Waar was jij op 11 september 2001? Of nine eleven zoals het ook zo vaak heet tegenwoordig. Leuk dat je het vraagt, ik weet het nog goed: ik was in Coimbra, Portugal.
's Ochtends waren vriendin en ik met een enorme stopbus - die extreem vaak stopte - uit een heel klein plaatsje op weg gegaan naar Coimbra. Zo'n twee en een half uur later waren we redelijk gammel van alle haarspeldige weggetjes aangekomen in die prachtige stad. Na wat rondgeslenterd te hebben over antieke universiteitsterreinen en langs mooie kathedralen werd het tijd voor een stevige lunch. We zaten op een prachtig terras aan een pleintje en hadden net besteld. Maar de broodjes lieten ernstig lang op zich wachten. Het duurde en duurde en duurde.
Toen ik naar binnen ging voor een klacht bleek de tent volgepakt te zijn met mensen die naar de tv achter de bar zaten te kijken. Gebiologeerd, open mond, een en al verbazing, zo niet ontzetting. De tv toonde beelden van een soort flat die in de fik stond. Ik ging er van uit dat dat ergens in Lissabon zou zijn. Bosbranden, eucalyptusmaffia… Best lullig, zo’n brand, maar het werd zo onderhand toch echt wel tijd om ons broodje te krijgen. En dat heb ik ook maar gezegd.
We kregen daarna vrij snel ons broodje. Een prima broodje. Er werd een soort verontschuldiging bij gegeven, een verklaring van overmacht. ‘Ach, geeft niet, is al goed, wij zijn ook de beroerdste niet!’dacht ik nog.
Later die dag kregen we iets meer informatie. Dat die fik toch niet in Portugal was, maar in de VS. En dat de flat het WTC was. En dat het niet waarschijnlijk was dat het een ongeluk was, want beide torens waren geraakt door een vliegtuig.
Toen we terug waren op Quinta de Cerca, het prachtige door een Vlaams stel gerunde onderkomen, kregen we wat meer mondelinge informatie. Maar verder zaten we gewoon onder onze grote oude boom overheerlijk te eten aan de lange tafel. En ’s avonds dronken we Belgisch bier op het buitenterras bij het zwembad. Met uitzicht op een prachtig groen dal. Er waren slechts vier gasten. We filosofeerden lustig los over de aanslag. Onze verdere informatievoorziening die vakantie bestond uit af en toe een buitenlandse krant.
Gelukkig hebben we door de vakantie niet 1001 keer herhaald gezien dat er een vliegtuig de WTC-toren in vloog. Hebben we niet alle nabeschouwingen gezien op 100 zenders tegelijk. Hebben we niet 1001 ooggetuigenverslagen gehoord. Hebben we niet de mensen gezien die een sprong verkozen boven vlammen.
Toen we twee weken later op vliegveld Lissabon aankwamen zagen we dat de wereld was veranderd. Een cordon van militairen, zwaar bewapend en geflankeerd door tanks, stond net buiten de gebouwen van de luchthaven. Ook de luchthaven zelf was vergeven van marechaussees. De controle was enorm verscherpt, maar desondanks wist vriendin per ongeluk een Zwitsers zakmes in haar handbagage het vliegtuig binnen te smokkelen. De controlerend ambtenaar van dienst durfde niet in het vakje dameshygiëne te gaan rommelen. En daar bevond zich het steekwapen! Het was weer duidelijk: een aanslag zit in een klein hoekje.
dinsdag 8 september 2009
zaterdag 5 september 2009
HELLO DEAR
Zo vaak krijg je geen berichten die als titel hebben: Hello dear! Je nieuwsgierigheid is direct gewekt. Zo werkt dat. Bij nadere lezing blijkt het een fantastisch filosofisch aanzoek tot... ja, tot wat? Het is een vriendschapsaanzoek van een simpel jong meisje. Nou, wie het eens wil proberen: hier is het adres. Want vrienden zijn als kleren: zonder hen voel je je naakt.
