dinsdag 15 september 2015

TROON

Onze koning zegt in de troonrede - als spreekbuis van de regering - dat hij minder vluchtelingen wil en een betere verdeling van vluchtelingen over de Europese Unie door een integrale aanpak: internationale conflictbeheersing, opvang in de regio, tegengaan mensensmokkel, strenge doch rechtvaardige asielprocedure, effectief terugkeerbeleid en perspectief op integratie, en dat alles in internationaal en vooral EU-verband.

Aanleiding hiervoor vormen de spanningen in Europa door de massale instroom. En dus niet de ellende die vluchtelingen ondergaan voor, tijdens en na de vlucht. Je weet wel, van die beelden van platgebombardeerde steden, zinkende bootjes en aangespoelde verdronken kinderen. Nee, de EU heeft er last van en daarom moet er een oplossing komen.

De maatregelen uit de integrale aanpak zijn al lang staand beleid. De praktijk van terugkeer, asiel en integratie is weerbarstig en dat blijft zo. Ons asielbeleid is al zo 'goed' dat alleen kansrijke asielzoekers - vooral uit Syrië en Eritrea - naar Nederland komen. De plicht tot integratie is onderdeel van het Vluchtelingenverdrag. Terugkeer naar Syrië en Eritrea is - heel begrijpelijk - niet aan de orde. Maar terugkeer is en blijft ingewikkeld. Zelfs de daadkrachtigste aller Nederlanders - Rita Verdonk - lukte het niet om de uitgeprocedeerden die onder het Project Terugkeer vielen het land uit te krijgen. Oké, met een kleine 1000 van de in totaal 26.000 lukte het, de rest viel een paar jaar later grotendeels onder de Pardonregeling.  

De afzonderlijke maatregelen worden aangestipt, niet uitgewerkt. Dat zou een veel te lange Troonrede opleveren. Opvang in de regio, wat bedoelt de Koning dan eigenlijk? Méér opvang in de regio, betere opvang in de regio, hervestiging uit de regio, eindelijk een keer opvang in de regio? Tsja, opvang in de regio is een feit.

Het enige wat echt helpt om minder vluchtelingen deze kant op te krijgen is de oorlog in Syrië (en Irak) beëindigen en extremistisch geweld stoppen. Internationale conflictbeheersing heet dat in de Troonrede. Maar ja, hoe krijg je dat nou voor elkaar met alle gevoeligheden die de regio kenmerken en zoveel partijen die meepraten?

Nog een gratis tip: pleit voor extra hulp aan ex-Joegoslavië. Uitzichtloosheid in onder meer Kosovo en Servië zorgt voor extra druk op het asielsysteem. Het gaat om enorme aantallen asielaanvragen (in het eerste kwart van 2015 kwam de grootste groep asielzoekers in Duitsland uit Kosovo, en niet uit Syrië). Meer dan 95% van die asielverzoeken van ex-Joegoslaven wordt afgewezen, maar zij moeten wel de hele asielmolen door. De uitzichtloosheid en de etnische spanningen kunnen zo weer leiden tot een nieuwe Joegoslaviëcrisis, en dan is Europa logischerwijs de regio van opvang.

Ik heb er alle vertrouwen in dat het dit keer gaat lukken met de asielplannen: "De regering mag zich gesteund weten door het besef dat velen u wijsheid toewensen en met mij om kracht en Gods zegen voor u bidden." Dan doet de Koning het bidden, wens ik ze alle wijsheid.

vrijdag 26 juni 2015

WERKGEVER, GEEF WERK!

Bijna was het gelukt om mijn case te laten rusten... De case werkgeversvoorzitter Hans de Boer. Dat hij zich - geheel volgens communicatieprotocol - verontschuldigde voor zijn uitspraak heeft daar niets mee te maken. Zijn punt was toen al gemaakt, en dat weet deze hoge ome ook. 'Werkloos = labbekak' blijft hangen in de hoofden, 'sorry voor labbekak' niet. De labbekak wordt het langharig werkschuw tuig van de 21ste eeuw.

De reden om de case niet te laten rusten is dat ik mij tijdens het meditatief wieden van onkruid bedacht dat meneer De Boer zelf verantwoordelijk is voor de werklozen. Want hij is werkgeversvoorzitter, en werkgevers moeten werk geven. Als ze niet genoeg werk geven dan heeft niet iedereen een baan. Dus meneer De Boer, aan de bak zou ik zeggen! Ik realiseer me dat dit een simplificatie is van de knoestige en weerbarstige werkelijkheid. Maar toch is de stelling prima te onderbouwen.

Biologische yoghurt met muesliWerkgevers zijn alleen maar werkgever omdat arbeid een factor is die (nog) nodig is voor de productie van goederen en diensten, zeker niet uit idealisme. Het creëren van banen is zogezegd geen core business voor een werkgever. Het doel is eerder zo veel mogelijk dividend uitkeren aan de aandeelhouders en/of zo hoog mogelijke bonussen en salarissen aan de toplaag. Als je minder mensen in dienst neemt maak je minder kosten en blijft er meer geld over om te verdelen vermits de productie zo'n beetje gelijk blijft. Kassa! Een andere mogelijkheid is het hele productieproces te verplaatsen naar Bangladesh, waar de mensen een kwartje per dag verdienen, desnoods bereid zijn 18 uur achter elkaar te werken en niet zeuren als er geen biologische yoghurt met muesli in de kantine te krijgen is. Het eindresultaat: minder banen in Nederland.

ZZP-er als verborgen werkloosheid
Je kunt er als werkgever ook voor kiezen werknemers minder te betalen. Dat is al volop aan de gang. De werkgevers zijn zo verantwoordelijk voor het ontstaan van een onderklasse van gemarginaliseerden: werknemers die wel werken maar zo weinig verdienen dat ze alleen met hulp van voedselbank en weggeefwinkel het hoofd boven water kunnen houden. Vroeger kon je als postbode een heel gezin onderhouden, nu niet meer. ZZP-er is een eufemisme geworden voor verborgen werkloze onder de armoedegrens.


De corpocratie als sociaaleconomische sluipmoordenaar
Hoe komt dat dan eigenlijk? De crisis helpt natuurlijk niet. Maar het is structureler. We hebben te maken met een vrijwel ongemerkte verschuiving naar een op neoliberale Anglo-Saksische leest geschoeid economisch model dat door Rob Wijnberg 'corpocratie' gemunt is: een schijndemocratie waarin het bedrijfsleven grotendeels de politieke koers bepaalt. Hetzelfde model dat in de VS voor de grootste ongelijkheid sinds de afschaffing van de slavernij heeft gezorgd.


Gemarginaliseerden en superrijken
Deze sociaaleconomische sluipmoordenaar, vrijwel niet te stoppen door de symbiose tussen bedrijfsleven en politiek, gaat het sociale landschap in Nederland volledig veranderen de komende decennia. En dat landschap wordt gekenmerkt door gemarginaliseerde werkenden in de rij voor de voedselbank, rondzwervende werkzoekenden en rijken tot extreem rijken in een woning met een hek er omheen met prikkeldraad en stroom.

Werkgever, geef werk!
Ja, meneer De Boer, dat klinkt een beetje negatief allemaal. Maar als u dan toch voorzitter aller werkgevers bent, val dan niet de werklozen af, maar roep uw werkgevers op om werk te geven! Normaal betaald werk. Iets meer ethiek in werkgeversland, gewoon, als begin.

zaterdag 20 juni 2015

Nog nooit zo veel mensen op de vlucht

Vandaag is het Wereldvluchtelingendag. En dat vieren we met een nieuw record: wereldwijd zijn er 60 miljoen mensen van huis en haard verdreven, 1 op de 122 mensen, wat in Nederland neer zou komen op 138.000 individuen. Gelukkig hebben wij hier nu geen redenen om te vluchten en is dat aantal rond de nul. Nog geen 3% van die 60 miljoen mensen wordt in Europa opgevangen (als je ontheemden niet meetelt minder dan 1%).

Als je dan die ontzettende neoliberale lulhannes van een Halbe Zijlstra zonder ook maar het geringste gevoel voor ethiek en realiteit hoort pleiten voor het sluiten van de EU- en Nederlandse grenzen voor vluchtelingen en voor opvang in de regio... dan zou je bijna radicaliseren. Alsof opvang in de regio niet al lang bestaat (Libanon: 232 vluchtelingen per 1000 inwoners). Alsof die mensen niet hele goede redenen hebben om te vluchten. Alsof wij van het vrije westen geen boter op ons hoofd hebben als het gaat om de oorzaken van de conflicten waardoor mensen op de vlucht slaan. Alsof wij niet de capaciteit hebben hier een flink aantal vluchtelingen op te vangen en een kans te geven op een nieuw leven.

Grenzen sluiten op zijn neoliberaals
Sluiten van de grenzen op zijn neoliberaals: sluiten voor wat je niet binnen binnen wil hebben, maar verder moeten alle grenzen open staan om onze koopwaar te kunnen dumpen om zo de ongelijkheid op wereldschaal volgens aloud liberaal principe verder te vergroten. Eigen markt eerst. En we moeten wel ons consumentisme kunnen botvieren door massale import van goedkope goederen waarvan men ons heeft wijsgemaakt dat we ze nodig hebben, en die zo goedkoop zijn omdat milieuschade en schending van mensenrechten gemakshalve niet in de prijs worden meegenomen.

Überpaspoort
Wij mogen met onze überpaspoorten naar alle landen toe: Nepal, heel bijzonder! Cuba, hele leuke mensen. Turkije, heerlijk helemaal inclusief. En lekker expatten, een leuke interessante baan op een tropische locatie in een megahuis met een hek er omheen en tien man bewaking. Voor ons welgevallige migranten uit ons welgevallige landen staan de grenzen sowieso open.

