijn als je vooraf ingezegend bent. Motorrijden is immers een risicovolle onderneming.

De inzegening speelt uiteraard in een van onze zuidelijke provinciën. Een echt imposant aantal motorrijders is van de partij om te worden ingezegend. De diaken van dienst is een invaller. De oorspronkelijk zegenaar kan deze inspannende klus niet aan wegens lichamelijk malheur. De inval-diaken heeft wel vaker soortgelijke zegeningen gedaan, maar niet op deze schaal. Hij zegent normaliter alles wat kan rijden: auto's en fietsen, maar ook kruiwagens en zelfs schoenen. Zijn eerste massa-zegening is natuurlijk een hele uitdaging voor hem.

Gek genoeg heb ik niet het idee dat de inval-diaken en de eigenlijke diaken van dienst hun zegenrijke werk echt serieus nemen. Terwijl je zou denken dat als iemand dit serieus moet nemen, het toch zeker de diakenen zelf moeten zijn. Als de interviewer vraagt: "U schept er wel genoegen in de mensen nat te maken?" antwoordt de diaken: "Jaha, dan weten ze tenminste dat ze gezegend zijn!" En wat me ook tegenvalt: de diaken maakt het wijwater gewoon zelf. "Heeft u eigenlijk wel genoeg wijwater bij u?" "Jaha, zekers, heb ik gister zelf gemaakt." Terwijl je toch zou denken dat wijwater uit een gecertificeerde heilige bron moet komen. Weer een illusie armer.

Het is toch bijzonder dat zo'n zegening zo veel mensen op de been brengt. Het hoort bij Pasen als een paasei. Het is een raar soort bijgeloof volgens het principe baat het niet dan schaadt het niet. Als je een motorongeluk krijgt én je bent gezegend, dan was het je tijd of dan was het zonder zegening nog veel erger afgelopen. Overkomt je niets, dan heeft de zegening gewerkt. Dat kan ik ook nog wel! Geef mij zo'n kwast, wat water en een leuk pak en mijn zegeningen zijn niet meer te tellen.

maandag 29 maart 2010

GRAP

In 1994 kreeg ik van mijn toenmalige vriendin een boekje, getiteld De Grap. Het ging over een man die een Grap uithaalt met een vrouw waar hij verliefd op is. Voor De Grap doet hij alsof hij de vrouw, die ergens achter een balie werkt, overvalt. Geheel spontaan. De vrouw vindt het duidelijk geen Grap. Zij denkt dat het een echte overval is. Het alarmknopje wordt ingedrukt. Grappenmaker heeft de boel totaal verkeerd ingeschat.

Toen toenmalige vriendin vroeg wat ik van het boekje vond antwoordde ik spontaan: 'Vreselijk!' Dat was duidelijk niet het goede antwoord. Ook in die tijd werd eerlijkheid als een deugdzame eigenschap gezien, maar je had er zelf vaak best last van als je er naar handelde en sprak. Dan kun je achteraf wel zeggen dat je bedoelt dat het een prachtig boek is, maar de thematiek op zichzelf vreselijk, maar daar red je het dan al lang niet meer mee.

Ik moest aan De Grap denken vanwege Milly. Niet omdat in geval Milly sprake was van een Grap. Milly is postuum BN-er geworden na een mediabombardement zonder weerga. Iedereen mocht en moest zijn zegje doen over het gebeuren: familie, vrienden, Nederlanders in het algemeen en Nederlanders in het bijzonder. Want over zo'n voorval heeft ieder weldenkend mens een mening, en meningen zijn er om geventileerd te worden, en wel in overdrachtelijke zin. Waar het mij om gaat is dat weer bleek dat de ontwikkeling van een mening over een dader heel interessant in zijn werk gaat. Als mensen met de kennis van nu (feiten rond het delict) en licht ontoerekeningsvatbaar, want nog helemaal in hun emotie (vanwege het delict) met terugwerkende kracht hun buurman, collega of kennis (de vermeende dader) tegen het licht houden, blijft er geen spaan van hem heel. Het verbaast niemand dat juist deze persoon het delict heeft gepleegd. Een beangstigend fenomeen. Zeker als je achteraf niet de dader blijkt te zijn, zoals bij de Parkmoord of de Puttense moordzaak.

Ik vraag me af wat mensen over mij zouden zeggen wanneer er iets vreselijks was gebeurd bij mij in de buurt en ik – God verhoede en natuurlijk onterecht – verdachte was. Hart van Nederland interviewt mensen uit mijn flat. De reacties: 'Nou, het verbaast me niks eigenlijk, nee... Nee, niet echt!' 'Nu je het zegt, hij zat altijd wel heel erg naar ons dochtertje te kijken ja!' 'Tsja, hij lachte altijd wel vriendelijk naar je in het trappenhuis, maar je zag dat er iets achter zat. Dat het een masker was of zo. Hij had iets... ja, hoe zeg je dat? Iets bezetenigs.' 'Het schijnt dat ie ook elk jaar met allemaal donkere kindertjes op vakantie gaat. Ik wil niet weten wat daar allemaal gebeurt!' 'Is er trouwens al gegraven in zijn tuin? Ja, dat heeft ie, verderop aan de Vecht. Het zou me niks verbazen als daar wat wordt gevonden.' Nee, mijn buren gaan ongetwijfeld voor me door het vuur.

De Grap eindigt als de man van De Grap de overval bekent: dat is volgens zijn advocaat het beste wat hij in de ontstane situatie kon doen. Zijn familie en beste vrienden zijn inmiddels gaan geloven dat hij toch misschien, in een vlaag van – ja, van wat eigenlijk? – de overval heeft gepleegd. De een na de ander is afgehaakt in zijn steun aan hem. Het verbaast ze bij nader inzien eigenlijk niets dat dit heeft kunnen gebeuren.