How are you ? I guess you are fine and living good. my name is Miss Evan Jacobs, i am a simple young girl looking for someone to share my life with,i'm interesting to know you and establish a relationship with you. I wanna be your friend for first friendship cannot be seen or even be touched, it must be felt within the heart. Hoping you feel just the way i do. Wow! friends are like clothes without them you feel naked!I guess am right. I will tell you more about me, my family and all that maybe necessary in this relationship, If this is okay by you feel free to contact me as to enable us get to know each other better with this email address;(evanjacobs26@yahoo.com ) Have a wonderful day with lot of happiness.
best regards
Miss Evan.
How are you ? I guess you are fine and living good. my name is Miss Evan Jacobs, i am a simple young girl looking for someone to share my life with,i'm interesting to know you and establish a relationship with you. I wanna be your friend for first friendship cannot be seen or even be touched, it must be felt within the heart. Hoping you feel just the way i do. Wow! friends are like clothes without them you feel naked!I guess am right. I will tell you more about me, my family and all that maybe necessary in this relationship, If this is okay by you feel free to contact me as to enable us get to know each other better with this email address;(evanjacobs26@yahoo.
best regards
Miss Evan.
donderdag 3 september 2009
HET LANDELIJK BUREAU
Een vierde voorpublicatie
Johan zit thuis achter zijn computer en worstelt met een blog. Hij wil wel weer eens wat anders schrijven dan die eeuwige blogs over zijn nieuwe tuin. Maar verder gebeurt er niet zo veel in zijn leven wat als inspiratie kan dienen. Het blijft toch moeilijk, elke week weer aan die hooggespannen verwachtingen voldoen. Zijn blog heet 'Nog eentje dan' en wordt elke donderdag over de mail verspreid onder het halve Landelijk Bureau. En een hoop oud-collega's ook. Met een variabele groep gaan ze na het werk naar café De Utrechter. Gezeten op het terras kijken ze uit op het prachtige hoofdkantoor van Vluchtelinghulp. Zo prachtig! Wel drie keer zo duur als het oude gebouw. Als de club dat maar kan hebben in deze tijden van financieel malheur.
Vaak mondt de borrel uit in een klaagzang over het werk. Vooral als Melchior er bij is. Als die eenmaal op gang is, is hij nauwelijks meer te stoppen. Het is maar goed dat hij binnenkort naar Nieuw Zeeland emigreert. Niets deugt. En dat is natuurlijk ook zo. Vooral directie en management moeten het ontgelden. 'Holle bomen vangen veel wind' merkt Johan schalks op.
---
Johan opent met zijn tag de deur van het Landelijk Bureau en daalt fietsend af in de garage. Hij durft eindelijk zijn shirt af te vegen. Het zal nu wel opgedroogd zijn. Hij parkeert zijn fiets in de stalling en zet hem op slot. Hij loopt langs de deuren waarachter de vuilcontainers staan. Het stinkt er een uur in de wind. Dáár zouden ze nou eens wat aan moeten doen! Spontaan krijgt hij een aanval van zuur. Hij loopt met zware benen de trap op en opent met zijn tag de deur. Op naar de volgende trap.
Hij begroet zijn collega´s, hangt zijn jas op aan de kapstok en begroet Martha als hij de kamer inloopt . Martha is al bezig met het scannen van de kranten. Hij zet zijn tas achter zich neer en gaat achter zijn bureau zitten. Hij zet de computer aan en logt de vriendelijk terugpratende telefoon in. Hij haalt cappuccino voor Martha en een dubbele espresso extra sterk voor hemzelf. Wakker worden gaat nog wel even duren deze morgen.
Johan heeft een verhaal en wil dat kwijt. 'Ik ben vanmorgen bespuugd', begint hij. Martha kijkt op uit de krant. 'Wat?' vraagt Martha verstrooid. 'Ik ben vanochtend door iemand bespogen' herhaalt Johan. Martha fronst en schudt licht haar hoofd. 'Hoe dat zo?' Johan steekt van wal. 'Ik fietste vanuit WTC, weetjewel, die laan met die bomen in. Er komt dus zo'n groot uitgevallen auto, een BMW of zo, geblindeerd glas, die haalt mij in en stopt. De hele weg geblokkeerd. De portier gaat open en er stapt zo'n jong blond ding uit. Steeds meer fietsers staan te wachten, want ze kunnen er ook niet langs.’