Maar een degelijk aantal vluchtelingen bescherming bieden in Nederland en de EU, dat kan dan weer niet? Ik vind het knap dat je dat aan jezelf kan verkopen.

donderdag 28 mei 2015

MATCH

Inmiddels zit ik bijna vijf maanden thuis, alhoewel dat thuis niet al te letterlijk moet worden opgevat. Want geen baan betekent alle tijd om de hort op te gaan. Naar volkstuinen, naar zwemplassen, naar (netwerk)borrelplekken, naar musea (ik heb ze nog steeds niet allemaal gezien), naar weer eens een Oostblokland, naar prachtige stadjes of natuurlijke gebieden. De tuin vaart er wel bij, bij mijn werkloosheid. De lunch is in huize Haan prima verzorgd! De ochtend begint met zwemmen in de Maarsseveense Plas om vervolgens op de tuin de lunch te oogsten en enig meditatief geschoffel uit te voeren.

Ondertussen moet er natuurljk wel wat gebeuren. Dat vindt het UWV en ook mijn geest van Calvijn. Ach ja, ik denk dat er welbeschouwd bijzonder weinig mensen zijn die bevrediging halen uit niets doen dat niet wordt afgewisseld met iets doen.
Aan het zoeken van werk heb je niet altijd een dagtaak, en dat is fijn. Terwijl ik dit schrijf bedenk ik me bijvoorbeeld dat ik vanmiddag maar weer eens bij het Museum van Zuilen langs moet. En dat ga ik dan ook gewoon doen!    

Als je eenmaal op zoek naar werk moet dan merk je dat er eigenlijk best veel stomme werkgevers zijn waar je nooit zou willen werken. Dat er best veel stomme banen zijn met stomme namen die - ondanks alle ellende die zo’n baan met zich meebrengt - ook nog geen reet opleveren. Je merkt dat werkgevers bijzonder slecht zijn in het opstellen van een originele vacature en dat ze eigenlijk allemaal hetzelfde willen, maar dan net anders. Je merkt dat om functies in bepaalde sectoren - vooral gemeentes en overheden - huizenhoge muren staan in de eisen. Eisen als: 'ervaring binnen een gemeente of overheidsinstelling’ voor functies binnen een gemeente of overheidsinstelling. Je voelt je bijkans gediscrimineerd. Ik ben dan echt niet te beroerd om in een brief te schrijven: "Ik heb geen werkervaring binnen de overheid. Ik weet niet precies waarom dat expliciet gevraagd wordt, maar ik denk dat ik door mijn oprechte interesse in mensen en mijn omgevingssensitiviteit in iedere werkomgeving op mijn plaats ben. En ach, het is natuurlijk ook goed om af en toe iemand van buitenaf toegang te geven, toch?” Voor wat het waard is natuurlijk. Misschien dat ik dat onderdeel in volgende brieven nog wat scherper en dwingender moet formuleren met een subtiel dreigement naar de in de vacature vermelde contactpersoon of zo.

Baanloos zijn heeft bijzonder veel leuke kanten, maar het blijft toch een beetje onbevredigend. Op megaschaal is het gewoon doodzonde dat het productiemiddel arbeid zo slecht wordt benut door een slechte matching van baan en mens. Je gooit als samenleving heel veel geld weg en heel veel mensen komen in de Verelendung. Van werkloos zijn word je links. En ik geloof dat ik inmiddels NCPN moet gaan stemmen om nog verder te verlinksen. Hmmm… Je krijgt als werkloze ook heel veel zin in revolutie. In een betere verdeling van welvaart. In een basisinkomen. In het neerknuppelen van bankdirecteuren of grootverdienende CEO’s van foute clubs als Shell en Monsanto. En daar kan je dus niets aan doen, aan die rare gevoelens.

De matching tussen baan en baanzoeker is tamelijk beroerd, wat zich niet alleen vertaalt in 'werklozen met mogelijkheden’ die vaak geen weet heb van het bestaan van een prachtige perfect passende baan, een matching uit duizenden waar werkgever, werknemer en afnemer allemaal ultrablij van worden. Erger is dat er ook een heleboel werkenden zijn die beter vandaag dan morgen zouden worden vervangen door een 'werkloze met mogelijkheden'. Want wat een stelletje losers heb je toch die wél een baan hebben, of beter geformuleerd: een baan bezet houden.

Het zou mooi zijn als een godswezen die ‘matchingtaak' op zich zou nemen. Als je alwetend bent (dat is God immers) en verstrekkende beslissingen neemt over de hemel- of hellegang van zij die de Aarde verlaten, dan moet het perfect matchen van baan en baanzoeker toch peanuts zijn? Dat zou de economie ten goede komen en de Verelendung stoppen. En eenieder zou een toffe baan hebben waarin hij/zij excelleert, groeit, bloeit, bevrediging vindt, waardering ervaart, etc. etc. etc. Laat honderd bloemen bloeien! Nu God nog zo ver zien te krijgen.  

donderdag 2 april 2015

Gellybooty: 12 op de funk-o-meter

1999 Tivoli kleedkamer
Ruim tien jaar geleden gaf de Utrechtse funkband Gellybooty er de brui aan. Op 17 december 2004 gaf de band in een stampvol Tivoli De Helling een gedenkwaardig afscheidsoptreden. Geheel op zijn P-funks: elf man (m/v) op het podium, aangevuld met verschillende gastoptredens. Utrecht groovede nog lang na. Gellybooty is tussen 1998 en 2004 een van de meest succesvolle funkbands van Nederland en een van de weinige met een platendeal op zak. Alhoewel niet van lange duur. 

In 1992 zijn er de eerste wilde plannen voor een grote Utrechtse P-funk- en gogoband naar het model van George Clinton en Trouble Funk, en ook het Nederlandse Gotcha! De eerste jaren staan in het teken van de juiste muzikanten bij elkaar krijgen en houden, muzikaal meters maken en het vinden van een goede bandnaam. In urenlange groovesessies wordt de band – die dan inmiddels Gellybooty heet – strakker en strakker en vetter en vetter. Er is inmiddels een vaste basis van muzikanten - da Booties – waarvan de basis tot 2004 grotendeels intact blijft.

Koeienverhuur
1997 is een belangrijk jaar voor Gellybooty. De tweede Splank-cd komt uit, een verzamel-cd met een doorsnee van wat Nederland te bieden heeft op funkgebied. Bands als Seven Eleven, Jack Dynamite Construction en Science.Fiction – met als leading man Bas Bron – staan op deze puike verzamelaar. Gellybooty neemt voor Splank II twee nummers op in de studio met de illustere naam Joke’s Koeienverhuurbedrijf. Inderdaad, midden tussen de weilanden en de koeien. Pieter Smeenk van Gotcha! is de producer, Zlaya 'Let's have a listen' Hadzich de engineer.

Bij de cd-presentatie staan alle Splank-bands op het podium van de bovenzaal van Paradiso. Op het grote podium speelt het onvolprezen P-Funkgezelschap Malka Family uit Frankrijk. Een funkfeest van formaat! En Gellybooty maakt indruk.

Copy cat en Sherman
Splank II helpt Gellybooty aan connecties en meer optredens. Er wordt gewerkt aan nieuwe nummers voor een volwaardige cd die wordt opgenomen in de studio Big Brothers in Haarlem, met weer Pieter Smeenk achter de knoppen. Arjen DNA De Vreede van de Urban Dance Squad is verantwoordelijk voor de mixage. Zijn meegebrachte Copy Cat en Sherman filterbank zijn sterk bepalend voor het eindgeluid.

Kapotte balpennen 
De cd Gems wordt eerst in eigen beheer uitgebracht en in februari '99 gepresenteerd in Tivoli. DNA brengt de cd onder de aandacht bij het kleine jazzlabel VIA Records, dat zijn assortiment wil uitbreiden met funk en hiphop. Gellybooty wordt ondergebracht bij het sublabel Inkey.

In de oefenstudio dB’s worden de contracten getekend. Dat is nog niet eenvoudig, want de door de VIA-mannen meegebrachte Inkey-balpennen doen het vrijwel zonder uitzondering niet. Een teken aan de wand?

VIA betaalt de studiokosten voor de opname van vier nieuwe nummers die aan de cd worden toegevoegd. Op 11 september 1999 wordt de tweede versie van Gems gepresenteerd, wederom in Tivoli. Ook voor de distributie en het pluggen in Hilversum zorgt VIA. De single Dak eraf komt geregeld voorbij op de radio, maar wordt geen hit. VIA bedenkt een actie waarbij een optreden van Gellybooty te winnen is. Zo komt de band te spelen op een ouderwets gezellig Brabants hockeyfeest.

Springlevend
Plug wordt goed ontvangen en krijgt goede recensies. Volgens Oor's Popencyclopedie onder Funk Nederland: "Het debuut van de Utrechtenaren (sic) Gellybooty is het volgende bewijs dat de funk in Nederland springlevend is."

Nederhopkraker
De band trekt het hele land door om de cd en zelf ontwikkelde merchandise – tot kekke GB-jurkjes aan toe – aan de man (m/v) te brengen.  April 2000 staat de tweede single op uitkomen, de presentatie is dit keer in Stairway to Heaven. Op de single staan de soulballad Song as funky en nederhopkraker Muurbloem.

Ken je het verhaal van de singlepresentatie van Gellybooty? 
Inderdaad, die kwam er niet. VIA Records gaat vlak voor de releasedatum kopje onder. De niet-werkende balpennen waren dus echt een teken aan de wand. De single blijkt nog niet geperst te zijn, dus valt er niets te presenteren. Er is veel onduidelijkheid over geld, over cd-voorraden, over van alles en nog wat. Uiteindelijk komt het bericht dat alle bands die onder contract staan – of stonden – hun cd's kunnen terugkopen, zodat VIA wat aan zijn schulden kan doen.