De Grappenmaker wordt als een mak lam de cel in geloodst door twee agenten. De celdeur gaat dicht. De metalige dreun galmt na over de gang. Verlaten en alleen zit hij met zijn hoofd in de handen op een ijzeren bed. Vreselijk! Waarom? Omdat ik het mij zo ontzettend goed kon voorstellen dat ik zo'n soort Grap zelf zou kunnen maken.

woensdag 17 maart 2010

MONNIK

Vandaag stond op de tekstpagina van RTV Utrecht het bericht dat er deze zomer in de Monnikenhof te Vianen extra jongerenwerkers worden ingezet. Aanleiding is dat de jeugd het hier vorige zomer nogal bont heeft gemaakt. Hoe bont vertelt het bericht niet. In ieder geval bont genoeg voor klachten. In het bericht staat als verzachtende omstandigheid voor deze bontmakerij genoemd: de jongerenwerkers waren met zomervakantie. Zo houd je de boel natuurlijk nooit rustig. Daarom is er dit jaar extra geld beschikbaar zodat de jongerenwerkers hun goede werk kunnen doen in de zomerperiode. Om de jeugd wat om handen te geven, zodat ze geen tijd heeft om het bont te maken.

Ik heb zelf mijn hele schoolgaande jeugd in de Monnikenhof gewoond. Maar bont, dat werd het er in mijn tijd nooit echt gemaakt. En als het dreigde te gebeuren dan was er altijd wel een buurtvader of -moeder die je heel ouderwets corrigeerde. En reken maar dat je dan onder de indruk was! En als de dood dat ze tegen je ouders gingen zeggen dat je het best bont gemaakt had. Mijn vader heeft wel eens zo'n zogenaamde pestjongen gecorrigeerd door hem in de houdgreep te nemen, waarbij de schedel van de jongen niet onzacht met de muur in aanraking kwam. Tegenwoordig krijg je voor minder al last van relatief milde vormen van eerwraak. Dat was trouwens bij deze pestjongen niet bepaald ondenkbaar. Hij heeft ooit eens een meisje uit de buurt met een luchtbuks beschoten vanaf het balkon.

In mijn tijd zaten we vooral hele zomeravonden lang met de buurtkinderen te buskruiten of te touwknopen, of we voetbalden door tot we de bal nauwelijks meer zagen. We fietsten naar de polder Bolgerije, want daar was de hut onder een meidoorn. Als het echt beroerd weer was maakten en beschilderden we zoutdeegpoppetjes, met haar uit de knoflookpers. We bouwden met de bende van de Zwarte Panter hooihutten met kriebelgarantie. We bereidden hilarische acts voor voor de buurt-stuif-es-in. We vingen padjes in de kruipruimte van huizen die nog in aanbouw waren. De deuren zonder deurkruk waren prima te openen met een lepel.

Maar soms sprongen ook wij heus wel eens uit de band. Dan schoten we met onze pvc-geweren tientallen papieren pijlen in een hor, of door een open raam. Machtig mooi was dat! En soms kwamen ze heus achter je aan rennen. Af en toe schoot je ook op de buurtkinderen, gewoon, voor de lol. Ik kreeg toch wel een beetje spijt toen ik ooit eens een langsfietsend meisje los uit de heup in haar lip schoot met een behoorlijk scherp gedraaide pijl. Zeker als je dat gladde dikke papier uit de Ariadne gebruikte dan konden ze gemeen aankomen. De pijl bleef heel even in de lip hangen voordat hij op de grond viel. Het meisje kwam onhandig tot stilstand en zat verstild te jammeren, met echte tranen. Het zadel van haar vouwfietsje was achterover gekanteld en stond met de punt omhoog. Een dropje bloed welde op uit haar onderlip. Ik ging naar het meisje toe, waarschijnlijk om te vragen of het een beetje ging, maar ze was niet zo van praten op dat moment. Tsja, wat kon ik verder doen dan sorry prevelend het veld ruimen. Nee, dit was niet leuk meer, zeker omdat dit meisje een best wel sterke oudere broer had die heel goed wist waar ik woonde.

We waren soms ook in voor stomme dingen als alternatief belletjelellen. Ik heb geen idee wie deze spelletjes bedacht, ik kan me niet voorstellen dat ik het was... Je moest dan aanbellen, blijven staan en als de deur geopend werd zeggen: 'O, vergeten weg te rennen!' En dan dus wegrennen. Of je moest vragen: 'Weet u hoe laat het is?' en als ze dan antwoord gaven, op je horloge kijken en zeggen: 'Dat klopt'. Dat is nog niet echt uit de band springen, meer spielerei.

Met oudejaarsavond liepen we dagen rond met pvc-buizen en sterretjes, waarmee we gemene rookbommen maakten. Ik denk dat daar de afbraak van de ozonlaag eigenlijk pas echt is begonnen. Wat een gore rook komt daar vanaf! Maar het moet gezegd, als de sterretjes met zijn tienen tegelijk in de buis tot ontbranding kwamen en een enorme vonkenregen produceerden, dan zag dat er magistraal uit. Als dat voorbij was gooide je de nog tijden doorrokende gesmolten pvc-rommel in een niet willekeurige tuin. De leukste variant was om bij iemand uit de buurt die je niet echt mocht de rookbom in de tuin te plaatsen, met de aanstaande steekvlam richting deur. Timing is alles in zo'n situatie: rookbom afsteken, aanbellen en maar hopen dat de deur op tijd open wordt gedaan om de volle laag uit de rookbom te krijgen.

Ach ja, zo blijkt maar eens te meer: vroeger konden wij ons ook zonder jongerenwerkers prima vermaken.