‘Die chauffeur begint langzaam achteruit te rijden. Hij heeft mij echt niet gezien, ik kom met mijn fiets echt in de verdrukking. Gevalletje dooie hoek zeg maar. Dus ik klop twee keer op de kofferbak zodat ie weet dat ik daar sta. Hij stopt en ik kan doorfietsen. Maar die vent dus, echt zo’n WTV-jochie, netjes in pak en veel te jong voor zijn auto, die springt uit zijn auto en begint achter me aan te rennen met veel geklootzak en zo. Ik stap netjes af en wacht op hem. Zijn vriendin roept nog naar hem: ‘Michiel, hou op!’ Hij is ruim een hoofd kleiner dan ik, dus hij bedenkt zich als ie op een meter of twee genaderd is.’
‘Hij pruttelt nog een beetje na – over auto’s en poten en afblijven en klootzak – en spuugt dan naar me ter afsluiting.’ ‘Nou ja…’ zegt Martha. Johan vervolgt. ‘En hij kan nog niet eens goed spugen, het is echt klodder van niks. Een beetje schuim op mijn shirt hooguit. Ik roep nog naar zijn vriendin: “Je zal wel trotst op hem zijn!”
‘Ik kan me niet herinneren dat ik ooit eerder ben bespuugd. Jij wel?’ Martha antwoordt: ’Nee,’ en gaat stoïcijns door waarmee ze bezig was.
---
Johan heeft net koffie gehaald. Een cappuccino voor Martha en een dubbele espresso extra sterk voor hemzelf. ‘Ik zat nog eens goed naar die RIE te kijken. Is toch wel opzienbarend! Moet je horen: 1/3e heeft geen vertrouwen in de strategie, 1/3e wil weg, 1/4e heeft een lage betrokkenheid, 1/3e vindt zijn takenpakket niet realistisch, 40% te veel werk. En dan nog geeft 80% een 7 of hoger aan Vluchtelinghulp... Het is mij een raadsel!’ Zonder op een reactie te wachten leest hij een volgende Fokke & Sukke en begint hard te lachen: ‘Heb je je amygdala nog!! Ha ha ha! Hier, moet je dit lezen !’
Johan zit thuis achter zijn computer en worstelt met een blog. Hij wil wel weer eens wat anders schrijven dan die eeuwige blogs over zijn nieuwe tuin. Maar verder gebeurt er niet zo veel in zijn leven wat als inspiratie kan dienen. Het blijft toch moeilijk, elke week weer aan die hooggespannen verwachtingen voldoen. Zijn blog heet 'Nog eentje dan' en wordt elke donderdag over de mail verspreid onder het halve Landelijk Bureau. En een hoop oud-collega's ook. Met een variabele groep gaan ze na het werk naar café De Utrechter. Gezeten op het terras kijken ze uit op het prachtige hoofdkantoor van Vluchtelinghulp. Zo prachtig! Wel drie keer zo duur als het oude gebouw. Als de club dat maar kan hebben in deze tijden van financieel malheur.
Vaak mondt de borrel uit in een klaagzang over het werk. Vooral als Melchior er bij is. Als die eenmaal op gang is, is hij nauwelijks meer te stoppen. Het is maar goed dat hij binnenkort naar Nieuw Zeeland emigreert. Niets deugt. En dat is natuurlijk ook zo. Vooral directie en management moeten het ontgelden. 'Holle bomen vangen veel wind' merkt Johan schalks op.
---
Johan opent met zijn tag de deur van het Landelijk Bureau en daalt fietsend af in de garage. Hij durft eindelijk zijn shirt af te vegen. Het zal nu wel opgedroogd zijn. Hij parkeert zijn fiets in de stalling en zet hem op slot. Hij loopt langs de deuren waarachter de vuilcontainers staan. Het stinkt er een uur in de wind. Dáár zouden ze nou eens wat aan moeten doen! Spontaan krijgt hij een aanval van zuur. Hij loopt met zware benen de trap op en opent met zijn tag de deur. Op naar de volgende trap.
Hij begroet zijn collega´s, hangt zijn jas op aan de kapstok en begroet Martha als hij de kamer inloopt . Martha is al bezig met het scannen van de kranten. Hij zet zijn tas achter zich neer en gaat achter zijn bureau zitten. Hij zet de computer aan en logt de vriendelijk terugpratende telefoon in. Hij haalt cappuccino voor Martha en een dubbele espresso extra sterk voor hemzelf. Wakker worden gaat nog wel even duren deze morgen.