Stedenband Utrecht-Brno
De muzikanten van Gellybooty zitten niet bij de pakken neer. Na een bezettingswisseling – altsaxofonist Piet Noordijk en gitarist en trompettist Martin van Mourik verlaten de band, Sybren van Doesum treedt toe op trompet – wordt er lekker doorgetoerd. Er wordt ondertussen hard gewerkt aan een mini-cd met vier nummers, Skin. Het nummer Skin – in twee versies – is het prijsnummer van de cd, die wederom wordt opgenomen in de studio van de gebroeders Smeenk. Ook dit album wordt traditioneel gepresenteerd in Tivoli, april 2002. Het blijkt niet eenvoudig om de eigenbeheer-cd onder de aandacht te brengen. Een hit blijft uit. Dat wordt goedgemaakt met succesvolle optredens en de Local Heroes Tour naar Tsjechië. De stedenband Utrecht-Brno is aanleiding voor deze uitwisseling van bands uit beide steden. Een mooie ervaring, en een met een vervolg.
GB @Artis 2004

Voorgrondzangeres
Rond die tijd wordt Gellybooty uitgebreid met zangeres Avana (Astrid van As) en rapper Sleeq (Jeroen Slieker). Gellybooty heeft altijd wisselende zangeressen gehad voor het koorwerk, Avana is veel meer voorgrondzangeres, met eigen partijen en teksten. Drummer Erik Rinsema wordt vervangen door Vincent Smeets. De nieuwe krachten zorgen voor nieuw elan en een ander geluid. Meer hiphopgrooves en jazzy soul en wat minder P-funk.  Het aantal optredens gaat nog omhoog: Oerol, Uitmarkt, Tivoli, Paradiso en radio- (BNN for live, Coens Swijnenstal) en tv-optredens (AT5).

Boksbal
In 2003 wordt de rock-gogo-funk-single Funky lately uitgebracht met op de flipside Freaky feeling, opgenomen tijdens een radio-opname bij Claudia de Breij. In een sporthal wordt de videoclip geschoten. Valmatten, trampolines, ringen, kleedkamers, alles wordt gebruikt. Rapper Sleeq heeft nog een week spierpijn van het liggend rappen, voortgeduwd op een plank met wieltjes die over de gymzaalvloer wordt geduwd, camera boven zijn hoofd. Jan Schellink speelt de gefrustreerde coach van het team Gellybooty. Niet alleen antieke lederen boksbal, ook de bandleden moeten het ontgelden.
Tsjechië-tour 2004 

NU-funky smrst!
Begin 2004 staat er een tour door Tsjechië op het programma, een uitvloeisel van de eerdere Local Heroes Tour. Heel Tsjechië wordt doorkruist en er wordt gespeeld in zowel grijze socialistische staalbetonnen Kulturpalasten als zeer hippe clubs. Volgens de Tsjechische bio speelt Gellybooty NU-funky smrst, een term waar zelfs google translate geen chocola van kan maken.

Do it yourself, but completely
Zomer 2004 wordt een deel van het kantoorgebouw in Overvecht, waar de zangeres 'oppast', omgebouwd tot studio. Er worden peperdure microfoons gehuurd die worden opgetuigd met zelfgemaakte spuuglapjes van panty en ijzerdraad. Er worden tientallen matrassen aangevoerd om de boel te isoleren en de overlast voor de buurt enigszins binnen de perken te houden. Er worden tientallen meters aan elektriciteitssnoeren uitgerold. Er wordt een enkele Mac met Protools aangevoerd en aangesloten, en daarmee is de studio gereed.

Alarm
Deze cd wordt volledig in eigen beheer gemaakt. Gitarist Mark Borst is engineer, hij mixt de cd samen met andere gitarist Martijn Haan. Het resultaat is Plug. De cd wordt live ingespeeld, met alleen wat overdubs voor vocalen, blazers en een handclap hier en daar. Deze werkwijze maakt het mogelijk om jammend nummers te maken, of bestaande nummers jammend tot een einde te brengen. Freaky feeling mondt uit in een jazzy jam van vijf minuten, 20040906/12:00 AM – genoemd naar datum en tijd van de opname van het maandelijkse testalarm dat in het nummer te horen is – is een totale jam in de geest van Isaac Hayes. Het is te hopen dat de erven van geen auteursrechtenzaak aanspannen.

Dominotheorie
De presentatie van Plug vindt voor de afwisseling plaats in Tivoli De Helling, en wel op 17 december 2004. Een paar weken voor het optreden is er een bandvergadering, een van de zeer vele in de geschiedenis van Gellybooty, maar ditmaal een met verstrekkende gevolgen. Saxofonist Iman Spaargaren kondigt aan na de cd-presentatie te kappen met de band. Dit heeft een domino-effect tot gevolg, waardoor er uiteindelijk niet genoeg mensen overblijven om een geloofwaardige funkband overeind te houden. Voor zover de overgebleven leden daar überhaupt nog zin in hebben. De rek is er uit. Er is net een nieuwe drummer ingewerkt wiens enige optreden met Gellybooty het afscheidsconcert is. Het vooruitzicht om weer maanden bezig te zijn met nieuwe muzikanten zoeken en inwerken is weinig aanlokkelijk. En Iman is niet alleen muzikaal belangrijk, hij is ook de grote regelneef van de band en verantwoordelijk voor het leeuwendeel van de optredens. Hoe moet dat opgevangen worden? Het uiteindelijke resultaat is dat de band na twaalf jaar wordt opgeheven. Nederland is een daverende P-funkband armer.


Gellybooty in Artis 2004
Funkbom
Er staat echter nog wel een cd-presentatie op stapel, en er ligt een enorme doos cd's klaar die lastig verkoopbaar zijn zonder optredens. Het afscheidsoptreden is gedenkwaardig: heel De Helling dampt en kolkt, het optreden is P-funk-waardig: er wordt ruim tweeëneenhalf uur gegrooved met elf mensen op het podium, aangevuld met gastoptredens van onder meer Alex Siegers, oudgediende en meestergitarist Martin van Mourik en rapper Stanley.
Na anderhalf uur slaat de speciaal voor deze gelegenheid geijkte Funk-o-Meter door naar Da Bomb. Ofwel: twaalf op de Richterschaal. De zaal explodeert bij elke nieuwe funkbom die de zaal in wordt geslingerd. Een gedenkwaardig einde van een van de meest toonaangevende funkbands van Nederland.

Het afscheidsoptreden is gelukkig voor het nageslacht bewaard en staat op Youtube.




En nu?
Verschillende oud-Booties zijn nog steeds bezig in de muziek. En het schijnt dat er plannen worden gesmeed voor een reünie, al dan niet met optredens. Hier een niet volledig overzicht.
Meer?

donderdag 26 februari 2015

BAANZOEKBAAN

Inmiddels ben ik een maandje werkzoekend, werkloos, tussen twee banen in of tussen baan en ZZP in. Het is best maf om geen werk te hebben. Je hebt niet de dagelijkse routine van een wekker die om 7:22 uur gaat, waarna je je snel klaarmaakt om fris gewassen en gekleed en door weer en wind naar het station te fietsen voor de trein van 8:13 uur naar Zuid. Ontbijtje in de trein, boekje lezen en voor je het weet kom je alweer aan op Amsterdam Zuid. Daar pak je weer door weer en wind de fiets naar het LB, waar je als alles goed gaat rond 9:00 uur aankomt. Vaak kwam ik expres wat later omdat dat beter uitkwam voor het heersende koffieregime op mijn kamer. Tegenwoordig word ik wakker wanneer ik wakker word, en dat kan vóór 7:22 zijn maar ook best wel eens er na. Dat is pas wakker worden! Zo'n wekker is toch maar een wreed stukje marteltuig.

Er verandert heel wat als je niet meer werkt en dus thuis zit. Er gaat ineens veel meer koffie en pleepapier doorheen en de gas- en elektriciteitsrekening exploderen bijkans. De kachel stond vroeger nog geen vier uur aan op een koude werkdag, nu is dat al gauw vijftien uur. Laten we zeggen 40 uur kachel extra per week, ik ben benieuwd wat het scheelt op de eindafrekening.

Wat ook vreemd is, is dat je de gebruikelijke sociale omgang - praatje met klega bij koffiemasjien, een vergadering - ontbeert. Net als je spieren en hersenen is ook je spraakcentrum gebaat bij oefening. Zo nu en dan word je daarop gewezen. Zo was ik vorige week in Museum van Zuilen - daar moet je geweest zijn! - en de museumbestierder begon ineens tegen me te praten: "Kan ik u een kopje thee inschenken?" gevolgd door "Bent u hier al eerder geweest?"
Bij het beantwoorden van die toch niet al te ingewikkelde vragen realiseerde ik me dat ik al tweeënhalve dag niet had gepraat en dat alles weer een beetje op gang moest komen. Haperdehaperdehaper dus... En ik wist ook niet meer wat een goed moment was - een wat uitgebreidere inademing, een rust in bestierders betoog? - om in te breken en mijn prangende vragen te stellen of aanvullingen te geven, waardoor we door elkaar begonnen te praten, vervolgens allebei stopten om weer beide op hetzelfde moment door te gaan. Ik kan me voorstellen dat eenzamen tegen zichzelf gaan praten. Ik ben overigens verre van eenzaam, maak je vooralsnog niet druk.  

Werk zoeken of voor jezelf beginnen is op zich best een baan. Maar in tegenstelling tot veel banen heb je bij een baanzoekbaan verdomd weinig improductieve uren. Je hoeft niet te vergaderen met jezelf, je vult geen Kloksgewijs in, je hebt geen werkgroep Slimmer werken, je hebt geen personeelsbijeenkomsten. Kortom: je kunt werken! Tel die niet gemaakte improductieve uren op bij die anderhalve uur die je per dag bespaart door niet op en neer te hoeven pendelen richting Amsterdam en je hebt werkelijk zeeën van tijd, want een baanzoekbaan is niet per se een baan van 40 uur voor mensen zonder 9-tot-5-mentaliteit.

Kortom: ik heb alle tijd om te koken, te lezen, hard te lopen, met andere werklozen te daten en cultureel te doen. Alleen afgelopen week al heb ik vier musea bezocht: het al genoemde Museum van Zuilen, het Volksbuurtmuseum (ook een must!), het Belvédère te Heerenveen en het Drents Museum te Assen. Ik denk dat ik een hele goede pensionado zou zijn.    

Toch is het allemaal niet zo eenvoudig, werkloos zijn, want behalve het UWV kijkt ook de geest van Calvijn over mijn schouder mee. Heb ik het eigenlijk wel verdiend om iets leuks te gaan doen, te genieten? Staat er wel genoeg arbeid, genoeg inspanning, genoeg inzet tegenover? Op dat soort momenten zou je willen dat je katholiek was. Op veel andere momenten niet.  

TIJD

De tijd vliegt. Je baan houdt op. Je zoekt een een vacature, schrijft een brief of blog, luncht met een oudcollega, bezoekt een museum, voert een netwerkgesprek, knippert met je ogen en realiseert je dat je al weer bijna drie maanden thuis zit. En dat ‘thuis’ dan in overdrachtelijke zin, veel thuis zit ik niet. Zeker niet nu ik zo’n kek laptopje heb aangeschaft waarmee je heel ZZP-erig op de meest fantastische locaties kunt… ach ja, ik noem het voor het gemak maar gewoon ‘werken'. iBookje, cappu’tje, gers koptelefoontje, getrimd baardje, als je niet oppast kom je als wedergeboren hipster uit je werklozigheid.

Werklozigheid is een machtig mooi sociologisch of sociaal-psychologisch experiment waarin je zelf het onderzoeksobject bent. Je wordt geconfronteerd met persoonlijke eigenschappen die vooral handig zijn in de vertrouwde omgeving van een vaste baan, en persoonlijke eigenschappen die juist nu die heel handig zijn. Je ziet het ongebreidelde aanpassingsvermogen van de mens in jezelf weerspiegeld. Al snel heb je een nieuwe invulling aan je leven gegeven, zonder werk maar met meer dan genoeg te doen. Je vraagt je telkens af hoe je al die buitenschoolse activiteiten naast je baan er bij deed.

Je wordt geconfronteerd met het ontbreken van een sociale omgeving van collega’s. Je merkt hoe efficiënt zo’n kantoor eigenlijk is, met al die collega’s om mee koffie te drinken of een - indertijd nog niet gesponsord - rondje te lopen door het park en om gezamenlijk de schildpadden te aaien. Nu heb je voor hetzelfde intermenselijk rendement twee lunches, een kroegafspraak en een etentje nodig. Werklozigheid is een dure grap, kantoren bestaan bij de gratie van hun intermenselijke efficiëntie.

Als werklozige doe je allerlei ontdekkingen. Je blijkt ineens een enorm netwerk te hebben opgebouwd van mensen die nu iets voor jou zouden kunnen betekenen, en die niet onvaak ook nog bereid zijn dat te doen. Het rare is… ik heb netwerken altijd gezien als een doel op zich, laten we zeggen als een tijdschrijfregel in Kloksgewijs. Maar een netwerk bouw je gaandeweg en stiekem op, zonder dat je daar eigenlijk iets voor hoeft te doen, zonder dat je het doorhebt en zonder dat je ooit de term netwerk in je mond neemt. En dan ineens heb je er een, en dat komt goed van pas!    

Een andere ontdekking: werklozigheid is een werkelijk gigantisch werkverschaffingsproject. Een banenmachine op zich. En daarvoor zijn heel veel werklozigen nodig. In je eigen kring kom je ze zelden tegen, maar ze zijn er bij hordes! Nog los van al die verborgen werklozigheid met het plakkertje ‘ZZP-er’ op hun rug.

Als je voor het eerst binnenkomt bij het UWV dan zie je de omvang. Het UWV-kantoor is al groot, en dit is dan alleen maar UWV Utrecht. Je ziet zo’n twintig loketten, in twee rijen ruggelings tegen elkaar zodat alle UWV-beambten binnen een soort vestingwerk van loketten hun werk kunnen doen. Ze kunnen die vesting wel heel makkelijk verlaten om bijvoorbeeld jou (of mij) op te halen bij de wachttafel voor het gesprek. Al die loketten zijn bezet met werkzoekenden die een gesprek hebben met hun UWV-beambte. En dat gaat zo de ganse dag door. Werklozigheid is big business!

donderdag 23 oktober 2014

KINNEBAKKES

Het is inmiddels 25 jaar geleden dat de Muur viel. Bij Andere Tijden was een uitzending over de periode vlak daarvoor. Honderden en al snel duizenden Oost-Duitsers probeerden de jarige DDR (40 jaar!) te ontvluchten door over het hek te klimmen van de West-Duitse ambassade in Praag. De auto's die jenseits von het hek achterbleven werden al snel ontdaan van alles wat los en eerder nog vast zat.  


Dit was het begin van het einde. En een redelijk onbeheersbare situatie ook. West-Duitse hotemetoten gingen met Oost-Duitse hotemetoten in conclaaf. Veel van deze Ossies werden voor keiharde Duitse Marken vrijgekocht. Men betaalde aldus tienduizenden euro's voor een vluchteling. Wel een OSV: ons soort vluchteling. 
De vluchtelingensituatie is sindsdien veranderd. De laatste tijd is het helemaal goed raak. Vluchtelingen betalen mensenhandelaren miljoenen om naar Europa te komen. Europa betaalt miljoenen om vluchtelingen tegen te houden. Europa betaalt miljoenen aan zijn asielapparaat, want dat is nou eenmaal zo afgesproken. Vluchtelingen zijn steeds minder OSV.

Zoals Dimitri Verhulst het zo fijntjes formuleert in Problemski Hotel, de zeven psalmen van de Conventie van Genève: Gij zult op uw kinnebakkes blijven kloppen als gij honger hebt, Gij zult u niet bezondigen aan het willen verbeteren van uw leven, Gij zult niet zo dom zijn te peinzen dat gij de kogel kunt ontlopen waarop uw naam geschreven staat, Gij zult de waardeloosheid van uw bestaan niet toetsen aan de normen van het Westen, Gij zult het Oude Continent niet aantasten, Gij zult u gedragen conform de universele rechten van de bastaardhond, Gij zult effenaf niks.

donderdag 9 oktober 2014

TRIBUNAAL

Dit jaar heb ik al drie korte Balkanvakanties achter de rug: Macedonië, Bulgarije en Bosnië & Herzegovina (BiH). Bij alle drie de reizen nam ik de taxi van de luchthaven naar de uiteindelijke plaats van bestemming, drie keer begonnen de taxichauffeurs tijdens de rit over de corrupte overheid in hun land en drie keer werd ik door de chauffeur in kwestie afgezet. Financieel dan. 

Macedoniërs zijn met stip het gezelligst, daarna de Bosniërs - die ik gemakshalve maar even over een kam scheer - en op de laatste plaats staan de Bulgaren. In Macedonië hebben ze het leukste wagenpark van Europa. Als je houdt van Zaztava's (Joegoslavische Fiatjes 500), Yugo's, Renaultjes 4 en 10 of antieke roet uitbrakende vrachtwagens dan moet je daar echt heen. In de categorie trivialiteiten: Zaztava betekent vlag en Yugo zuid.

Je merkt bij terugkomst op luchthaven Eindhoven heel goed dat Macedonië niet bij de EU hoort en dat Macedoniërs niet bijzonder gewenst zijn - te veel asielzoekers. Als je op de langebenenrij zit, dan zit je in het midden van het vliegtuig en sta je dus achteraan in de rij voor de paspoortcontrole. En die duurt me toch lang!! Elke Macedoniër moet namelijk kunnen aantonen dat hij of zij ofwel een retourticket heeft, ofwel genoeg geld heeft om een retourticket te kopen, ofwel iemand kent in Nederland die zorg kan dragen voor zo'n ticket. Welkom in Nederland!

Bosniërs kunnen niet autorijden en als ze dat toch doen, dan met een zeer ongezonde doodsverachting. Ze vinden het een belediging als je je veiligheidsgordel om doet, terwijl dat niet onverstandig is. Er is alle kans dat ze een noodstop moeten maken als er na een blinde hoek een paardenkar met Roma opdoemt. 

In het volgens Trip Advisor beste restaurant van Tuzla spraken we uitgebreid met serveerster Sonija. Studente, woont met haar twee zussen, ouders, hond en schildpad (die bij haar in bed slaapt!) in een flatje van 40 vierkante meter. Vader Kroaat, moeder Bosniak, twee geloven op één kussen... Als broodje halfom kom je daar nog steeds niet aan de bak. Je wordt uitgekotst. Zonder de juiste connecties krijg je sowieso geen baan in het armste en corruptste land van Europa. Een diploma stelt weinig voor. Ze wilde dan ook weg uit BiH. En ze had een hekel aan Sarajevo, een omhooggevallen en kunstzinnig stadje, bevolkt door snobs.&nbsp

Sarajevo is vergeleken bij Tuzla keigezellig en mooi. Het heeft zo zijn voordeel als je stad is platgegooid tijdens een beleg van een jaar of drie. Dan kun je met een schone lei beginnen. De internationale gemeenschap voelde zich zo schuldig aan de onveiligheid in deze volgens VN veilige zone (12.000 doden, 50.000 gewonden) dat men grif geld heeft gedokt om de stad in meer dan oude glorie te doen herrijzen. Het beleg van Sarajevo is inmiddels een toeristische USP met tours langs de bevoorradingstunnel en sniper alley. Ook kun je pennen kopen met Sarajevo er op in de vorm van een patroonhuls.
Dinsdag was ik bij het Joegoslavië Tribunaal bij de laatste dag - procesdag 497 - van het proces tegen Karadzic, de man die verantwoordelijk wordt gehouden voor onder meer Srebrenica en het beleg van Sarajevo. Karadzic is de grootste Europese slachter sinds Hitler en Stalin.