Johan heeft een verhaal en wil dat kwijt. 'Ik ben vanmorgen bespuugd', begint hij. Martha kijkt op uit de krant. 'Wat?' vraagt Martha verstrooid. 'Ik ben vanochtend door iemand bespogen' herhaalt Johan. Martha fronst en schudt licht haar hoofd. 'Hoe dat zo?' Johan steekt van wal. 'Ik fietste vanuit WTC, weetjewel, die laan met die bomen in. Er komt dus zo'n groot uitgevallen auto, een BMW of zo, geblindeerd glas, die haalt mij in en stopt. De hele weg geblokkeerd. De portier gaat open en er stapt zo'n jong blond ding uit. Steeds meer fietsers staan te wachten, want ze kunnen er ook niet langs.’
‘Die chauffeur begint langzaam achteruit te rijden. Hij heeft mij echt niet gezien, ik kom met mijn fiets echt in de verdrukking. Gevalletje dooie hoek zeg maar. Dus ik klop twee keer op de kofferbak zodat ie weet dat ik daar sta. Hij stopt en ik kan doorfietsen. Maar die vent dus, echt zo’n WTV-jochie, netjes in pak en veel te jong voor zijn auto, die springt uit zijn auto en begint achter me aan te rennen met veel geklootzak en zo. Ik stap netjes af en wacht op hem. Zijn vriendin roept nog naar hem: ‘Michiel, hou op!’ Hij is ruim een hoofd kleiner dan ik, dus hij bedenkt zich als ie op een meter of twee genaderd is.’
‘Hij pruttelt nog een beetje na – over auto’s en poten en afblijven en klootzak – en spuugt dan naar me ter afsluiting.’ ‘Nou ja…’ zegt Martha. Johan vervolgt. ‘En hij kan nog niet eens goed spugen, het is echt klodder van niks. Een beetje schuim op mijn shirt hooguit. Ik roep nog naar zijn vriendin: “Je zal wel trotst op hem zijn!”
‘Ik kan me niet herinneren dat ik ooit eerder ben bespuugd. Jij wel?’ Martha antwoordt: ’Nee,’ en gaat stoïcijns door waarmee ze bezig was.
---
Johan heeft net koffie gehaald. Een cappuccino voor Martha en een dubbele espresso extra sterk voor hemzelf. ‘Ik zat nog eens goed naar die RIE te kijken. Is toch wel opzienbarend! Moet je horen: 1/3e heeft geen vertrouwen in de strategie, 1/3e wil weg, 1/4e heeft een lage betrokkenheid, 1/3e vindt zijn takenpakket niet realistisch, 40% te veel werk. En dan nog geeft 80% een 7 of hoger aan Vluchtelinghulp... Het is mij een raadsel!’ Zonder op een reactie te wachten leest hij een volgende Fokke & Sukke en begint hard te lachen: ‘Heb je je amygdala nog!! Ha ha ha! Hier, moet je dit lezen !’
dinsdag 25 augustus 2009
CHIP
Vanochtend kreeg ik op station Zuid WTC een folder uitgereikt ove de chipcard. Binnenkort gaan alle detectiepoortjes dicht en moet iedereen met chipcard gaan betalen. Ik ben nog niet zo ver, maar binnenkort moet je wel. De stripenkaart gaat er uit. Een kraakbare kaart waar je hele doen en laten in bus en metro is af te lezen komt er voor in de plaats. En als je vergeet uit te checken ben je de pineut.
Ik bekijk de folder en... wie schetst mijn verbazing als ik zie wie er pontificaal op figureert als chipcardman? Nou, wie? Het is de ons onlangs ontvallen slam-poeet, hippiegoeroe, wandelende spliff Simon Vinkenoog. Wat mij betreft een vreemde keus om een chipkaart mee te verkopen. Zijn naam wordt verder in de hele folder niet vermeld. En er komt al zeker niet aan de orde dat hij ons onlangs ontvallen is. Vreemd! Blijkbaar hadden ze al een miljoen folders gedrukt toen Vinkenoog onverwachts overleed.
Bij nadere beschouwing is de folder nog vreemder. Vinkenoog staat jenseits von het detectiepoortje. Met zijn freaky kraaloogjes kijkt hij van achter zijn leesbril de kijker aan. Ik ben vast niet de enige die de associatie heeft, maar het lijkt er toch verdomd veel op dat daar, aan de andere kant van het poortje, de hemel moet zijn. Waar Vinkenoog knetterstoned op ons wacht. Om daar te komen heb je dus alleen maar een chipcard nodig bij wijze van backdoorpass.
Zou het soms de bedoeling geweest zijn, deze associatie? Sommige reclamebureaus deinsen werkelijk nergens voor terug. Maar ja, of dit echt heel veel extra chipcardverkoop oplevert... Ik waag het te betwijfelen. Ik bewaar de folder in ieder geval maar goed. Ter nagedachtenis aan een van de grootste freaks van Nederland ooit.
Ik bekijk de folder en... wie schetst mijn verbazing als ik zie wie er pontificaal op figureert als chipcardman? Nou, wie? Het is de ons onlangs ontvallen slam-poeet, hippiegoeroe, wandelende spliff Simon Vinkenoog. Wat mij betreft een vreemde keus om een chipkaart mee te verkopen. Zijn naam wordt verder in de hele folder niet vermeld. En er komt al zeker niet aan de orde dat hij ons onlangs ontvallen is. Vreemd! Blijkbaar hadden ze al een miljoen folders gedrukt toen Vinkenoog onverwachts overleed.
Bij nadere beschouwing is de folder nog vreemder. Vinkenoog staat jenseits von het detectiepoortje. Met zijn freaky kraaloogjes kijkt hij van achter zijn leesbril de kijker aan. Ik ben vast niet de enige die de associatie heeft, maar het lijkt er toch verdomd veel op dat daar, aan de andere kant van het poortje, de hemel moet zijn. Waar Vinkenoog knetterstoned op ons wacht. Om daar te komen heb je dus alleen maar een chipcard nodig bij wijze van backdoorpass.
Zou het soms de bedoeling geweest zijn, deze associatie? Sommige reclamebureaus deinsen werkelijk nergens voor terug. Maar ja, of dit echt heel veel extra chipcardverkoop oplevert... Ik waag het te betwijfelen. Ik bewaar de folder in ieder geval maar goed. Ter nagedachtenis aan een van de grootste freaks van Nederland ooit.
zondag 16 augustus 2009
ONKRUID
Sinds ik een tuin heb is mijn kijk op de plantenwereld definitief veranderd. Ik maak nu onderscheid tussen kruid en onkruid. Vroeger was dat heel anders. Alle planten waren mijn vrienden, op een paar uiterst onsympathieke soorten als de brandnetel na dan. Ik verzamelde ze voor in mijn herbarium. Eerst droogde ik ze tussen de pagina's van een telefoonboek, later kreeg ik een heuse bloemenpers: twee plankjes die met vleugelmoeren tegen elkaar konden worden gedrukt.
Na het determineren van de soort deed ik de bloemen in mijn herbarium, of beter gezegd: stopte ik ze achter de plastic folie van mijn fotoboek dat voor herbarium doorging. Met mijn harkerige hanenpoten schreef ik de naam er bij. Behalve bij guichelheil, die naam vond ik te ingewikkeld. Geen wonder dat juist dat plantje in het Nederlands dictee terecht is gekomen. Mijn moeder heeft het guichelheil er in haar uiterst regelmatige juffenhandschrift bij geschreven.
In het boek zat ook een egelskop, een plant die je langs de kant van de sloot vindt en zo genoemd wordt vanwege de vorm van de zaadbollen. De egelskop was blijkbaar niet goed gedroogd en verging rustig verder in het herbarium. Daardoor ontstond er een prachtige roze-oranje poedersuikerlaagje van schimmel achter het folie. Dat was een van mijn favorieten in het herbarium.
In die tijd had ik nog geen weet van kruid en onkruid, maar wel van wat beschermde en wat niet beschermde planten waren. Ik had twee posters met alle beschermde planten van Nederland op mijn kamer. Die mocht je namelijk niet plukken, zelfs niet voor een hoger doel als een herbarium. Tegenwoordig hangen die posters op de vaderlijke slaapkamer. En ik herken ze nog steeds allemaal: de zwanenbloem, het grasklokje, de zonnedauw, de aronskelk...