Karadzic zat op zo'n drie meter afstand, achter glas. Hij zag er uit als een vriendelijke opa, zo met zijn ringblok en bekertje automatenkoffie, warrige haardos, kek brilletje, wippend op zijn stoel. Zoals het een Bosniër betaamt - of het nou een Kroaat, Moslim of Serviër is - droeg hij een slecht zittend pak met kussens in plaats van schoudervulling. 

Karadzic verontschuldigde zich in zijn slotpleidooi voor zijn amateurisme. Wanneer hij minder amateuristisch had gehandeld was het niet zo uit de hand gelopen. Karadzic ziet zich meer als een man van de waarheid dan van de juridische kennis. Hij wees alle beschuldigingen van zijn verantwoordelijkheid voor de ruim 100.000 doden categorisch van de hand. En hij zei: "Laten we in godsnaam hopen dat dit de laatste oorlog was, maar dat heb ik helaas niet in de hand." Tsja, wie wel?

donderdag 13 maart 2014

SPELEN

Vandaag is er geen BIERTJE?! maar een spelletjesavond, alhier op het Landelijk Bureau. Ruim twintig collega's zijn van de partij - een kwart van de medewerkers van het LB - en onderzoek wijst uit dat dit een ongebruikelijk hoge score is voor een krimpende organisatie. De enthousiaste deelnemers zijn vandaag met achterbakken vol spelletjes en borrelnoten naar kantoor gekomen. Resultaat: meer spelletjes dan deelnemers! Iedereen kan in zijn eentje drie spelletjes doen. 

Niet iedereen doet mee. Naast de gebruikelijke redenen (hond, kat, kind, smoes, 'o, is dat vanavond?') waren er ook veel afmeldingen op grond van de volgende reden: ik hou niet van spelletjes. We leven in een vrij land - nog wel - dus iedereen is vrij zijn of haar redenen te hebben om al dan niet mee te doen. Maar toch, ik hou niet van spelletjes, het is mij te categorisch. Ik hou niet van groente. Ik hou niet van sport. Ik hou niet van lezen. Ik hou niet van spelletjes... Ik hou op zich wél van spelletjes, maar van heel veel spelletjes ook niet. Er zijn spelletjes die ik leuk vind, er zijn spelletjes die ik bere-irritant vind. Risk bijvoorbeeld. Dat is al iets minder categorisch.

Ik kom uit een gezin van spelletjes, wat niet zo gek is gezien het feit dat mijn moeder in haar werkzame leven fröbeljuf was. We speelden hogertje-lagertje, pimpampet, puzzel, master mind, barricade, kaart, scrabble, monopoly, stratego en buiten. Buiten bestond bijvoorbeeld uit touwknopen en buskruiten, avond aan avond aan avond. Op de middelbare school was het in de pauze veel klaverjassen en in de kroeg (waar je al op je zestiende bier mocht drinken, goede oude tijd) toepten we lange avonden om stuivers. Ik heb vakanties meegemaakt waarop ik met mijn vrienden elk moment dat we niet aan het eten, wandelen, douchen etc. waren, we klaverjasten. Liefst in de campingkroeg, met onze strooien hoeden op en kettingrokend uit een enorme communale buil shag. Of onder een lantaarnpaal als de kroeg sloot en het spel nog niet gedaan was.

Tsja... hoe zou het nou zitten? Is of je van spelletjes houdt nu aangeboren of aangeleerd? Nature or nurture? Is het zo dat wanneer je bepaalde persoonlijke eigenschappen bezit je dan minder geneigd bent om van spelletjes te houden? Of kunnen je ouders je door goed begeleide verplichte spelletjeszondagmiddagen toch warm maken voor spelletjes en je omvormen van spelletjeshater tot spelletjesliefhebber? Ik ben bijzonder benieuwd naar de antwoorden op deze vragen, het lijkt me een prachtig mooi onderwerp voor wat gedegen sociaalwetenschappelijk onderzoek. Willen jullie mijn onderzoekspopulatie zijn? Ik garandeer jullie volledige anonimiteit, mocht dat gewenst zijn. En ik oordeel niet. Of je nou van spelletjes houdt of niet!

donderdag 13 februari 2014

SKOPJE

Vorige week was ik in het prachtige door A. den Doolaard zo bewonderde en o zo archetypisch Eurovisiesongfestivallandje dat bekend is onder de nogal idiote naam 'voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië'. Griekenland heeft namelijk een provincie die Macedonië heet en daar moet dit republiekje niet mee verward worden, vandaar. Dit soort voor de leek kleinzielig gedonder is schering en inslag op de Balkan met heel wat narigheid tot gevolg. Het is er altijd een licht ontvlambaar kruitvat geweest waar de ene keer de Ottomanen, de andere keer de Habsburgers en weer een andere keer de Serviërs of Bulgaren doorheen stampten. 

En soms de Macedoniërs. Onder Alexander de Grote - die overigens niet voor niets de Grote heet blijkt uit recent onderzoek - was Macedonië op zijn grootst met hele stukken Bulgarije, Servië en Griekenland er bij. Alexander is dan ook de grote held in Macedonië en heeft een achterlijk groot standbeeld op het Macedoniëplein in Skopje. Alexander wordt door de Grieken natuurlijk gezien als een Griek die toevallig uit de Griekse provincie Macedonië kwam. Ze zouden het standbeeld liever vandaag dan morgen neerhalen. Een taxichauffeur zei me al: De toetreding van Macedonië tot de EU gaat nog wel even duren; dan moet eerst Griekenland er uit.

Macedonië kent een fijne afwisseling van oostblokkerigheid, hipheid, Ottomaanse invloeden en grootheidswaanzin, en dat allemaal tegen een achtergrond van bepoedersuikerde bergtoppen, en alles in het cyrillisch, wat door de relatieve onbegrijpelijkheid ervan alles net een stukje spannender maakt. De oostblokkerigheid manifesteert zich in voor de liefhebber - zoals ik - prachtige betonstaalconstructies uit de Stalinistische school, maar dan op zijn Joegoslavisch. Skopje bood ongekende mogelijkheden om het nieuwe bouwen onder Tito gestalte te geven omdat 90% van de stad plat ging tijdens de aardbeving van 1963. Ze hebben daar overigens een Japanner voor ingevlogen die ervaring had met beginnen met en schone lei: hij heeft het nieuwe Hiroshima ontworpen. Het hoofdpostkantoor, de universiteit, het winkelcentrum, het zijn pareltjes in hun soort. Ook grossiert Macedonië nog in oldtimers als Zastava's (rugzakjes!), Yugo's en vrachtautootjes van het merk BAM.

De hipheid krijgt gestalte in hippe mensen, hippe auto's, hippe restaurants, hippe coffeebars, hippe sportscholen en hippe beautysalons waar je een massagebehandeling kunt ondergaan met ezelsmelk en honing. De grootheidswaanzin is een nieuw fenomeen dat voornamelijk gestalte krijgt in enorme glimmende protserige klassieke gebouwen langs de rivier Vardar en in letterlijk honderden standbeelden van iedereen die iets heeft betekend in de lange geschiedenis van Macedonië. Voor het gewone volk blijft er door dit soort prestigeprojecten, bedoeld om het toerisme een boost te geven, helaas weinig geld over. De armoe is sowieso groot.

Veel Macedoniërs beproeven dan ook hun geluk door asiel aan te vragen ergens in Europa. Vorig jaar deden 125 Macedoniërs een asielverzoek, 99% werd afgewezen. Het is het proberen waard, een Wizzair-ticket Skopje-Eindhoven kost 30 euro. Duitsland kreeg in 2013 ruim 6000 asielverzoeken van Macedoniërs (ook weer vrijwel allemaal afgewezen).

Je merkt bij aankomst op luchthaven Eindhoven wel dat Macedonië geen deel uitmaakt van de Europese ruimte en dat men graag wil dat die Macedoniërs hier niet blijven hangen. De controle is streng, elk paspoort wordt uit-en-te-na gecontroleerd, retourtickets moeten worden overlegd, portemonnees worden leeggekiept om te laten zien dat een retourticket gekocht kan worden, twee mensen worden om onduidelijke redenen afgevoerd naar een 'kantoortje'. Het is goed om eens te zien hoe het is om ongewenst te zijn. Met mijn EU-paspoortje loop ik zo door - als ik eenmaal aan de beurt ben, na een uur in de rij te hebben gestaan. Dat krijg je van de langebenenrij. Maar welkom ben je. 

donderdag 15 augustus 2013

RAS

Uit onderzoek van de Universiteit van Michigan blijkt dat slimme mensen even racistisch zijn als domme. Intelligente mensen kunnen hun vooroordelen echter beter verbergen. Racisme en vooroordelen komen volgens het onderzoek voort uit de behoefte van dominante groepen om hun privileges tegenover andere sociale groepen te 'legitimeren en beschermen'. De uitkomsten verbazen me niets. De resultaten van het onderzoek doen denken aan het integratiedebat in Nederland, met als extremen de linkskerkelijke hoogopgeleide allochtonenknuffelaars die de problemen van integratie niet kennen vanwege hun grachtengordelheid en die er alle baat bij hebben hun privileges te verdedigen, en aan de andere kant de minder goed opgeleide man (v/m) van de Vogelaarstraat die veel minder te verliezen heeft en die zich vertegenwoordigd weet door iemand die de problemen met integratie heel duidelijk ziet en ook zeer kordate oplossingen zegt te hebben. Er is veel veranderd in integratieland.  