Binnen zowel kruid als onkruid zijn allerlei gradaties. Zo vond ik eerst haagwinde best een leuke plantje, zo'n witte pispot. Maar ze groeien wel 20 cm in de week en als je zo'n plant er uit trekt blijft er altijd wel ergens een levensvatbaar stukje zitten. Ook de paardenbloem en zijn vrienden kunnen me gestolen worden. En die wilde aardbeitjes zijn best leuk, maar foei, wat kunnen die woekeren! En dat ene plantje waarvan ik de naam niet weet (staat ook niet in Nieuwe flora in kleur, ed. 1965, zal wel recente import wezen) komt ook maar de hele tijd weer op. En grassen en heermoes... weg er mee! En brandnetels, wie die uitgevonden heeft....
Maar herderstasjes laat ik graag staan. Alleen al vanwege de naam verdienen ze het voordeel van de twijfel. En klaverzuring vind ik schattig, met die lieve blaadjes van ze. En kroontjeskruid, daar heb je eigenlijk ook nauwelijks last van. Ze wortelen lekker ondiep zodat je ze met het grootste gemak uit de grond kunt trekken als het je ooit zo uitkomt. Maar groei ondertussen nog maar even lekker door hoor! En vergeet-mij-nietjes. Niet alleen vanwege mijn poëziealbum-herinneringen (ergens aan een oever, tussen lis en riet...), maar vooral omdat het van die mooie kleine bloempjes zijn. Ook de paarse dovenetel laat ik bij voorkeur staan.
Wat ik nog schokkender vind dan het ontstane onderscheid tussen - ik zeg het maar ronduit - goed en foute planten, is dat ik een vreemdsoortige dwangneurose aan het ontwikkelen ben. Ook buiten mijn tuin trek ik in Pavlov-achtige aanvallen foute planten uit de grond. Toen ik vanavond in de kruidentuin Roosendaal aan de Vecht was, heb ik alle heermoes verwijderd die tussen het bonenkruid groeide. Bij de fietsenschuur moet ik me keer op keer bedwingen om niet de haagwinde die over de stoep kruipt te verwijderen. Het valt me tegenwoordig ook steeds meer op dat werkelijk overal - in plantsoenen, tussen stoeptegels, in tuinen - het onkruid tierig weelt. En ik zat er vanmiddag echt over te denken om toch even het rozenperkje voor het huis onder handen te nemen. Misschien wordt het tijd om me aan te melden voor de Anonieme Tuinders?
Na het determineren van de soort deed ik de bloemen in mijn herbarium, of beter gezegd: stopte ik ze achter de plastic folie van mijn fotoboek dat voor herbarium doorging. Met mijn harkerige hanenpoten schreef ik de naam er bij. Behalve bij guichelheil, die naam vond ik te ingewikkeld. Geen wonder dat juist dat plantje in het Nederlands dictee terecht is gekomen. Mijn moeder heeft het guichelheil er in haar uiterst regelmatige juffenhandschrift bij geschreven.
In het boek zat ook een egelskop, een plant die je langs de kant van de sloot vindt en zo genoemd wordt vanwege de vorm van de zaadbollen. De egelskop was blijkbaar niet goed gedroogd en verging rustig verder in het herbarium. Daardoor ontstond er een prachtige roze-oranje poedersuikerlaagje van schimmel achter het folie. Dat was een van mijn favorieten in het herbarium.
In die tijd had ik nog geen weet van kruid en onkruid, maar wel van wat beschermde en wat niet beschermde planten waren. Ik had twee posters met alle beschermde planten van Nederland op mijn kamer. Die mocht je namelijk niet plukken, zelfs niet voor een hoger doel als een herbarium. Tegenwoordig hangen die posters op de vaderlijke slaapkamer. En ik herken ze nog steeds allemaal: de zwanenbloem, het grasklokje, de zonnedauw, de aronskelk...
Binnen zowel kruid als onkruid zijn allerlei gradaties. Zo vond ik eerst haagwinde best een leuke plantje, zo'n witte pispot. Maar ze groeien wel 20 cm in de week en als je zo'n plant er uit trekt blijft er altijd wel ergens een levensvatbaar stukje zitten. Ook de paardenbloem en zijn vrienden kunnen me gestolen worden. En die wilde aardbeitjes zijn best leuk, maar foei, wat kunnen die woekeren! En dat ene plantje waarvan ik de naam niet weet (staat ook niet in Nieuwe flora in kleur, ed. 1965, zal wel recente import wezen) komt ook maar de hele tijd weer op. En grassen en heermoes... weg er mee! En brandnetels, wie die uitgevonden heeft....
Maar herderstasjes laat ik graag staan. Alleen al vanwege de naam verdienen ze het voordeel van de twijfel. En klaverzuring vind ik schattig, met die lieve blaadjes van ze. En kroontjeskruid, daar heb je eigenlijk ook nauwelijks last van. Ze wortelen lekker ondiep zodat je ze met het grootste gemak uit de grond kunt trekken als het je ooit zo uitkomt. Maar groei ondertussen nog maar even lekker door hoor! En vergeet-mij-nietjes. Niet alleen vanwege mijn poëziealbum-herinneringen (ergens aan een oever, tussen lis en riet...), maar vooral omdat het van die mooie kleine bloempjes zijn. Ook de paarse dovenetel laat ik bij voorkeur staan.
Wat ik nog schokkender vind dan het ontstane onderscheid tussen - ik zeg het maar ronduit - goed en foute planten, is dat ik een vreemdsoortige dwangneurose aan het ontwikkelen ben. Ook buiten mijn tuin trek ik in Pavlov-achtige aanvallen foute planten uit de grond. Toen ik vanavond in de kruidentuin Roosendaal aan de Vecht was, heb ik alle heermoes verwijderd die tussen het bonenkruid groeide. Bij de fietsenschuur moet ik me keer op keer bedwingen om niet de haagwinde die over de stoep kruipt te verwijderen. Het valt me tegenwoordig ook steeds meer op dat werkelijk overal - in plantsoenen, tussen stoeptegels, in tuinen - het onkruid tierig weelt. En ik zat er vanmiddag echt over te denken om toch even het rozenperkje voor het huis onder handen te nemen. Misschien wordt het tijd om me aan te melden voor de Anonieme Tuinders?
MUIS
Beneden mij woont een oud vrouwtje. Ze is niet meer zo goed ter been. Daarom beweegt ze zich voort in een invalidenscooter. Ik kijk uit op haar tuin, waarin een clubje potige tuinkabouters de wacht houdt bij twee afbladderende dolfijnen, die ooit uit het grind te voorschijn sprongen en in die houding versteend zijn. Elders in de tuin is een klein poezengrafje: "RIP lieve Soezie."
Gelukkig heeft het vrouwtje nog een poes of vijf over. Het zijn vrij suffe beesten en ook nogal bangig. Vooral op mensen hebben ze het niet zo. Elke avond moet het poezenvrouwtje al haar poezen naar binnen lokken. Door de hele buurt klinkt haar hoge poezenlokstem. Ze heeft me eens toevertrouwd dat ze meestal een garnaaltje gebruikt om de poezen naar binnen te lokken.
Toen ik mijn fiets vanochtend wilde pakken waren twee poezen ergens mee bezig. Ze hadden net een muis te grazen genomen en zaten quasi-nonchalant te kijken naar het diertje. Blijkbaar was er een onderdeel van het motorisch systeem beschadigd geraakt. De enige beweging die de muis nog kon maken was een overdwarse rolbeweging. De beentjes slingerden er een beetje sukkelig achteraan. En die twee poezen maar kijken: "Dat doet ie anders nooit! Wat gek!"
Ik weet niet of poezen nou zo sadistisch zijn of mensen juist zo zachtmoedig. In ieder geval vond ik dat de katten die muis wel eens de strot mochten doorbijten om hem erger leed te besparen. Of eet hem dan gewoon op! Ik kan daar niet zo goed tegen, groot en klein lijden. Het is niet helemaal een treffende vergelijking, maar vroeger werd ik liever zelf gemept dan dat ik iemand anders gemept zag worden. Dat kon ik niet aanzien.
Toen ik een paar uur later terug kwam waren de katten weg. Hun speelkameraadje was klaarblijkelijk definitief kapot gegaan. Of nee, toch niet... daar tussen de struiken zag ik planten bewegen. De muis rolde nog steeds overdwars voort, voortbewogen door spasmen of electrische schokjes. Stoïcijns de andere kant op kijken was het enige wat mij nog restte.