In mijn jeugd bestond integratie nog niet, laat staan een integratieproblematiek. Alleen vrouwen integreerden in die tijd, maar dat heette toen nog emancipatie. Problemen van die tijd waren van een totaal andere orde: een ijskoude oorlog die de totale vernietiging van de planeet Aarde kon betekenen.

Ik geloof dat ik heel aardig ben grootgebracht in de wetenschap dat mensen gelijk zijn, ongeacht kleur, geaardheid of wat dan ook. Dat was ook prima te doen. In de nieuwbouwwijk in Vianen waar ik opgroeide woonden alleen blanke hoogopgeleide Hollanders. Er was wel een homostel in de straat, maar dat is me indertijd niet eens opgevallen, zo tolerant was ik. Gelijkheid was er ook in die zin dat er op vrijwel iedereen in de straat wel wat viel aan te merken, volgens mijn ouders dan. Het huis te slordig of juist te netjes, de kinderen te sloom of te wild, te veel huisdieren of te weinig...

Samsam
Als zoon van hoogopgeleide linkse ouders las ik vroeger natuurlijk Samsam. Daarin stonden prachtige foto's van mensen en vooral ook kinderen van over de hele wereld. In hun natuurlijke habitat. Een foto die me altijd s bijgebleven is die van een Aziatisch jongetje dat een rijstkorrel rechtopstaand tussen twee eetstokjes vasthield. Dat waren voor mij allochtonen: mensen die in een ander land woonden.  

Tijdens mijn lagere en middelbare schooltijd heb ik in totaal bij vijf niet-witte Hollanders in de klas gezeten. Zo weinig dat ik hun namen nog weet: Sharda, Anil, Perry, Eddie en de onvermijdelijke Mohammed. Het maakte mij geen reet uit dat het niet-witte Hollanders waren. Ze waren tof of ze waren het niet. Ik had niet het idee dat ze nou zo anders waren, alhoewel Sharda bij het opzeggen van de tafels 1 maal 1 zei en wij 1 keer 1. Alhoewel Perry en kroeshaarkam had die er best grappig uitzag. Alhoewel het bij Anil thuis heel bijzonder rook naar allerhande exotische kruiderijen. Alhoewel Eddie grote moeite had te bepalen wanneer hij grootte of grote moest gebruiken in een geschreven zin. Alhoewel Mohammed echt fantastisch door het systeemplafond kwam vallen tijdens de les, alhoewel ik geen flauw idee meer heb waarom en hoe ie daar terecht was gekomen. 

DNA
Racisme vind ik sowieso een vaag gegeven. DNA-onderzoek heeft aangetoond dat de mensheid genetisch zozeer op elkaar lijkt dat het evident is dat het om één ras gaat. Ras is een verzinsel en racisme is daarmee ook een verzinsel. I'm gonna send him to outer space to find another race.
Vooroordelen, daar kan ik dan weer wel wat mee. Dat is ook het maffe met vooroordelen: soms heb je gewoon het idee dat ze niet volledig uit de lucht gegrepen zijn, dat er wel een kern van waarheid in zit. Geef het maar toe!

Je kunt mensen echt alles wijs maken, als je het maar vaak genoeg herhaalt en hard genoeg roept. Maar dat werkt het beste als er af en toe wat schijnbare  feitjes zijn die het vooroordeel ondersteunen. Anders krijg je vroeg of laat mensen die beweren dat het anders is. Net als bij leugens kun je bij vooroordelen voor het beste resultaat beter enigszins bij de waarheid blijven. En met vooroordelen moet je net als met wetenschappelijk onderzoek over slimme en domme racisten alles wel in perspectief blijven zien: kenmerken van een individu zeggen niks over de groep, kenmerken van de groep zeggen niks over het individu. Maar ja, dat levert dan weer geen spetterende stukjes op... 

donderdag 28 februari 2013

HAND

Als je alleen de inhoudelijke samenvatting leest van 'The other hand' dan bekruipt je ongetwijfeld het gevoel dat dat geen goed verhaal kan opleveren. Het verhaal zit propvol grote gebeurtenissen, grote emoties en enorme morele dilemma's: offer jij je vinger op om iemands leven te redden? Help jij je ver gewaande medemens als die onverhoeds aan de deur klopt? Vind je het systeem waarachter je je kunt verschuilen belangrijker dan medemenselijkheid? 

Dat klinkt als veel te veel om in een goed boek te proppen. Het knappe is dat 'The other hand' juist heel goed de balans bewaart. Ondanks al die grote gebeurtenissen, emoties en dilemma's. In de eerste plaats omdat het gewoon bijzonder goed geschreven is. In de tweede plaats omdat van hoofdstuk tot hoofdstuk het perspectief switcht tussen de vrouw die haar vinger offert om een persoon te redden en de vrouw - of het meisje - die gered wordt omdat iemand haar vinger offert.

Ondertussen wordt er een schets gegeven van de manier waarop de westerse wereld met vluchtelingen omgaat: van de westerse medeplichtigheid daar (in Nigeria) tot de wijze waarop alles juridisch is dichtgetimmerd hier (in Engeland). Als je als asielzoeker aankomt dan krijg je een formulier voor je vluchtverhaal. Zoals de ene hoofdpersoon - een Nigeriaanse vluchtelingvrouw van 15 jaar - het zegt:  "They only gave you enough space to write down the very saddest things that happened to you. That is why people do not like refugees. It is because they only know the tragic parts of our life, so they think we're tragic people." De vrouw zit twee jaar in het detentiecentrum in afwachting van haar lot.

Een psychiater die actief is in dat centrum schetst zijn rol als volgt: "Psychiatry in this place is like serving an in-flight meal in the middle of a plane crash. If I wanted to make you well, as a doctor, I should be giving you a parachute, not a cheese-and-pickle sandwich. To be well in your mind you have first to be free, you see?" Kijk, dat zijn zinnen waar je wat mee kan! Nou, vooruit, nog een dan, van de Nigeriaanse vrouw: "The first week I was in the detention centre, U2 were number one here too. That is a good trick about this world, Sarah (de andere hoofdpersoon/verteller). No one likes each other, but everyone likes U2."  Ook de andere verteller - een Engelse vrouw met haar jonge snelle wilde baan en leven - heeft af en toe goede wisecracks, zoals na de zelfmoord van haar man: "Oh, I dare say I'll cope the way British women always used to cope, before the invention of weakness."

Aan het einde van het boek vliegt Cleave wat mij betreft toch een beetje de bocht uit. Ik hoef niet per se een happy end, maar dit is in de categorie unhappy ends niet echt heel erg subtiel te noemen. En dat nadat de balans zo lang zo sterk bewaakt leek in alle grote gebeurtenissen, emoties en morele dilemma's. Neemt niet weg dat het een heerlijk geschreven boek is. Na lezing nestelen zich twee vreselijke vragen in je hersenpan: zou ik mijn vinger offeren? En zou ik mijn huis open stellen? Gelukkig kun je die vragen - denk je - nog jaaaaaaaren vooruit schuiven.

donderdag 10 januari 2013

PUBERS

Recent onderzoek toont aan dat de muzieksmaak van rond je twaalfde bepaalt hoe je je als puber gaat gedragen. "Kinderen die naar 'onconventionele' muziek als metal, gothic, harde house of hiphop luisteren, hebben een grotere kans om later betrokken te raken bij vandalisme, winkeldiefstallen of vechtpartijen dan beginnende pubers bij wie hitparademuziek, klassiek, jazz of singersongwritermuziek op de stereo staat."

De voorkeur kan er toe leiden dat je in een scène terecht komt die wordt gekenmerkt door probleemgedrag. En er wordt ook nog vagelijk gesuggereerd dat de muziek zelf ook invloed heeft op je gedrag, wat ik me trouwens heel goed kan voorstellen. Alleen al vanwege het feit dat je je zo oprecht kan ergeren aan klotemuziek (ieder voor zijn eigen definitie natuurlijk). Muzieksmaak is erg belangrijk, zeker in relaties. Relaties met meisjes die 20 cd's hebben waarvan vier van Phil Collins zijn gedoemd te mislukken wet ik uit ervaring.

Ik was vooral in 1981 twaalf. In die tijd had je geen house, r&b, gabber of hiphop. Gothic volgens mij ook niet. Je had in de categorie onconventionele muziek wel punk, hardcore, metal, fusion en gewoon boerenpummelhardrock. Sowieso al veel minder muziek waarvan kinderen later op hol slaan dus.

Indertijd was ik fanatiek hitparadevolger: elke donderdagmiddag top 50, vrijdagmiddag Top 40 en Tipparade, zondag de Europarade en dan had je nog de Nationale Top 100: wij draaien de platen helemaal! Voer voor thuistapers dus die achter hun cassetterecordertje in de aanslag stonden om de pauzeknop te ontgrendelen. Ik keek altijd naar Top Pop en ook graag naar Op volle toeren bij de grootste familie (Flip Fluitketel, varkens, geiten, boerenkool!). Later kwam op dinsdag de Verrukkelijke Vijftien er nog bij.

De muziek was heeeel onschuldig in die tijd. Ik heb de Top 40 er maar even op nageslagen. Kid Creole & the Coconuts (mijn eerste LP, nog steeds goed en zelfs gedraaid op het feestje in Akhnaton!), Men at Work (mijn tweede LP), Trio, Adam Ant, ABC, Soft Cell, Toontje Lager, Bloem, Normaal (luisteren mocht, maar ik mocht van mijn moeder niet lid worden van de fanclub...), Madness (ook te gebruiken als afscheidslied), OMD, Kim Wilde, Stray Cats, Falco, The Jam, J. Geils Band, Doe Maar en wat echt heel goed helpt tegen in de goot belanden: Spargo!!

Totaal ongevaarlijke muziek waar je echt geen bushok door gaat slopen, oude vrouwtjes gaat terroriseren of condooms gaat stelen. Nee, dan de muziek van nu! Geen wonder dat de jeugd ontspoort. En dan hebben ze in het onderzoek nog niet eens de invloed van rai en Arabische muziek in het onderzoek meegenomen. Dat worden kamervragen!

Gelukkig is het allemaal maar sociaal-wetenschappelijk onderzoek, dus men neme de conclusies ervan met een flinke stapel zout.

maandag 29 oktober 2012

PRESSE-PAPIER

Als kind doorga je een leerproces zonder weerga. Dat leerproces gaat vaak van boem is ho. In je kinderlijke zoektocht naar duiding en verklaring maak je geregeld fouten doordat je te weinig ervaring hebt en simpelweg niet genoeg weet. Dat ondiepe reservoirtje van kennis is niet altijd genoeg.

In ‘Hoe & waarom? Dinosaurussen’ las ik dat de vinder van de tand van een tyrannosaurus rex het ding gebruikte als presse-papier. Ik had geen idee wat een presse-papier was en verzon dan maar zelf wat er bedoeld werd. Ik dacht dat de tand gebruikt werd als papier, of om papier van te maken. Daar kan je je als kind van 6 of 7 een prachtige voorstelling van maken.

Ik dacht dat ik door dingen heen kon kijken. Door mijn vingers bijvoorbeeld. Want als ik mijn hand op 10 cm van mijn ogen hield, en ik keek in de verte, dan zag ik een soort silhouet van mijn vingers. En het leek inderdaad alsof ik dwars door mijn vingers heen in de verte keek. Ik heb deze gave nooit aan mijn ouders durven opbiechten. Of gave… wellicht dacht ik dacht dat iedereen het kon. Toen ik er uiteindelijk achter kwam dat dit fenomeen te verklaren is uit het feit dat je twee ogen hebt, was dat voor mij een behoorlijke domper. Maar het was ook een geruststelling.

Als je net kunt lezen dan wil er nog wel eens wat fout gaan. Ik dacht bijvoorbeeld dat er op elektriciteitshuisjes en -kastjes stond: “Rokken en vuur verboden”. Wat ik ook indertijd een rare combinatie vond, maar ja, dat neem je dan gewoon voor lief. En je probeert er een verklaring voor te bedenken, waarom je in de buurt van zo’n kastje geen rok zou mogen dragen.

Vroeger dacht ik dat mensen die een andere taal spraken simpelweg de letters anders neerzetten. Net als bij een geheimschrift had je een sleutel (a wordt z, b wordt y, etc.). Ik vond het altijd donders knap zoals mijn vader op vakantie vloeiend Frans sprak. Om zo snel met de juiste sleutel tijdens het spreken al die Nederlandse woorden om te zetten in Franse. En vice versa natuurlijk. Dat grote mensen dat konden! Ongelooflijk!

Het is toch jammer dat je die kinderlijke vaak op niet heel veel gebaseerde verwondering kwijtraakt. Alhoewel ik ook heden ten dage nog prima in staat ben om zo nu en dan een behoorlijke flater te slaan, waarna verwondering en schaamte in het emotionele spectrum om de hoofdrol strijden.

vrijdag 12 oktober 2012

SCHOEN


Ik ben geen wereldreiziger, alhoewel dat soms anders lijkt. Jaren geleden was ik in Afrika. Meer bepaald: Zuid-Afrika, Mozambique en kortstondig het Koninkrijk Lesotho.

Sommige Afrika-gangers zeggen dat ze hun hart hebben verloren aan dat prachtige continent. Je hart verliezen aan een omheind paleisje met zwembad, tien man personeel en een four wheeldrive voor de deur waarmee je door wildparken kan racen, wie verliest daar niet zijn hart aan? Ik heb mijn hart niet verloren, maar vond het wel een prachtige ervaring.

Onlangs las ik 'Aan de oever van de tijd' van Mankell. Het is voor de verandering geen thriller uit de Wallanderreeks, maar een serie verhalen, spelend in Mozambique, die rond het kampvuur worden verteld. Dan weer vanuit het oogpunt van een Portugese kolonisator, dan weer vanuit het oogpunt van verschillende afro-Africans. Mankell doet dat knap. Veel komt me bekend voor.

De ‘nacht die valt als een roofdier’ bijvoorbeeld: van het ene op het andere moment is het nacht, niks geen avondschemering vooraf, gewoon boem. Ook de voorouderverering en het geloof in geesten en dromen komt diverse keren terug. Voor de vorm hebben de inheemsen wat christendom overgenomen, maar van zo’n eeuwenlange traditie ben je niet zo maar af. Die combineer je dan eenvoudigweg met de opgedrongen geïmporteerde traditie, het christendom. In Mozambique is het nog steeds gebruikelijk om niet naar je werk te komen als je een droom hebt gehad die op de een of andere manier vertelt om niet naar je werk te gaan.

In het boek van Mankell is de schoen een terugkerend thema. Meestal in totaal versleten vorm, gedragen door straatarme Mozambiquanen die al lang blij zijn dat ze überhaupt schoenen hebben. Soms draagt men links en rechts totaal verschillende schoenen.

Een mooi verhaal gaat over een arme man die leeft uit wat de prullenbak hem schenkt. Hij komt op het idee om traditionele verhalen te gaan verzamelen. Hij kan niet schrijven, maar uiteindelijk komt zijn plan geschreven en wel bij een internationale hulporganisatie terecht. Daar wordt hij uitgenodigd op gesprek. Men vindt het een hartstikke goed plan, alleen het ervoor gevraagde bedrag is veel te laag. Vraag 10.000 of 100.000 dollar, luidt de boodschap, dan kunnen we er wat mee. Maar nee, 10 dollar is genoeg voor de verhalenverzamelaar. Dan kan hij een mooi paar schoenen kopen om heel Mozambique te doorkruisen op zoek naar verhalen. Hij houdt voet bij stuk. Het verzoek wordt daarop afgewezen. De verhalenverzamelaar gaat dan maar blootsvoets zijn verhalen verzamelen.

Adriaan van Dis had ook een mooi schoenenverhaal uit Afrika. Hij zat op een terras van een duur hotel in Maputo. Twee obers bedienden gezamenlijk het terras. Ze deden erg geheimzinnig. Wat bleek: ze deelden één paar schoenen en bedienden om de beurt, waarbij ze tussendoor de schoenen verwisselden achter een imposante zuil.

Toen ik vertrok uit Mozambique liet ik er mijn bergschoenen achter. De bewaker van het huis waar we bij vrienden logeerde wilde die best hebben. Vreemd, dacht ik nog, ze waren echt helemaal op… Zolen versleten, binnenwerk kapot, losse naden. Vreemd, ook omdat ik ze op maat had gekocht, wat betekent dat de ene schoen maat 44 had en de ander maat 46,5. Dat is toch voor weinig mensen handig. Maar ze waren er erg blij mee. Na het lezen van Mankells ‘Aan de oever van de tijd’ is me helemaal duidelijk waarom.

zondag 26 augustus 2012

HEMEL


Uit recent onderzoek onder christelijke Amerikanen blijkt dat 50% van hen denkt dat ook atheïsten in de hemel kunnen komen vermits zij 'goed' leven. Ik denk dat de meeste gelovigen uit pragmatische overwegingen zeggen dat ook ongelovigen de hemel kunnen bereiken. Anders ben je in discussies snel klaar ('Dus jij vindt dat ik niet naar de hemel mag?') en wordt de hemelgang wel een heel exclusief gebeuren. Ook opvallend is dat 65% van de christelijke Amerikanen vindt dat het niet uitmaakt tot welke God je bidt, want eigenlijk richten alle gelovigen zich tot dezelfde God. Dat geloof ík dan weer niet, want onze God is toch de beste!

Hemel of hel... In mijn lagere schoolgaande jeugd - gereformeerd light - kwam het zo nu en dan voor dat ik buikpijn had van de dikke stress omdat ik Zijn naam ijdel gebruikt had. Een doodzonde! Ik was er van overtuigd dat God of een van zijn Stasimitarbeiter dat had opgenoteerd in het Grote Boek op basis waarvan je Sinterklaasgewijs aan het eind van je leven werd beoordeeld: oké of niet oké, hemel of hel. Dat leverde slapeloze nachten op, het in een opwelling ijdel gebruiken van Zijn naam.

Hoe God al die beslissingen moet nemen over ieders hemel- dan wel hellegang is me volstrekt onduidelijk, maar dat komt naar ik aanneem doordat ik een menselijke invulling geef aan God. Wat op zeg niet gek is want Hij is immers door de mensen zelf bedacht. Het goddelijke heeft denk ik nooit een duidelijke invulling gekregen omdat de mens die God bedacht daarvoor niet genoeg fantasie had.

God verdient een goddelijke invulling. Je moet hem niet zien als een IND-beslisambtenaar die met een afstreeplijstje in de hand toetst of alle antwoorden wel correct zijn en naar tevredenheid ingevuld zodat kan worden beslist of je asielverzoek wordt gehonoreerd of niet. Een beslissing die - soms - gaat over leven of dood. God zou het direct weten, voelen, horen wat er beslist moest worden, alhoewel dit alweer menselijke trekken zijn die niet van toepassing zijn op De Goddelijke.