Gelukkig heeft het vrouwtje nog een poes of vijf over. Het zijn vrij suffe beesten en ook nogal bangig. Vooral op mensen hebben ze het niet zo. Elke avond moet het poezenvrouwtje al haar poezen naar binnen lokken. Door de hele buurt klinkt haar hoge poezenlokstem. Ze heeft me eens toevertrouwd dat ze meestal een garnaaltje gebruikt om de poezen naar binnen te lokken.
Toen ik mijn fiets vanochtend wilde pakken waren twee poezen ergens mee bezig. Ze hadden net een muis te grazen genomen en zaten quasi-nonchalant te kijken naar het diertje. Blijkbaar was er een onderdeel van het motorisch systeem beschadigd geraakt. De enige beweging die de muis nog kon maken was een overdwarse rolbeweging. De beentjes slingerden er een beetje sukkelig achteraan. En die twee poezen maar kijken: "Dat doet ie anders nooit! Wat gek!"
Ik weet niet of poezen nou zo sadistisch zijn of mensen juist zo zachtmoedig. In ieder geval vond ik dat de katten die muis wel eens de strot mochten doorbijten om hem erger leed te besparen. Of eet hem dan gewoon op! Ik kan daar niet zo goed tegen, groot en klein lijden. Het is niet helemaal een treffende vergelijking, maar vroeger werd ik liever zelf gemept dan dat ik iemand anders gemept zag worden. Dat kon ik niet aanzien.
Toen ik een paar uur later terug kwam waren de katten weg. Hun speelkameraadje was klaarblijkelijk definitief kapot gegaan. Of nee, toch niet... daar tussen de struiken zag ik planten bewegen. De muis rolde nog steeds overdwars voort, voortbewogen door spasmen of electrische schokjes. Stoïcijns de andere kant op kijken was het enige wat mij nog restte.
donderdag 13 augustus 2009
LOT
Veel mensen zijn boos op de Staatsloterij. De jackpot van zo'n 27,5 miljoen euro is maar voor 20% uitgekeerd, omdat die op een vijfde lot is gevallen. En dat terwijl de jackpot gegarandeerd uitgekeerd zou worden. Maar ja, wat is gegarandeerd als er ook een vijfde loten zijn? De kans om de jackpot te winnen was overigens 1 op 9 miljoen, het aantal verkochte loten dus.
Op vakantie las ik ergens - Telegraaf, teletekst? - het bericht dat een Nederlands gezin betrokken was bij een vreselijk drama. De vader is dodelijk getroffen door een vallend rotsblok toen hij beneden bij een waterval stond. De dochter raakte gewond door vallende stenen. Bij het bericht stond dat het gezin uit Assendelft kwam. Ik heb nog kort gedacht: komt Barbara (een collega van me) niet uit Assendelt? Ik wist het niet zeker. En dan nog... de kans dat zij het waren, is wel heel erg klein.
Toen ik gisteren mijn werkmail bekeek was er een mail van de directie met als eufemistische titel 'triest bericht'. Het bleek inderdaad om de familie van Barbara te gaan. Te erg voor woorden.
Een kans, zo miniscuul klein... en dan heb je een heel lot. Kippenvel. Buikpijn. Geen woorden.
Op vakantie las ik ergens - Telegraaf, teletekst? - het bericht dat een Nederlands gezin betrokken was bij een vreselijk drama. De vader is dodelijk getroffen door een vallend rotsblok toen hij beneden bij een waterval stond. De dochter raakte gewond door vallende stenen. Bij het bericht stond dat het gezin uit Assendelft kwam. Ik heb nog kort gedacht: komt Barbara (een collega van me) niet uit Assendelt? Ik wist het niet zeker. En dan nog... de kans dat zij het waren, is wel heel erg klein.
Toen ik gisteren mijn werkmail bekeek was er een mail van de directie met als eufemistische titel 'triest bericht'. Het bleek inderdaad om de familie van Barbara te gaan. Te erg voor woorden.
Een kans, zo miniscuul klein... en dan heb je een heel lot. Kippenvel. Buikpijn. Geen woorden.
Abonneren op:
Posts (Atom)