Een foute beslissing kun je je natuurlijk niet veroorloven als je over hemel of hel beslist. Gelukkig is God volmaakt en daarom zal geen enkel mens op oneerlijke manier worden buitengesloten, aldus een zijner zegsmannen. Ik pleit daarom voor een volmaakte beslisambtenaar.

donderdag 5 juli 2012

BOB


Soms word je door een bericht op een sociaal medium getrekkerd om iets te doen. Ergens naar te luisteren bijvoorbeeld waar je in geen tijden naar geluisterd hebt. Zo heb ik me onlangs op het balkon iPadsgewijs door een deel van het liverepertoire van Doe Maar gewerkt. Wat een goede band was dat toch. Goede muzikanten die heel erg goed reggae spelen, en hele goede liedjes.

Ik zag ze in 1982 vlak voordat De Bom een grote hit werd in een nog niet voor de helft gevulde sporthal Merwestein in Nieuwegein. Dat zou zo maar mijn eerste concert ooit kunnen zijn. Door de sporthalgalm waren de nummers niet eens goed te herkennen. Ik was behoorlijk onder de indruk van het publiek. Dat kwam je normaal nooit zo tegen, van die in de ogen van een veertienjarige ontzettend stoere en alternatieve types. Er werd ook geblowd in de zaal en keek met afschuw en meelij naar deze types die hun leven ten gronde richtten door aan de drugs te gaan.

Ik had het hele repertoire van Doe Maar uiteraard op muziekcassette, gekopieerd vanaf elpee. Een selectie van die bandjes gingen altijd mee op reis. Ik had hun album 4us mee op cassetteband toen we naar Taizé gingen, het befaamde klooster waar de hele wereldlijke ukkemenie nog steeds bijeen komt. We reden mee met ene Sylvester, iemand uit het bidgroepje van onze godsdienstleraar Van Wijk. Van Wijk was ook behoorlijk hardcore waar het religie betrof, maar vooral een aardige vent. Hij vertelde ons dat er ook in onze klas engelen rondwaarden en dat hij dat wist of kon zien. Hij had het over échte engelen van het soort dat figureert in het best verkochte sprookjesboek ooit.

Sylvester was een bekeerde hippie met gitaar die het hele Dylan-songbook in zijn repertoire had. Als gitaristen onder elkaar vroeg ik hem tijdens het verblijf in Taizé mij Stairway to heaven te leren. Dat lied stond ook in 1982 al pontificaal bovenaan de Top 100 Aller Tijden (de beste hitlijst aller tijden), de lijst die inmiddels is opgerekt tot een Top 2000 en was verplichte leerstof voor iedere kampvuurgitarist. Dat weigerde hij. Hij kon het spelen, uiteraard, maar de tekst was voor hem een struikelblok. Satanisch. Ik had me nooit afgevraagd waar het liedje over ging.

We zaten dus bij Sylvester in de auto op weg naar Taizé en hij liet ons Bob Dylan horen - de live-opname waarin Dylan, begeleid door The Band wordt toegeroepen Judas te zijn om dat hij met elektrische band zijn akoestische folkroots verloochent. Tsja... Bob Dylan was voor mij bekende kost want ook mijn ouders hadden daar de nodige elpees van. Na Bob kwam 4us van Doe Maar aan de beurt.

4us... Toch een van de minste platen van Doe Maar. Ook de plaat waar drie voor nette huishoudens met veertienjarige bakvisjes tamelijk controversiële nummers op staan. Een met een drieletterwoord in de titel, een met de vervreemdende titel Lajéninaja en een met een vloek in het refrein.

In de auto hebben we gesprekken waarin we snel doordringen tot de essentiële vragen van het leven. Dat heb je snel tijdens een lange autorit op weg naar een klooster en een ex-hippie van een bidclub achter het stuur. Het negende nummer van het cassettebandje start: Heroïne. We praten gemoedelijk verder tot het refrein begint: heroïne gevolgd door een vierlettergrepige vloek. Want heroïne ís een vloek. Al in de tweede lettergreep - ver - heeft Sylvester in een ultieme reflex de knop van de cassetterecorder de opdracht gegeven het bandje te ejecteren. Voor een ex-hippie zijn zijn reflexen buitengewoon flux. Hij verontschuldigt zich met de opmerking dat hij ook tegen heroïne is maar dat je dan nog niet hoeft te vloeken. Zonder er verder nog een woord aan vuil  te maken wordt Bob Dylan weer in de cassetterecorder gestopt en vervolgen wij onze niet onderbroken weg.

dinsdag 26 juni 2012

DEELDER

Vorig weekend stond er een interview met Jules Deelder in Volkskrant Magazine. Deelder zelf stond op de cover, als altijd onmiskenbaar herkenbaar als Deelder. Zijn portret werd vergezeld door de quote: beter opbranden dan uitdoven.

Op mijn middelbare school hadden we zo nu en dan optredens van echte artiesten. Zo was Drs. P bij ons op bezoek. In de kantine speelde hij vanaf het podium en achter de piano klassiekers als Heen en Weer en het onvolprezen Trojka. Met zijn typerende polygoonstem zong hij en kondigde hij elk nummer droogkomisch aan en af. Wij waren best fan.

Ook hadden we zanger-gitarist Daniel Sahuleka op bezoek. In de jaren zeventig en tachtig scoorde deze gitaarheld diverse hits. Zijn optreden vonden we een beetje saai, maar ach, er trad wel een heus artiest op, eentje die bij Top Pop kwam!

Wat we wel heel stoer vonden was Jules Deelder. Welke leraar hem uitgenodigd heeft weet ik niet, maar het optreden deed de nodige stof opwaaien in de lerarenkamer. De zwaarder gelovigen hadden wat moeite met Deelder. Hij zei wat over Jezus en een kruis. Wat weet ik niet meer precies, maar het speelde zich af op de berg Golgotha, en kruis werd ook meer metaforische zin gebruikt. Uiteraard kwam ook WOII voorbij. Deelder deed zijn befaamde ski heil-Hitlergroet. Wij vonden dat best hilarisch. Toch is Deelder daarna nooit meer teruggevraagd.

Toen Deelder klaar was met zijn voordracht verliet hij het podium richting een tot kleedlokaal gepromoveerd klaslokaal. Een sliert scholieren achtervolgde hem voor een handtekening. Ik ook. Deelder deelde uit en elke handtekening ging vergezeld van een motto of puntdicht.

Ik had geen papier bij me maar wel mijn Engelse tekstboek Regio, waaruit ik tussen de bedrijven door woordjes aan het leren was voor de overhoring later die dag. Ik was aan de beurt en Deelder schreef met zwarte Edding dwars over het boekje, ondertekend met een J die ook meedeed in het vormen van een D het mij toebedachte motto: beter opbranden dan uitdoven. 

donderdag 24 mei 2012

EENDJE

Vroeger liep ik dagelijks twee maal daags van huis naar christelijke basisschool De Voorhof. Je liep de hele tocht langs een zogenaamde waterpartij, in de zeventiger jaren een must in iedere nieuwbouwwijk. In het voorjaar waren die vergeven van de jonge eendjes die admiraalzwemmend achter moeder in het kroos naar larfjes en slakjes zochten. En kleine stukjes brood. De gezinnetjes begonnen met een kuiken of twaalf waarvan uiteindelijk maar een klein deel de volwassenheid bereikte. De rest diende als voedsel voor rat, reiger en snoek.

Het kwam geregeld voor dat er verstoten eendjes rondzwommen die, als ze te dicht bij de een of andere eendenmoeder kwamen, ook nog eens gepikt werden. Het waren de piepjonge verstotenen van de eendenmaatschappij. Mijn kleine jongenshartje brak bij het aanzien van dat wrede schouwspel. Het eendje in kwestie moest gered worden.

Tijdens de lunch stopte ik onopvallend stukjes brood in mijn broekzak die konden dienen als lokmiddel. Na het eten ging ik als een haas naar het stuk van de waterpartij waar eendje zich voor het laatst had laten zien. Ja hoor, daar zwom hij (of zij), nog steeds alleen, nog steeds belaagd door allerlei gemene roteenden.

Ik - de eendenredder - lokte eendje met de broodkruimels naar me toe en uiteindelijk lukte het me eendje zonder natte en bemodderde kleren te pakken te krijgen. Eendje was gered! Vervolgens ging ik met eendje in mijn knuistjes naar huis waar ik tot tranen geroerd het relaas deed van de wrede eendenwereld waaraan eendje onderdoor dreigde te gaan. Moeder kon niet anders dan eendje barmhartig in de herberg opnemen. Eerst in een doos met een badje in een hoek in de woonkamer, later liep eendje door het hele huis en de tuin. Het was een prettig speelkameraadje met als nadeel dat hij (of zij) niet zindelijk te krijgen was. Gek genoeg hadden we als naam voor eendje Kwakje gekozen.

Veel later mocht Kwakje naar een tamme-eendenverblijf nabij, waar Kwakje zich kon voorbereiden op de terugkeer in de eendenmaatschappij. Waar hij vast nog lang en gelukkig leefde en nog veel eendenkuikens produceerde. Maar toen was ik hem (of haar) al lang uit het oog verloren.

Sommige mensen hebben de sterke ingebouwde neiging om alle levende wezens die hulp behoeven, hulp te géven. Ik heb dat niet. Of niet meer. Het begon bij Kwakje de Eerste en hield op na Kwakje de Tweede. Nou ja, ik heb nog wel eens een schaap gered dat weinig parmantig op zijn rug lag en nodig gekanteld moest worden.